‘Het fundamentele wantrouwen is het grootste risico’

Jelle van Buuren, onderzoeker Van geharde hooligan tot hippie, de schare coronademonstranten is divers, ziet onderzoeker Jelle van Buuren. „De woede gaat steeds over hetzelfde.”

Protest zondag op het 18 Septemberplein in Eindhoven. „Veel van deze demonstranten gaan echt niet met een kopje koffie voor Nieuwsuur zitten om te horen hoe de deskundige over corona denkt.”
Protest zondag op het 18 Septemberplein in Eindhoven. „Veel van deze demonstranten gaan echt niet met een kopje koffie voor Nieuwsuur zitten om te horen hoe de deskundige over corona denkt.” Foto Rob Engelaar/EPA

Bij protesten pik je de voetbalhooligans er makkelijk uit. Mannen met petje, capuchontrui en gympen, donker gekleed. Ze staan vaak al in de vechthouding als de politie oprukt. Hun protest verloopt voorspelbaar: zwaar vuurwerk afsteken, gooien met stenen, en als de Mobiele Eenheid het waterkanon inzet, druipen ze af.

Hooligans waren zondag aanwezig bij de protesten tegen de coronamaatregelen, zoals in Eindhoven en op het Museumplein in Amsterdam. Maar toen op dat plein het waterkanon werd ingezet, ging een deel van de demonstranten juist vreedzaam zitten in plaats van rennen, midden op het gras. Het water bleef ze bespaard. En naderhand ruimden ze de rommel op.

Al sinds de eerste coronaprotesten kijkt Jelle van Buuren (57) met grote belangstelling naar de beelden van demonstranten. Soms speelt hij ze vertraagd af, of vergelijkt hij ze met video’s die betogers posten op sociale media. Het gaat hem niet om de gezichten, maar om de duiding: wie zíjn het?

Van Buuren, onderzoeker aan de Universiteit Leiden, promoveerde op een studie naar het milieu van actievoerders en complotdenkers in Nederland en volgt op de voet hoe het coronaprotest zich in de samenleving ontwikkelt.

En, wat ziet u op de beelden?

„Een eclectisch, diffuus gezelschap. Bij protesten zijn we gewend te denken in afgebakende groepen: links, rechts, één issue. Maar hier zie je allerlei groepjes en individuen bij elkaar, ieder met een eigen achtergrond, eigen grieven en motieven.”

Noemt u eens alle groepen die u heeft gezien.

„Ik zag hardekernvoetbalsupporters, gewend om te knokken en vooral pisnijdig dat ze niet wekelijks naar het stadion kunnen. Ik zag een aantal radicaal-rechtse groepen zoals Pegida en Double Dutch Frontline; die laatste zijn goed getrainde mannen die, ideologisch gedreven, vrouwen en kinderen willen beschermen. Ik zag mensen van actiegroepen als QAnon, Nederland in Opstand, Nederland in Verzet. Er waren spirituele groepen, hippieachtig, die ‘willen knuffelen’ tegen corona en kritisch zijn over vaccineren en de geneesmiddelenindustrie. Ik zag mensen van Viruswaanzin (nu Viruswaarheid, red.) en van de daaraan gelieerde horeca- en evenementenbranche. Ongetwijfeld waren er ook gewoon boze burgers aanwezig, en jongeren voor wie de avondklok in deze uitzichtloze tijden mogelijk de druppel was.”

Wat is hun gemene deler?

„Wantrouwen jegens het systeem, de instituties. Ze keren zich tegen de overheid, de wetenschap, de media. Ze voelen een aantasting van hun vrijheden. Maar je kunt uit hun grieven niet één politiek programma destilleren, daarvoor zijn ze te verschillend. Ze zijn het vooral eens over waar ze tégen zijn, niet waar ze vóór zijn.”

Is dat nieuw, die samenklontering?

„Ik zag het voor het eerst in 2014, met Break the System. Dat was een breed sociaal protest, georganiseerd via Facebook. Die beweging heeft een paar keer gedemonstreerd, onder meer op het Malieveld. Daar zaten demonstranten bij die protesteerden tegen sociaal onrecht, werkloosheid, hoge huren, het zorgtekort, het lerarentekort. Maar ook tegen de hoge kosten van de Europese Unie, en er zaten complot-gedreven actiegroepen bij die geloofden dat een netwerk van satanische pedofielen aan de macht is. Een deel van die groepen zie je nu weer terug, soms onder andere namen.”

Welke rol spelen sociale media?

„Die hebben de rol overgenomen van partijen en vakbonden, die voorheen het klassieke sociaal protest organiseerden. Het protest sluimert en soms flakkert het op, zoals met de gele-hesjes-beweging in 2018, en nu weer.

„Veel van deze demonstranten gaan echt niet met een kopje koffie voor Nieuwsuur zitten om te horen hoe de deskundige over corona denkt. Er is op sociale media een nieuwe dynamiek ontstaan met eigen WhatsAppgroepen en eigen mediakanalen die gebruikers bevestigen in hun gelijk, vaak met gelikte filmpjes en welbespraakte mensen die zeggen dat de overheid ‘al onze rechten afpakt’.

„Dat is het verhaal van dit protest, maar, en dat maakt het zo ingewikkeld, niet het hele verhaal. Er zijn ook betogers bij die niets tegen ‘het systeem’ hebben en alleen demonstreren tegen het beleid van Rutte. Dat is een normaal protest, daar hoef je niet zenuwachtig van te worden.”

Hoeven we dan niet zenuwachtig te worden?

„Nou, je ziet het wel bij sommige bestuurders. Die hebben het over ‘de ergste rellen in veertig jaar’ en ‘we zijn op weg naar burgeroorlog’. Als je de beelden ziet kan ik me voorstellen dat je denkt: mijn god, ons land gaat ten onder. Maar we hebben vaker gehad dat het even totaal uit de klauwen liep. Denk aan Project X, aan de Oosterparkrellen, aan wekenlang oproer in Den Haag.

„We leven in een risicosamenleving waarin we bang zijn voor alles wat mis zou kunnen gaan. En eens in de zoveel tijd gáát iets mis, ook in een robuuste samenleving als de onze. Dan piept en kraakt en schuurt het, dat hoort bij een democratie. En uiteindelijk is dit een openbare ordeprobleem. Daar hebben we de Mobiele Eenheid voor en het strafrecht.

„Maar ik kan de bestuurders ook begrijpen. Het ging nu plots overál mis. In Eindhoven, Amsterdam, Roermond, Venlo, Enschede, Urk, Stein. Daar heb ik me ook over verbaasd. Het protest heeft door corona een eigen dynamiek gekregen en dat maakt het onvoorspelbaar, ook voor het gezag. Telkens nieuwe situaties met nieuwe maatregelen en burgers die je moet controleren. En dan komt alle spanning er met zo’n avondklok in één keer uit. Niet in een duidelijk georganiseerde betoging, vooraf aangekondigd via de ouderwetse ledenstructuur, maar middels een fluïde verzet van groepen die elkaar inspireren op internet en waarvan de omvang moeilijk is te schatten. Nederland in Verzet telt online zo’n 16.000 volgers, QAnon 10.000. Moet je die aantallen bij elkaar optellen, zijn het deels dezelfde mensen? Hoeveel van hen zijn serieus, hoeveel kijken er mee voor de lol?”

Waar komt al dat verzet nou vandaan?

„Soms zie je als onderzoeker weak signals maar kun je er nog amper een naam aan geven. Misschien heb je je wel vergist, of krijgt zo’n ontwikkeling jaren later toch vorm. Het is lastig te duiden waar zoiets begint, maar ik denk dat je terug kunt gaan tot 2002, de tijd van Pim Fortuyn, toen plots een groot ongenoegen over het establishment naar boven kwam. Die woede verdween na zijn dood naar de achtergrond, maar de onvrede bleef en uitte zich via Wilders, via Forum voor Democratie, via anti-islambewegingen. Het is een woede die telkens verandert van kleur en gedaante, maar over hetzelfde gaat: het idee dat er als burger over je hoofd wordt beslist, dat er niet naar je geluisterd wordt.”

Kunt u die woede begrijpen?

„Op Twitter en Facebook zie je posts voorbij komen over hoogleraren die de mond worden gesnoerd door mainstreammedia. ‘De waarheid mag niet gezegd worden’ is het idee. Hebben ze gelijk? Ik denk het niet. Kijk je naar de talkshows, dan snap ik ze wel. Je ziet daar altijd dezelfde gasten terugkomen die over corona praten. Nu, bijna een jaar na het begin van de pandemie, had daar echt wel meer ruimte kunnen zijn voor een gebalanceerde discussie met een afwijkend geluid.”

Hoe nu verder?

„De rellen zullen uiteindelijk uitdoven. Eerst is het spannend, na een paar keer is het nieuwe ervan af. Of de onvrede verdwijnt zal afhangen van de duur van deze lockdown, en van de sociale klappen die nog zullen volgen als de steunmaatregelen ophouden. Wat blijft is het fundamentele wantrouwen van groepen die zich afkeren van de samenleving. Dat is het grootste risico voor de langere termijn.”