Opinie

In 2021 stralen de sterren niet meer boven het Kremlin

Jarenlang had het Kremlin alles mee, met dank aan Trump en een tandeloos Europa. Het komende jaar wordt minder rooskleurig, denkt .

Hubert Smeets

Schokkend nieuws uit Rusland. Deze week ging alle aandacht naar Navalny’s arrestatie door hetzelfde regime dat hem in augustus wilde laten vermoorden, en naar Navalny’s door tientallen miljoenen bekeken film over de wansmaak waarmee Poetin zijn paleis aan de Zwarte Zee heeft gedecoreerd. Toch blijft het schokkend dat het Kremlin medio december een prijsstop heeft afgekondigd op brood en een aantal levensmiddelen.

De regering is kennelijk zo bang voor onvrede dat ze haar toevlucht heeft gezocht in een paardenmiddel dat herinnert aan de lange rijen ten tijde van het communisme. Tot 1 april mag een kilo suiker in de winkel niet meer kosten dan 45 roebel (50 eurocent) en een liter zonnebloemolie maximaal 105 roebel (1,15 euro). Zelfs de uitvoer van graan wordt aan banden gelegd.

Anders dan onder Brezjnev is Rusland nu een graan-exporterend land, tot de trots van Poetin, maar tot 1 juli mag er niet meer dan 17,5 miljoen ton naar het buitenland worden verscheept. De regering hoopt zo de inflatie af te remmen. In 2020 werd suiker circa 70 procent duurder, boekweit 40 procent, olie 24 procent en bloem 13 procent.

Dat de maximumprijzen en exportbeperkingen omzeild zullen worden – de Russische markt is meedogenloos – is van later zorg. Het motief voor de prijscontrole is vooral politiek. Gewone burgers moeten het gevoel krijgen dat de patroon in het Kremlin zich om hen bekommert. Al vijf jaar zitten ze op de nullijn of daaronder. Voor de annexatie van de Krim in 2014 hadden Russen 10 procent meer te besteden dan nu.

Het blijft niet bij de spiraal van lagere lonen en hogere prijzen. Ook corona weet van geen wijken. Dat Rusland hard is getroffen door de pandemie, is Poetin niet euvel te duiden. Pijnlijk is wel dat Rusland het, in weerwil van zijn bravoure, helemaal niet zoveel beter voor elkaar heeft dan de rest van de wereld.

Lang speelde het Kremlin niettemin mooi weer, maar eind vorig jaar kon dat niet meer. In de crematoria wachtten rouwenden uren in de rij, omdat de doodskisten in de file stonden. Nadat het bureau voor statistiek Rosstat over de eerste elf maanden van 2020 een oversterfte van liefst 230.000 doden had berekend, een groei van ruim 13 procent, moest ook de regering toegeven dat er niet 55.000 mensen, zoals eerder beweerd, maar waarschijnlijk meer dan 186.000 Russen aan het virus waren gestorven.

En dan moet Poetin dit najaar ook nog eens de parlementsverkiezingen naar zijn hand zetten. Terwijl tegelijkertijd de dappere durfal Navalny hem vanuit de cel brutaal uitdaagt en zo het beeld schept dat Poetin, in vergelijking met hem, een bang mannetje is.

Alle registers zullen dit jaar vermoedelijk opengaan om de Doema voor het Kremlin te behouden. Zo voorspelde de radicaal poetinistische politicoloog Sergej Markov twee weken geleden al dat Amerikaanse en Britse geheime diensten, geholpen door allerlei stichtingen en denktanks, rond de Doemaverkiezingen van 19 september vanuit een hoofdkwartier in Praag een Majdan-oproer in Rusland zullen organiseren.

Angst zaaien, is de kerntaak van complotdenkers. Maar of deze paranoia-politiek nog werkt? Prognoses zijn, zoals altijd in Rusland, hachelijk. Maar dat het jaar 2021 voor Poetin lastiger wordt dan 2020 is geen boude voorspelling.

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.