Chris van Dam (CDA): „De afgelopen tien jaar was de fractie te behoudend en conservatief.”

Foto David van Dam

Interview

CDA-Kamerlid Chris van Dam: ‘Nederland is geen bananenmonarchie’

Chris van Dam | CDA-Kamerlid

Chris van Dam leidde de ondervragingen in de Toeslagenaffaire, maar kreeg een onverkiesbare plaats op de kieslijst.

In een fractie met Pieter Omtzigt, Martijn van Helvert en eerder Sybrand van Haersma Buma was hij nooit de meest opvallende parlementariër van het CDA. En net nu Chris van Dam afgelopen najaar politiek smoel heeft gekregen én landelijke bekendheid, besloot de partijtop hem voor de Tweede Kamerverkiezingen op een onverkiesbare plaats te zetten.

Nu wil Van Dam zich op eigen kracht terugvechten. „Ik kies voor de Omtzigt-route. Dat wordt knokken.”

Na het debat dinsdag met de demissionaire regering over de Toeslagenaffaire heeft Chris van Dam (57) zijn handen vrij om aan zijn persoonlijke campagne te werken. Hij was de voorzitter van de Parlementaire ondervragingscommissie kinderopvangtoeslag, die in november de openbare verhoren leidde van politieke en ambtelijke hoofdrolspelers.

Dat deed hij even strak als luchtig. „Het lijkt wel het wereldkampioenschap bestuurlijk onvermogen”, verzuchtte hij na de indringende vragenrondes met Mark Rutte, Eric Wiebes en Lodewijk Asscher. Het vernietigende rapport van de Commissie-Van Dam leidde vorige week tot de val van het kabinet-Rutte III.

Als dank zet de partij u op een onverkiesbare plek…

„Ik bekijk dit soort processen met een opgewekte vrolijkheid, dus ik ben er geen moment zuur over geweest of verbitterd of boos. Politiek is een vak waaraan enige hardheid niet vreemd is – dat wist ik van tevoren.”

Wat is voor u de belangrijkste les van de Toeslagenaffaire?

„Formeel was het geen onderdeel van ons onderzoek, maar ik vind het essentieel dat het parlement als medewetgever in de spiegel kijkt. Ik ben blij dat alle collega’s, op Wilders na, dat dinsdag in het debat hebben gezegd.

„De Tweede Kamer – de Eerste trouwens ook – moet zich echt afvragen: hoe kan het dat we wetgeving hebben gemaakt die eraan heeft bijgedragen dat we door de bodem van de rechtsstaat zijn gezakt? In onze wetten moeten echt bepaalde minimale juridische rechtstatelijke principes zitten.”

Uw fractiegenoot Pieter Omtzigt noemde Nederland op dit punt een ‘bananenmonarchie’. Eens?

„Kijk, er is echt iets fundamenteels mis gegaan in de bescherming van burgers in onze rechtsstaat. Maar ik vind dat minder gelukkig geformuleerd. Nederland is geen bananenmonarchie.”

Was dat niet typisch een uitspraak om klagende kiezers te bedienen?

„Als iemand daar staat die zelf niks heeft gedaan om het lek boven te krijgen, dan denk ik: wat is dit voor geschreeuw? Maar Pieter Omtzigt heeft laten zien dat hij de rechtvaardigheid dient. Als hij zoiets in de microfoon zegt, vind ik dat niet een populistische uiting. Hij roept het ook vanuit zijn emotie, hè. Maar nee, ik zelf zeg die woorden niet na.”

In de Toeslagenaffaire hamert Omtzigt op de gebrekkige informatievoorziening door het kabinet aan het parlement. Heeft hij daar een punt?

„Zeker, maar je kunt niet zeggen: alleen al die ministers en al die ambtenaren hebben de signalen over misstanden bij de fraudebestrijding niet gehoord. De Kamer deed dat zelf óók niet. Wij hadden ook eerder kennis kunnen nemen van de signalen van burgers die brieven schreven. Sorry, maar het kan niet de bedoeling zijn dat we onze controletaak laten afhangen van de informatievoorziening van het kabinet. Ik zit ook niet alleen maar te wachten op brieven van Grapperhaus.”

Toen het CDA hem plek 24 op de lijst aanbood, wilde Chris van Dam zich in eerste instantie terugtrekken. „We stonden toen op dertien zetels in de peilingen. Het partijbestuur vond het een mooie plek, wellicht zijn ze iets optimistischer dan ik over het aantal zetels dat we gaan halen.” Dat hij later toch besloot een plek onderop de lijst te accepteren, om op eigen houtje voorkeursstemmen te gaan veroveren, is omdat er anders geen jurist op de lijst zou staan, zegt hij. „Ik vind dat in onze fractie een aantal portefeuilles in elk geval vertegenwoordigd moet zijn, waaronder justitie.”

En, zegt Van Dam, omdat hij het sociaalchristelijke geluid wil blijven vertegenwoordigen. „In het boeket dat onze fractie is, moeten ook die bloemen voorkomen. De laatste tien jaar was het wat eenzijdig samengesteld.”

Wat bedoelt u daarmee?

„De fractie was te behoudend en conservatief. Ik zit wat meer aan de progressieve kant. Kijk, ik heb núl behoefte om mezelf vanuit een moral high ground neer te zetten. De bestaansreden van de partij is die verbindingsfunctie in het midden van de samenleving. Daar heeft het land behoefte aan. En óók onze partij.”

Ik zit ook niet alleen maar te wachten op brieven van Grapperhaus

In een brief die Van Dam stuurde aan potentiële donateurs voor zijn voorkeurscampagne schrijft hij onder meer campagne te willen voeren met „een realistisch asiel- en migratiebeleid, inclusief barmhartigheid die ons en ons land sieren”.

In de CDA-fractie staat Van Dam bekend als het Kamerlid dat zich laat horen over vluchtelingen. Hij was het die als eerste in een fractievergadering begon over een uitgeprocedeerd Armeens gezin dat eind 2018 schuilde in een kerk in zijn eigen wijkgemeente in Den Haag om niet uitgezet te worden. Niet lang daarna pleitte het CDA in de coalitie voor een ruimer kinderpardon – dat kwam er uiteindelijk ook.

Is het barmhartig een quotum te stellen op het aantal vluchtelingen dat Nederland opvangt?

„Je kunt op vluchtelingen geen quotum stellen. Net zoals de politie niet kan zeggen, zoals een paar jaar geleden: we doen nog maar een bepaald aantal verkrachtingszaken per jaar.”

In het verkiezingsprogramma van het CDA staat wel dat er ‘concrete migratiedoelstellingen’ moeten komen.

„Volgens mij geldt dat voor andere mensen dan vluchtelingen: arbeidsmigranten. Kijk naar hoe er gesproken wordt over Moria en eerder het kinderpardon – jongens, de moraliteit en de humaniteit moeten het uiteindelijk winnen van de bedrijfsmatige benadering.”

Lees ook: De overheid als geheel heeft gefaald bij Toeslagenaffaire

Er staat: „Concrete doelen voor arbeidsmigranten en vluchtelingen dienen als basis voor een effectievere aanpak en organisatie van de opvang en integratie.’’

„Dat lijkt me buitengewoon ingewikkeld voor echte vluchtelingen. Als iemand in een bootje bij IJmuiden aanspoelt, dan kun je niet zeggen: sorry, u bent nummer 15.001, we vangen er maar 15.000 op. Bij arbeidsmigranten heb ik er geen enkele moeite mee om een norm te stellen om daarna te zeggen dat het vol zit. Maar bij echte vluchtelingen uitdrukkelijk wel.”

Het CDA is van lijsttrekker gewisseld. Denkt Wopke Hoekstra anders over dit thema dan Hugo de Jonge?

„Ik denk dat Wopke iets economischer naar de wereld kijkt. En Hugo... Ze komen uit andere werelden en andere nesten. Wat maakt het uit? Mijn verantwoordelijkheid is óók mee te doen en in de klankkast achter de partijleider ook dat andere signaal te geven.”

Dus u hoeft het met deze leider niet eens te zijn?

„Leg mij uit waar iedereen het altijd met elkaar eens is.”

In een fractie. In een regeringscoalitie. Dat is wel zo handig voor eenheid van beleid en van bestuur.

„Mijn standpunt komt niet altijd door in de fractie. Maar de waarde is: als je met elkaar al die verschillende geluiden laat horen, zal er uiteindelijk iets veranderen in ons gezamenlijke standpunt. Zie het kinderpardon.”