Alvin wil vooral snel zijn vonnis horen

Wie: Alvin (64)

Kwestie: mishandeling, diefstal, heling

Waar: Rechtbank Amsterdam

De Zitting

Advocaat Freek van der Brugge pakt een flesje desinfectiegel uit zijn tas en spuit een klodder in de palm van zijn hand.

„Het is hier heel schoon hoor”, zegt de rechter vanachter haar spreekgestoelte.

„Het is net alsof je je handen met een reeds lang overleden naaktslak insmeert”, zegt Van der Brugge handenwrijvend.

Rechter: „Nu ga ik daar straks natuurlijk elke keer aan denken.”

Via de zijingang van de zittingszaal in de Amsterdamse rechtbank wordt verdachte Alvin (64) door twee agenten naar binnen gebracht. Alvin is uitbundig. „Freekie!”, roept hij naar zijn advocaat, die hem al jaren in allerlei zaken bijstaat. Alvin heeft inmiddels een strafblad van 65 pagina’s.

„Goedemorgen”, zegt de rechter, en ze vraag hem of de persoonsgegevens die zij voor zich heeft liggen kloppen.

„Yes mam. In persona.”

Alvin zit vast vanwege een mishandeling op 8 oktober in Amsterdam. Volgens het OM heeft hij een toen nog goede vriendin aan haar haren meegesleurd en geslagen. Tijdens de zitting worden ook andere feiten die Alvin ten laste worden gelegd, behandeld. Op 12 september is hij gezien op een gestolen fiets, ook heeft hij die maand scheermesjes gestolen bij een supermarkt. Alvin was bovendien twee keer in een gebied waar hij niet meer mocht komen, omdat hij er eerder overlast veroorzaakte.

„Laten we niet hameren en timmeren over deze shit”, zegt hij geïrriteerd. „Kom met het vonnis.”

Rechter: „U hoeft geen vragen te beantwoorden als u dat niet wil. Maar ik heb het vonnis niet klaar en ik wil weten hoe het zit, daarom stel ik u vragen.”

De politie heeft de fiets bekeken, zegt de rechter. Er zat een hoefijzerslot op en de knop zat naar beneden alsof hij dicht zou moeten zitten, houdt ze Alvin voor.

De fiets kreeg hij van een vriend, zegt Alvin. Over de scheermesjesdiefstal wil hij niets zeggen. „Laat me snel deze shit afhandelen.”

De rechter wil weten hoe het zit met de mishandeling, het ernstigste misdrijf, in oktober. Hij heeft toen een goede vriendin die hij al 35 jaar kent, pijn gedaan. Alvin: „Ze belde me de hele dag: ‘Kom alsjeblieft’, zei ze. ‘Ik heb geen dope. Ik heb geen geld.’ Maar ik had dat niet moeten doen. Nu ik tot rust ben zou ik dat niet doen.” Even later: „Maar ze heeft dat verdomme verdiend.”

Op een gegeven moment ging zij hem chanteren over „een kwestie”, zegt Alvin. Ze zei: ik kan dingen tegen je werkgever zeggen en dan word je ontslagen.” Op dat moment werkte Alvin als schoonmaker.

Er is bij Alvin al jaren sprake van „delictgedrag”, ziet de reclassering, waarvan een afgevaardigde aanwezig is. Hij is verslaafd aan alcohol en niet in staat „een maatschappelijk normatief bestaan” te leiden. De reclassering vindt dat Alvin daarom het beste naar een Inrichting voor Stelselmatige Daders (ISD) kan gaan.

Zo’n ‘ISD-maatregel’ duurt twee jaar en bestaat meestal uit twee periodes: een verblijf binnen een penitentiaire inrichting en een periode met beperkte vrijheden buiten de inrichting, vaak in een GGZ-instelling.

De reclassering en het OM denken dat Alvin daar goed kan afkicken en zijn leven op orde kan krijgen. Ze vinden dat hij behandeld moet worden voor zijn alcoholprobleem, en dat moet worden onderzocht waarom Alvin steeds in de problemen raakt.

Advocaat Van der Brugge vindt zo’n straf buitenproportioneel, omdat het volgens hem toch vooral een gevangenisstraf is en zijn cliënt na die tijd weer met niets op straat komt te staan. Hij vindt dat Alvin meteen vrij moet komen omdat hij al lang in voorarrest zit. Alvin is bovendien in slechte gezondheid, hij is hiv-patiënt en lijdt aan een liesbreuk. „Deze oude vos verliest zijn streken niet meer”, zegt Van der Brugge.

„Meneer”, zegt de rechter.

„Yes mam”, zegt Alvin.

„Wat wilt u dat er gebeurt?”

„Ik heb genoeg boete gedaan vind ik. Ik wil naar buiten.”

Twee weken later besliste de rechter dat Alvin de ISD-maatregel opgelegd krijgt.