Een markt in de Soedanese hoofdstad Khartoem.

Foto Holly Pickett/Redux

Wat er met Ali, Samoal, Ibrahim gebeurde na hun uitzetting naar Soedan

Uitzetting Ondanks sterke aanwijzingen voor marteling stuurde Nederland de afgelopen jaren zeker zestien asielzoekers terug naar Soedan, in samenwerking met het autoritaire regime. Dat blijkt uit onderzoek van NRC.

Gillend ligt Ali achterin het volgepakte KLM-vliegtuig. Het is dinsdagochtend 5 maart 2013, hij wordt uitgezet naar Soedan en is doodsbang voor wat hem te wachten staat. Zijn armen en benen zijn vastgebonden. Zijn hoofd bloedt, het ziet zwart voor zijn ogen. Drie Nederlandse marechaussees houden hem met moeite in bedwang. Ze knijpen zijn mond en neus dicht, smoren zijn gegil.

Drie dagen later. Ali zit opgesloten in een koude kamer zonder raam of ventilatie in de Soedanese hoofdstad Khartoem. Of het dag of nacht is, weet hij niet. Hij krijgt nauwelijks water en eten. Tijdens ondervragingen slaan bewakers hem in zijn gezicht, herinnert hij zich later – op zijn oren, met een plastic buis tegen zijn dijen. Welke Soedanese asielzoekers kent hij in Nederland? Ze schoppen hem, beuken zijn hoofd tegen de muur, duwen een stokje met peperpoeder tussen zijn billen. Wie is die ronselaar uit Darfur met wie hij contact had? Een van de ondervragers drukt sigaretten uit op zijn arm – elke martelsessie één, schat Ali.

Plots wordt hij vrijgelaten, op één voorwaarde: hij moet zich elke ochtend en middag melden. Telkens als hij dat doet, mishandelen agenten hem opnieuw. En dus vlucht hij – zeven sigarettenbrandmerken in zijn arm – naar een buurland. Daar tekent een arts het verhaal op zoals Ali dat vertelt, in een medisch rapport, ingezien door NRC.

Lees ook het nieuwsbericht: Soedanezen uitgezet ondanks aanwijzingen voor marteling

Ali is een van zeker zestien Soedanese asielzoekers die Nederland heeft uitgezet sinds 2011, toen Soedan en Nederland een overeenkomst tekenden over gedwongen terugkeer. NRC spoorde vijf van hen op. Zij zeggen bij aankomst ondervraagd en mishandeld te zijn door de Soedanese veiligheidsdienst NISS. Hun ervaringen variëren van marteling tot maandenlange opsluiting.

De NISS is een van de beruchtste veiligheidsdiensten van Afrika. Zijn agenten, bij wet immuun, hielden tijdens het dertig jaar durende bewind van Omar al-Bashir de Soedanezen onder de duim met willekeurige arrestaties, intimidatie en bruut geweld. Tot 2019, toen grootschalige protesten leidden tot de val van Bashir.

Ze schoppen hem, beuken zijn hoofd tegen de muur, duwen een stokje met peperpoeder tussen zijn billen. Een van de ondervragers drukt sigaretten uit op zijn arm

Naast de vijf ‘Nederlandse’ zaken, achterhaalde NRC in samenwerking met onderzoekscollectief Lighthouse Reports nog veertien Soedanezen die de afgelopen vier jaar vanuit Europa werden uitgezet en óók zeggen dat de NISS hen bij aankomst mishandelde, martelde of vastzette. Een van hen zat drie maanden in ‘De Vrieskist’, een beruchte gevangenis waar bewakers koude airconditioning inzetten als martelmethode.

Mensenrechtenorganisaties waarschuwen al zeker acht jaar tegen uitzettingen naar Soedan; Europese regelgeving verbiedt het terugsturen van asielzoekers die risico lopen op „onmenselijke of vernederende” behandeling. Volgens het ministerie van Justitie en Veiligheid is nooit bewezen dat uitzettingen van Soedanezen fout gaan. Tegelijk controleert het ministerie niet hoe het teruggestuurde asielzoekers vergaat. Signalen over martelingen worden nauwelijks onderzocht, ondanks foto’s van ernstig letsel en ander bewijs, blijkt uit een reconstructie van NRC op basis van onder meer asieldossiers, gesprekken met 47 betrokkenen en via de Wet openbaarheid van bestuur verkregen interne documenten van Buitenlandse Zaken en Justitie en Veiligheid.

Nederland werkte voor de uitzettingen samen met het regime van Bashir, tegen wie sinds maart 2009 een internationaal arrestatiebevel loopt wegens de genocide in Darfur. Verschillende mensen met wie Justitie direct zaken deed, zijn omstreden, blijkt uit het onderzoek van NRC; onder hen meerdere NISS-directeuren, en een diplomaat die door Amerikaanse overheidsbronnen in internationale media in verband was gebracht met terreur.

I ~ Bezoek aan Khartoem

Op 17 november 2009 vliegen twee ambtenaren van de onder Justitie vallende Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) naar Soedan. Ze willen ervoor zorgen dat Soedanese asielzoekers zonder paspoort kunnen worden teruggestuurd. Daarvoor moet Soedan tijdelijke reisdocumenten afgeven, laissez-passers, wat al jaren stroef loopt.

Maar het land „verwelkomt iedere Soedanees die terug wil keren”, noteren de ambtenaren na de missie. Goed nieuws voor de dienst; volgens interne documentatie is „een relatief groot aandeel” van de ongedocumenteerde Soedanezen in Nederland in aanraking geweest met justitie (dat jaar één op de tien) of valt buiten het generaal pardon (bijna 35 procent). En dus staan Soedanezen hoog op het uitzetlijstje van DT&V. Ondanks de conflicten in Soedan beschouwt Nederland delen van het land, zoals Khartoem, als veilig genoeg.

Het gaat bij uitzettingen om kleine aantallen, maar voor Nederland zijn ze van groot symbolisch belang. Als afgewezen asielzoekers het land verlaten, vergroot dat de goodwill voor de opvang van legale migranten, is de redenering. De DT&V ziet hen het liefst zelf vertrekken, maar acht incidentele gedwongen terugkeer noodzakelijk, als stok achter de deur.

Om Soedan tot samenwerking te verleiden, gaat Nederland onder andere om de tafel met minister van Buitenlandse Zaken Ali Karti. Als Bashirs rechterhand was Karti verantwoordelijk voor meerdere dodelijke overheidscampagnes in het zuiden van Soedan en voor de totstandkoming van de Janjaweed-militie, de belangrijkste uitvoerder van de genocide en massaverkrachtingen in Darfur. Ten tijde van de gesprekken vallen daar maandelijks nog altijd honderden slachtoffers.

Lees ook over de toestand in Soedan Alleen de kop van het monster is afgehakt

Toch tekenen DT&V-baas Rhodia Maas en de Soedanese ambassadeur Sirajuddin Hamid Yousif in oktober 2011 een ‘memorandum of understanding’. Er staat in dat Soedan meewerkt aan uitzettingen, die plaatsvinden „in omstandigheden van veiligheid en waardigheid” en met „volledige naleving van internationale mensenrechten”. Lachend gaan ze op de foto; zij in een beige colbertje, hij in een ruimzittend pak. „Een gedenkwaardige dag”, aldus de DT&V in de gespreksvoorbereiding.

Maar ook Yousif is omstreden. Volgens Amerikaanse overheidsbronnen van onder meer The New York Times en The Washington Post speelde hij als diplomaat bij de VN begin jaren negentig met een collega informatie door aan terroristen die aanslagen planden op twee tunnels in New York, de Egyptische president Hosni Mubarak en het VN-hoofdkantoor. Yousif ontkent betrokkenheid tegenover NRC en zegt dat de VS manieren zochten om de VN te overtuigen sancties tegen Soedan af te kondigen. Na de publicaties bekleedt Yousif vijftien jaar geen diplomatieke post in het Westen, tot Nederland hem in 2010 toestemming geeft in Den Haag te komen werken. Mogelijk heeft Buitenlandse Zaken de link niet gelegd met de berichtgeving; Amerikaanse media noemden hem in de jaren negentig ‘Siraj Yousif’.

De eerste getuigenissen van mishandeling van naar Soedan teruggekeerde asielzoekers komen een jaar nadat Yousif het memorandum heeft getekend. De Britse mensenrechtenorganisatie Waging Peace interviewt in 2012 drie asielzoekers die zijn vastgezet en mishandeld na terugkomst uit Europa. Een van hen vertelt dat hij anderhalve week in een kelder zat met twintig anderen die op het vliegveld waren gearresteerd. Twee of drie van zijn medegevangenen, vertelt de man, waren in Nederland geweest.

Een half jaar later, in maart 2013, zet de DT&V Ali uit.

De arm van Ali. Volgens onafhankelijk onderzoek gaat het om sporen van mishandeling. Foto privébezit

II ~ De uitzetting van Ali

Ali, een ongeschoolde twintiger, is tweeënhalf jaar in Nederland en leeft deels op straat in Amsterdam en Utrecht. In Soedan nam hij vóór zijn vertrek werk aan waar hij het krijgen kon; in de bouw, op het land, in restaurants. Na zijn terugkeer mishandelen vijf NISS-ondervragers hem dusdanig dat hij denkt dat hij het niet overleeft, vertelt hij NRC later. Eenmaal vrijgelaten vlucht hij naar een buurland, waar hij begin 2014 aanklopt bij de Nederlandse ambassade. Hij heeft nog een asielaanvraag lopen, en de marteling is daarvoor relevant, denkt zijn Nederlandse advocaat.

Videobellend vanaf de ambassade vertelt Ali twee IND’ers stap voor stap wat hem is overkomen. Dat zijn kleren werden uitgedaan, de klappen die hij kreeg, de schop in zijn rug, de zeven uitgedrukte sigaretten, het bloed dat hij spuugde. Als hij eerlijk en onschuldig is, vroegen zijn Soedanese bewakers, waarom stuurde Nederland hem dan weg?

De immigratiedienst vond Ali’s asielverhaal in Nederland ongeloofwaardig en gelooft hem nu weer niet, blijkt uit het IND-verslag. Waarom vervolgen de Soedanese autoriteiten hem niet, als ze blijkbaar menen dat hij iets misdaan heeft? Ali denkt dat ze weten dat hij onschuldig is, maar dat hij niettemin gevaar loopt omdat hij zijn meldplicht ontdook. Maar waarom die meldplicht, vraagt een van de IND’ers, als Ali onschuldig werd geacht?

„Misschien,” antwoordt Ali, „kunt u dat aan hen vragen?” „Ik vraag het nu aan u”, drukt de ambtenaar door. „Waarom werd u nog steeds door hen mishandeld nadat zij wisten dat u onschuldig was?”

„Zij zijn zo”, verzucht Ali. „U kent hen niet goed genoeg.”

De IND wijst Ali’s asielaanvraag af. Hoe Ali’s littekens moeten worden verklaard, weet de IND niet, maar „in het licht van zijn eerdere ongeloofwaardige verklaringen kan geconcludeerd worden dat deze plekken niet het gevolg van martelingen zijn”.

De IND is de enige instantie die Ali niet gelooft. Volgens de VN, die hem een vluchtelingenstatus verleent, is sprake van „toegedichte politieke overtuiging”: de autoriteiten zíén Ali „als een persoon die het niet eens is met de Soedanese regering”. Het Nederlandse instituut voor Mensenrechten en Medisch Onderzoek (iMMO) concludeert op basis van foto’s dat Ali’s littekens „zeer karakteristiek” zijn voor sigarettenbrandwonden. De enige alternatieve verklaring is dat hij het zelf heeft gedaan, maar volgens het iMMO is het onwaarschijnlijk dat iemand zichzelf zeven keer zoveel pijn doet.

Lees ook deze reportage over een uitzetvlucht naar Albanië

Ook de Nederlandse huisarts Jankees de Ridder, die Ali begin 2015 ter plaatse onderzoekt op verzoek van diens advocaat, gelooft de jonge Soedanees. Die trilt als hij over de martelingen vertelt, herinnert De Ridder zich. Nog steeds zijn de brandwonden en een zwelling in de voet en knie zichtbaar en kampt hij met hoofdpijn, nachtmerries en herbelevingen.

De versies van Ali’s martelverhaal zoals hij dat aan de De Ridder, de VN, de IND en later aan NRC vertelt, komen sterk overeen. Wel varieert de detentieduur die hij rapporteert van tien dagen tot een kleine maand. Ali schrijft dat toe aan het feit dat hij opgesloten zat in een donkere kamer. Een lokale psychiater constateert in 2015 symptomen van een posttraumatische stressstoornis (PTSS), wat gepaard kan gaan met geheugenverlies en het incoherent navertellen van ervaringen.

De IND blijft erbij dat Ali’s wisselende verklaringen afbreuk doen aan zijn geloofwaardigheid en dat niet bewezen is dat Soedan verantwoordelijk is voor zijn verwondingen. De zaak komt voor de rechter, en die besluit de dienst te volgen.

III ~ Verdere toenadering

Als uitgeprocedeerde Soedanese asielzoekers in Nederland Ali’s verhaal horen, ontstaat paniek. Terwijl koningin Beatrix ambassadeur Yousif op voordracht van Buitenlandse Zaken-minister Frans Timmermans (PvdA) riddert in Den Haag – een onderscheiding die de omstreden diplomaat trots uitdraagt op zijn cv en op LinkedIn – dienen Soedanezen in mei 2013 bij Buitenlandse Zaken een petitie in tegen uitzettingen. Het ministerie neemt later dat jaar een passage over uitzettingen op in het ‘landenbericht’ over Soedan, het rapport waaraan de IND asielverhalen toetst. Volgens één bron worden afgewezen asielzoekers kort ondervraagd, volgens een andere kunnen zij „(ernstige) problemen ondervinden als de autoriteiten op de hoogte zijn van hun asielaanvraag”. Het aantal uitzettingen loopt vervolgens terug van zo’n vijf per jaar tot nul in 2016. Als in juli 2015 het volgende landenbericht verschijnt, is Ali’s herhaalde asielaanvraag afgewezen en de kritische passage alweer verdwenen. Volgens het ministerie lopen alleen terugkeerders gevaar die Soedan als bedreiging ziet.

Om de uitzettingen weer op gang te krijgen, volgen nieuwe diplomatieke inspanningen. In 2017 ontmoet de DT&V in Soedan meerdere chefs van de NISS. Een „succesvol bezoek in een goede sfeer”, blikt de DT&V terug. In oktober dat jaar wordt een Soedanese delegatie inclusief NISS-agenten rondgeleid in het detentiecentrum voor vreemdelingen in Rotterdam.

Soedan ontwikkelt zich in die jaren tot de belangrijkste EU-partner in het beteugelen van migratie uit onder meer Eritrea, Ethiopië en Somalië. Het land presenteert zich als regionale bemiddelaar en „vertegenwoordiger van de gematigde islam”, aldus een intern memo van Buitenlandse Zaken. Begin 2017 bespreekt een DT&V-delegatie in Soedan wat beide landen „voor elkaar kunnen betekenen”.

Lees ook over Omar al-Bashir Slinks trok hij alle macht naar zich toe

Soedan is zo een schoolvoorbeeld van wat de nieuwe migratieaanpak van Rutte III zal worden. Nederland wil met „positieve en negatieve prikkels” landen „bewegen tot het terugnemen van hun eigen onderdanen”, zetten de betrokken ministers in een Kamerbrief uiteen. Landen die niet meewerken met uitzettingen, worden diplomatiek benadeeld. Werken ze wel mee, dan investeert Nederland in bijvoorbeeld politie en studiebeurzen. Samen met de Europese Unie pompt Nederland zo honderden miljoenen euro’s in Soedanese grensversterking, vluchtelingenopvang en aanpak van mensensmokkel.

Intussen blijft Nederland bij Soedan aandringen op tijdelijke reisdocumenten voor uitzettingen, ook als internationaal nieuwe getuigenissen van mishandeling naar buiten komen. The Guardian, The New York Times en Waging Peace publiceren over uit Frankrijk, Jordanië, Italië en Israël teruggestuurde migranten die zijn vastgezet, gemarteld en in één geval zelfs gedood. Hun werd veelal verweten de reputatie van Soedan te hebben geschaad. In België leiden eind 2017 getuigenissen van zes uitgezette Soedanezen tot oproepen aan staatssecretaris Theo Francken (N-VA) om af te treden. Een van de pijnpunten: hij heeft de Soedanese autoriteiten uitgenodigd de nationaliteit van een groep migranten vast te komen stellen en wierp hen zo in de schoot van diezelfde autoriteiten. Soortgelijke ‘identificatiemissies’ gingen ook in Frankrijk en Italië vooraf aan verhalen over marteling en opsluiting. Nederland stond zo’n delegatie eveneens toe, maar die keerde onverrichter zake terug wegens verlopen visa, blijkt uit interne documentatie.

De rug van de uitgezette Samoal. Volgens onafhankelijk onderzoek gaat het om sporen van mishandeling. Foto privébezit

IV ~ De uitzetting van Samoal

De ophef in België valt samen met de uitzetting van Samoal in december 2017. Ruim een jaar eerder zocht de jonge schaapsherder bescherming in Nederland. Hij was Darfur ontvlucht omdat de Janjaweed hem wilde inlijven, vertelde hij de IND. Met de opbrengst van een aantal door zijn moeder verkochte schapen had hij een smokkelaar betaald en was hij naar Europa gevlucht. De dienst gelooft hem niet. Samoal is onduidelijk over zijn leeftijd en weet volgens de IND te weinig over zijn geboorteplaats.

De marechaussees die hem uitzetten, binden de tegenstribbelende Samoal in het vliegtuig vast met een ‘bodycuff’, aldus hun verslag, en leveren hem af bij de autoriteiten op vliegveld Khartoem. De marechaussees drukken de agenten op het hart dat Samoal „een zeer vriendelijke jongen” is, en vertrekken.

Samoal wordt dan naar eigen zeggen vastgezet en verhoord. Ook hem verwijten ze dat hij zijn land een slechte reputatie heeft bezorgd. Zo’n tien keer ondervragen en martelen de NISS-ondervragers hem, herinnert hij zich. Ze bewerken zijn rug met een zwarte plastic buis. Net als Ali krijgt Samoal een meldplicht en wordt hij geschopt, geslagen en vernederd als hij daaraan voldoet, zegt hij.

Anders is Samoals detentieplek. Hij zit opgesloten in een kleine lege kamer – geen bed of wc, alleen een betralied kijkraampje – in een non-descript gebouw van drie verdiepingen. Zijn omschrijving komt overeen met wat volgens onderzoek van de BBC uit 2019 geheime NISS-detentieplekken in Khartoem zijn. Soedanezen spreken van „geesthuizen”; gevangenen verdwijnen er en het geschreeuw van gemartelden kun je buiten horen.

Als Samoals verhaal tot Kamervragen leidt, voelt staatssecretaris Mark Harbers (Vreemdelingenzaken, VVD) zich genoopt te achterhalen wat er is gebeurd. Op 19 januari 2018 belt een IND’er met Samoal. Uit interne documentatie blijkt dat de verbinding slecht is en „steeds weer” wordt verbroken; netto spreekt hij Samoal „ongeveer 10-15 minuten”.

Soedanezen noemen die „geesthuizen” gevangenen verdwijnen er en het geschreeuw van gemartelden kun je buiten horen

Het is voor de IND voldoende om Harbers te adviseren de Soedanees niet te geloven. De ambtenaar hoorde wind door de telefoon en Samoal leek mensen te groeten, wat volgens de IND’er in tegenspraak is met zijn bewering uit angst veel binnen te blijven. Tegen NRC zegt Samoal dat hij tijdens het telefoontje op een binnenplaats bij een vriend was. Over marteling is hij nauwelijks gehoord.

Het minimale IND-onderzoek leidt tot verontwaardiging bij Amnesty International, die het iMMO inschakelt. De striemen op Samoals rug „moeten zijn ontstaan door een uitwendige, mechanische krachtsinwerking met een lang, smal en hard (eventueel elastisch) cilindrisch of rechthoekig voorwerp”, concludeert het instituut op basis van foto’s. Dat hij zichzelf heeft geslagen, is minder waarschijnlijk „gezien de wisselende locaties en richting en de benodigde krachtsinwerking”.

Amnesty kaart de zaak opnieuw aan bij Harbers, die het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) erop zet. Dat bevestigt in juni 2018 de conclusies van het iMMO, met de kanttekening dat de lage fotokwaliteit de beoordelingsmogelijkheden „aanzienlijk beperkt”. Gezien de plaats en oriëntatie, schrijft het instituut, „is mishandeling cq. marteling het meest waarschijnlijke criminalistische kader van causale toedracht”.

Dat een overheidsinstituut Samaols verhaal onderschrijft, wordt niet openbaar gemaakt. Amnesty krijgt te horen dat het NFI ook letsel heeft waargenomen, maar mag het rapport niet inzien. Eind augustus 2018 besluit Harbers dat een beleidswijziging of vervolgonderzoek „ondanks de resultaten” van het NFI niet nodig is. Volgens hem blijft staan dat Samoal een ongeloofwaardig asielrelaas had.

IV ~ De uitzetting van Ibrahim Morati

Belgisch onderzoek naar de daar uitgezette Soedanezen die zeggen mishandeld te zijn, leidt tot stevige conclusies. Niet over hun getuigenissen – volgens de onderzoekers zijn elementen „niet waarheidsgetrouw” – maar over de NISS. De veiligheidsdienst controleert uitgezette Soedanezen „systematisch”, zeker degenen zonder paspoort, schrijft het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS). Gezien de werkwijze van de NISS en de „bijzonder problematische” mensenrechtensituatie in Soedan moet uiterst voorzichtig worden omgegaan met terugkeer, aldus de Belgische asielautoriteit.

De NISS volgt Soedanezen ook in het buitenland, schrijft het CGVS, mogelijk via ambassadepersoneel. Dit is relevant voor Nederland omdat de ambassade in Den Haag Soedanezen zonder papieren interviewt voordat de DT&V hen uitzet. Omdat de IND dan al heeft geoordeeld dat de asielzoekers geen bescherming nodig hebben en veelal een rechter zich daarover boog, kan zo’n interview volgens de DT&V geen kwaad. De dienst speelt soms ook persoonlijke informatie door aan de Soedanese ambassade, zoals vermoedelijke geboorteplaats en namen van familie.

Als Ibrahim Morati zich eind 2018 bij de ambassade moet laten identificeren, zegt de consul al na een paar zinnen dat hij Soedanees is en dus terug moet, herinnert hij zich. Morati’s advocaat probeert de uitzetting – met de iMMO-bevindingen over Samoal in de hand – nog tegen te houden, maar de rechter volgt de IND in de visie dat het verband tussen Samoals „vermeende letsel en uitzetting” onbewezen is, onder meer omdat niet is vastgesteld wanneer de littekenfoto’s precies genomen zijn. Morati’s advocaat drukt hem op het hart te bellen zodra hij veilig geland is. Dat gebeurt niet. Een „onvoldoende concreet” signaal om in actie te komen, aldus DT&V’ers intern.

Morati is naar eigen zeggen op het vliegveld meteen vastgezet en ondervraagd. Waarom heeft hij Soedan verlaten? De NISS’ers noemen hem „slaaf”, herinnert hij zich later. Net als Samoals familie behoort Morati tot een stam uit Darfur die de Arabische machthebbers in Khartoem als ondergeschikt behandelen. Vergeefs probeert de NISS Morati te identificeren als oppositielid op foto’s van Soedanese demonstraties in Nederland.

Na een maand wordt hij naar een andere gevangenis gebracht. Met z’n vijftienen zitten ze in een cel van vier bij vier. Op willekeurige momenten schoppen en slaan de bewakers, zegt hij. Eén keer krijgt Morati een stoot met een geweerkolf in het gezicht. Uiteindelijk wordt hij samen met medegevangenen tewerkgesteld in Zuidoost-Soedan, waar hij na anderhalve maand ’s nachts weet te ontsnappen. Hij vlucht naar een buurland waar hij inmiddels onder een schuilnaam leeft.

Een gedeserteerde NISS-agent die in België asiel kreeg, bevestigt aan NRC dat Soedan dwangarbeid inzet tegen gevangenen. Deze Mubarak, die zijn desertieverhaal met onder meer een NISS-identificatiekaart staaft, kent vier gebieden waar dit gebeurt en noemt uit zichzelf de plek waar Morati zegt land te hebben bewerkt.

Mubarak onderschrijft ook andere beweringen van de Soedanezen die NRC sprak, zoals de marteling met sigaretten en het ‘geesthuis’. Elke buurt in Khartoem heeft wel zo’n huis; er zijn er twee- tot driehonderd, schat hij. Marteling legitimeert de NISS door gevangenen een gevaar voor de islam en dus voor Soedan te noemen, zegt Mubarak. Raak ze niet op het hoofd maar op het lichaam, werd hem geleerd, om gedoe bij sterfgevallen te voorkomen.

In Khartoem zouden burgers worden gemarteld in zogeheten ‘geesthuizen’. Foto David Degner/Getty Images

VI ~ De uitzetting van Musaab en Ezzedine

Na Morati zet Nederland in korte tijd nog zeker twee andere Soedanezen uit. Musaab komt uit Zuid-Kordofan, eveneens een conflictgebied. Hij vluchtte omdat hij was aangehouden bij een demonstratie tegen het regime, zegt hij, en verbleef zo’n twee jaar in Nederland. Aangekomen op het vliegveld van Khartoem slaan NISS’ers hem in het gezicht tijdens ondervragingen, zegt hij.

De uitzetting van de twintiger Ezzedine, die ruim acht jaar in Nederland woonde, proberen activisten tegen te houden. Zij boarden op 5 januari 2019 zijn vlucht en weigeren te gaan zitten tot hij het vliegtuig uit mag. Het werkt niet. De drie worden gearresteerd en het vliegtuig vertrekt, met Ezzedine aan boord.

Het leidt tot „een vloed van protestberichten” aan dat deel van de overheid dat – getuige interne mails – het meest begaan is met de uitgezette Soedanezen: de Nederlandse ambassade in Khartoem. Na Samoals uitzetting heeft de diplomatieke post Justitie verzocht haar van elke uitzetting op de hoogte te brengen. Toch gebeurt dit niet bij Ezzedine en moet ambassadeur Karin Boven via het netwerk van zijn asieladvocaat over de uitzetting horen. Boven vertrekt daarop naar het vliegveld – een hoogst ongebruikelijke stap –, volgens het uitzettingsverslag om erop toe te zien dat Ezzedine „vrije doorgang” krijgt in Soedan. Ze vraagt of hij taxigeld nodig heeft en geeft hem haar visitekaartje. Als duidelijk wordt dat Ezzedine nog bevraagd moet worden en dat dat nog wel even kan duren – het is dan na middernacht – verlaat Boven het vliegveld.

De NISS zet Ezzedine vast, herinnert hij zich later, en ondervraagt en mishandelt hem anderhalve dag. Ook hij krijgt een meldplicht, zegt hij. Als hij in april in 2019 verward aanklopt bij de ambassade, laat Boven hem de telefoon gebruiken om iemand in Nederland te bellen en geeft ze hem wat te drinken en wat geld. Verder, zegt ze, kan ze niet veel voor hem doen.

Het relaas van Ezzedine op de ambassade is soms warrig en tegenstrijdig, net als bij zijn advocaat Maartje Terpstra en tegenover NRC. Mogelijk is dit een gevolg van PTSS door eerdere traumatische ervaringen. Zo zegt hij na zijn vrijlating nogmaals vast te zijn gezet, maar dit is in strijd met andere informatie. Als Terpstra zegt dat zij weinig kan doen zonder bewijs en hij pas een poos later foto’s van verwondingen opstuurt, verbreekt zij het contact uit vrees dat hij geweld opzoekt om zijn zaak hard te maken. De advocaat twijfelt er niet aan dat hij anderhalve dag is vastgezet. Ze had twee mensen laten posten op het vliegveld. Een van hen zag dat de NISS Ezzedine meenam. Uren later was hij nog altijd spoorloos.

De uitzetting van Ezzedine leidt tot onenigheid tussen ministeries. Buitenlandse Zaken uit zijn ongenoegen omdat de ambassade geen seintje kreeg. Afgesproken wordt dat de DT&V van Justitie dit nu écht gaat doen, vanwege de „bijzondere gevoeligheden” rondom Soedanese zaken.

De ambassade informeert een week na Ezzedines aankomst naar een nieuwe geplande uitzetting. Die wordt uitgesteld en dan afgeblazen. Een tijdelijke uitzetstop volgt omdat de situatie in Soedan te onzeker is. Tussen december 2018 en april 2019 slaan veiligheidstroepen protesten tegen Bashirs bewind hardhandig neer.

VII ~ ‘Veilig genoeg’

Het momenteel geldende landenbericht over Soedan – verschenen in 2019 – besteedt meer aandacht aan de risico’s van uitzettingen. De NISS, schrijft Buitenlandse Zaken, ondervraagt terugkeerders „over hun uitspraken in het buitenland over Soedan”. Volgens bronnen ondervinden sommigen „intimidatie, detentie en mishandeling”, vooral als zij in meerdere risicocategorieën vallen, zoals mensenrechtenverdedigers, studenten en stamleden uit conflictgebieden. Eén bron zegt dat de veiligheidsdienst willekeurig handelt. Het ministerie noemt in het landenbericht ook Amnesty’s waarschuwing dat „reizen met tijdelijke reisdocumenten of een escorte” van marechaussees extra gevaar oplevert.

Lees ook deze reportage Het nieuwe Soedan is van en voor de Soedanezen

Justitie ziet geen reden het beleid te wijzigen: dat er na Ezzedine geen Soedanees meer is uitgezet, komt door de burgeropstand in Soedan en de coronapandemie. Geconfronteerd met de bevindingen van NRC zegt Justitie ook nu niet over te gaan tot een uitzetstop. Volgens het ministerie is het afgelopen decennium uit „beschikbare informatie” telkens gebleken dat Soedan „in algemene zin veilig genoeg is”.

De val van president Bashir heeft het politieke landschap in Soedan veranderd en de macht van de NISS – in ieder geval voor nu – sterk ingeperkt. Nog onzeker is hoe zowel veiligheidsdienst als land zich gaat ontwikkelen, zegt hoogleraar Alex de Waal (Tufts University). Dat een hervormde NISS volledig afstand neemt van de oude werkwijze is volgens de Soedan-expert onwaarschijnlijk. Nieuwe getuigenissen over geesthuizen bereiken hem nog steeds. En het NISS-kantoortje op het vliegveld van Khartoem? Dat, zegt een lokale bron, is nog steeds bemand.

Dit artikel kwam tot stand met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Met medewerking van Afrika-correspondenten Koert Lindijer en Bram Vermeulen.