Opinie

Politieke dealmakerij schaadde debat over gevolgen avondklok

Avondklok

Commentaar

Twee politieke crises – onvergelijkbaar, maar allebei van enorme omvang – lopen elkaar in de weg. De Toeslagenaffaire leidde tot de val van het kabinet en tot een discussie over het functioneren van politiek en rechtsstaat. Het demissionaire kabinet-Rutte III moet nu met de coronacrisis omgaan. Het was op zijn zachtst gezegd ongelukkig dat het kabinet in gehavende staat met misschien wel de ingrijpendste coronamaatregelen tot nu toe kwam. Het voornemen voor een avondklok en de inperking van het bezoek thuis hebben grote gevolgen, hoe begrijpelijk de maatregelen op zich ook zijn.

De Tweede Kamer kreeg een hoofdrol bij de avondklok. Het kabinet legde het besluit ter goedkeuring voor aan de Kamer. Dat was consequent: het kabinet had de Kamer in november beloofd dit niet op eigen houtje in te voeren. Maar het leidde tot een onaangename en onwenselijke vermenging van crisisbestrijding en politiek. De opstandige coalitiepartner D66 zag aanvankelijk niets in zo’n inperking van burgerlijke vrijheden. Daarop ging minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) elders een meerderheid bij elkaar sprokkelen. Linkse partijen kregen wat zíj graag wilden, zoals een inperking van het vliegverkeer. De avondklok werd uiteindelijk verplaatst van half negen naar negen uur. Compromissen zijn de kern van politiek, maar niet van crisisbestrijding. Lijsttrekker Lilianne Ploumen (PvdA) had gelijk toen ze deze „politieke ruilhandel” bekritiseerde. Met een inhoudelijke weging had deze deal niets te maken.

Te veel ging het deze week in Den Haag over meerderheden vinden, water bij de wijn doen, Haagse processen. In de afwegingen die partijen maakten, speelden de komende Tweede Kamerverkiezingen een rol. Geen partij wil in maart gezien worden als de partij die de coronacrisis had kunnen indammen op een cruciaal moment, maar dat niet deed. Aan zulke redeneringen heeft de burger niets. De Kamer werd van controleur tot ‘chef corona’ benoemd. Maar de verantwoordelijkheid ligt bij het kabinet, ook nu het door de val van Rutte III verzwakt is. Niet bij de deskundigen, niet bij de Kamer.

Een groot deel van het debat ging donderdag op aan het exacte tijdstip van de avondklok. Waar het veel minder over ging, waren de psychosociale gevolgen van de coronamaatregelen. Eenzaamheid, huiselijk geweld, onderwijsachterstanden, geestelijke nood – ook daar moet het kabinet oog voor hebben. Daar moet ook meer over gepraat worden. Op de dag dat de Kamer debatteerde over de avondklok, verscheen een rouwadvertentie van een scholier van het 4e Gymnasium in Amsterdam, die was omgekomen door een koolmonoxidevergiftiging in combinatie met drugs. Zijn ouders schreven over de scholier, Pepijn, dat hij „een levenslustige en nieuwsgierige jongen” was. „De lockdown-maatregelen verteerde hij slecht, hij miste contact en structuur. Hij zocht iets dat spannend was, maar waarvan zijn overmoedige puberbrein de consequenties niet kon overzien.” Pepijn werd terecht genoemd in de Kamer door Jesse Klaver (GroenLinks).

Voor de sociaal-emotionele gevolgen van de crisismaatregelen moet meer aandacht zijn. Het kabinet laat zich erop voorstaan naar deskundigen te luisteren. Adviezen van het Outbreak Management Team (OMT) zijn leidend, ook in de discussie over een avondklok. Maar het kabinet moet naast de medische ook de psychische en sociale effecten op langere termijn niet vergeten. Die plicht heeft de Tweede Kamer ook, zeker nu het parlement zo’n grote rol heeft gekregen. De politieke dynamiek rondom de avondklok voorkwam een debat over andere aspecten van de maatregel. Een gemis voor de burger, die nu wel een half uurtje langer buiten mag blijven.