‘Dit is een burgeroorlog die ons toch heeft overvallen’, zegt de Eindhovense burgemeester

John Jorritsma Honderden relschoppers hielden zondag in Eindhoven huis bij wat een corona-demonstratie had moeten worden, maar een massale mat- en vernielpartij werd. „Dit was materiaal om ernstig mee te verwonden, of erger”, weet de burgemeester.

Burgemeester Jorritsma van Eindhoven: „Wij bereiden ons op alles voor.”
Burgemeester Jorritsma van Eindhoven: „Wij bereiden ons op alles voor.” Foto Jeroen Jumelet/ANP

„Dit zijn beelden... Dit heb ik in geen 40 jaar meegemaakt.” John Jorritsma, burgemeester van Eindhoven, klinkt maandagochtend ontdaan aan de telefoon. „Ze hadden messen bij zich, flessen, zwaar vuurwerk van een categorie die mij onbekend is. Dit was materiaal om ernstig mee te verwonden, of erger.” De VVD-burgemeester spreekt met ingehouden woede. „Er zaten misschien één of twee demonstranten tussen. De rest was hier met één doel: de politie te lijf gaan, mens en goed te beschadigen.”

Honderden relschoppers hielden zondag huis bij wat een corona-demonstratie moest worden, maar een grote mat- en vernielpartij werd. „Een burgeroorlog” die de stad ondanks signalen vooraf „toch wat overvallen”  heeft, zegt Jorritsma, „met enorme materiële en immateriële schade” tot gevolg. Volgens ProRail loopt de schade op Eindhoven CS in de tonnen.

De politie, ME en de marechaussee waren nodig – evenals traangas en een waterkanon – om de stenengooiende agressievelingen terug te dringen. Volgens inlichtingen van de gemeente hadden hooligans van acht voetbalclubs zich verenigd met andere relschoppers. „Ze zijn van alle hoeken en gaten van het land hier doelbewust naar toe gekomen. Ik heb zelfs Belgische kentekens gezien.”

„Natuurlijk knarst die avondklok even. Maar 70 tot 80 procent is het met de maatregelen eens.” Volgens de burgemeester moet de samenleving collectief reageren op de onlusten. „Dit is niet iets wat het OMT, kabinet, de Veiligheidsraad of Gezondheidsraad moet overwinnen, of de 60.000 ambtenaren van de politie. Na elf maanden constante crisis zijn dit soort uitwassen [...] de verantwoordelijkheid van u en van mij.” Hij roept iedereen op die een van de relschoppers (het „schuim van de aarde”) herkent, namen door te geven. „Dat is geen klikken, maar je vaderlandsplicht. Ik wil al deze gasten vasthebben.”

Jorritsma waagt zich niet aan een voorspelling over wat voor geweld de komende weken brengen. „Wij bereiden ons op alles voor.” De stad kan nog verder opschalen, al zijn er beperkingen. Als het zoals „op Urk, in de Schilderswijk, in Stein, overal oorlog” is, dan moet de capaciteit verdeeld worden. „En daar zijn grenzen aan”, zegt Jorritsma. „Je kunt je mensen maar één keer plaatsen.”

Media die „het leger” uit zijn mond optekenden als volgende stap op de escalatieladder, verdraaiden zijn woorden, zegt hij. „Wie weet dat zelfs het leger dan nodig is. God verhoede ons ervoor, dan zijn we helemaal afgezakt”, had hij gezegd. Maar de oorlog ‘overal in het land’ dan? „Daar moeten we ons tegen wapenen.”

Lees ook:Deze column over de avondklok