Iedereen blijft zitten - zes oplossingen voor leerachterstanden

Leerachterstand Hoe kunnen de leerachterstanden die kinderen oplopen tijdens lockdowns worden ingelopen? Zes mogelijke oplossingen van zeven deskundigen. „Stop met zogenaamd progressief onderwijs.”

Desolaat schoolplein in coronatijd. Binnen wordt keihard gewerkt om het online onderwijs op peil te houden.
Desolaat schoolplein in coronatijd. Binnen wordt keihard gewerkt om het online onderwijs op peil te houden. Foto Merlin Daleman

Om met het slechte nieuws te beginnen: niet álle schade die leerlingen in het basisonderwijs de afgelopen tien maanden hebben opgelopen, is te repareren. De achterstanden zijn fors, zegt socioloog Thijs Bol van de Universiteit van Amsterdam. „We hebben het nu over máánden waarin kinderen niet of nauwelijks naar school konden. En het is maar de vraag of ze in februari weer mogen.”

Bol, die onderzoek doet naar de gevolgen van de coronacrisis bij kinderen, weet dat zijn boodschap „zwartgallig” is, maar het is wat het is: leerachterstanden loop je moeilijk in. Bovendien is de schade ongelijk verdeeld. Als iedereen een stap achteruit doet, is er niet zoveel aan de hand, zegt Bol. „Het probleem is dat sommige leerlingen de afgelopen maanden twee stappen achteruit zijn gegaan en anderen hooguit een voetje. Dat trek je niet zomaar recht. De meest kwetsbare kinderen houden hier blijvende littekens aan over.”

Lees ook: Is schoolsluiting de schade aan kinderen waard?

Om de schade zoveel mogelijk te beperken, moet er nú ingegrepen worden, zeggen de zeven wetenschappers, schoolleiders en beleidsmakers die door NRC werden gevraagd naar oplossingen.

Een zak geld – demissionair onderwijsminister Arie Slob (ChristenUnie) stelde al ruim een half miljard beschikbaar om achterstanden weg te werken – is niet genoeg. Deze oplossingen kunnen wél helpen.

1 Kom nú in actie

De wethouders onderwijs van de vier grote steden schreven het vorige week in een brief aan Slob: er moet een nationaal plan komen om achterstanden in het onderwijs weg te werken. „We hebben een OMT ingericht voor de medische kant van corona, er moet iets soortgelijks komen voor het onderwijs”, zegt Marjolein Moorman, onderwijswethouder in Amsterdam. Het belangrijkste daarbij is: regie. Er is geld om de leerachterstanden weg te werken, maar iedere school kan dat geld naar eigen inzicht inzetten. Dat werkt niet, zegt Thijs Bol. „Je kunt als overheid niet volstaan met zeggen: hier is geld, succes ermee. Welk probleem vraag je aan scholen om op te lossen? Wil je dat ze alle leerachterstanden aanpakken of de groeiende ongelijkheid?”

Deze crisis vergt leiderschap en daadkracht, vindt Moorman. „We moeten nú aan de slag. De levens van de kinderen zijn nu! Laat zien dat je het belangrijk vindt.”

2 Verbeter online onderwijs

Het is een open deur, maar toch: goed online onderwijs kan de kans op achterstanden bij leerlingen verkleinen en zelfs voorkomen. Interactie is cruciaal, zegt Inge de Wolf, inspecteur bij de Onderwijsinspectie en hoogleraar onderwijssystemen aan de Universiteit Maastricht. Wie voor de camera zit en de tijd volpraat, is de aandacht van leerlingen in no time kwijt.

Een andere cruciale factor: geef duidelijke instructies. Laat leerlingen oefenen en controleer daarna of ze de stof echt begrijpen. Doe dat in kleine groepjes, zegt Irene van der Spoel, docent en onderzoeker online leren aan de Hogeschool Utrecht. „Met maximaal zes leerlingen kun je online nog echt een gesprek voeren.” Van der Spoel maakte tijdens de eerste lockdown een stappenplan voor online onderwijs. Dat begint met de basis: kan iedereen meedoen en weet iedereen wat er moet gebeuren? Stap twee: begin laagdrempelig. „Dus niet meteen vragen stellen over de stelling van Pythagoras, dan durft niemand als eerste te spreken.” En, tipt Van der Spoel: betrek leerlingen bij de les. Noem hun namen en geef complimentjes. Daardoor voelen leerlingen zich aangesproken en betrokken.

Lees ook: ‘Ik ga vanuit bed direct naar het scherm’

Trek de teugels strak aan, zegt Paul Kirschner, emeritus hoogleraar onderwijspsychologie. „Dit is juist niet de tijd om leerlingen vrij te laten. Stop met zogenaamd progressief onderwijs en leuke extra’s en richt je op de basis: goed leren lezen en rekenen.”

Strakke regels helpen, merkt Sarah Bergsen, schoolleider van basisschool ’t Palet in Heeswijk-Dinther. „Niet op je bed liggen, bijvoorbeeld, maar netjes achter je bureau met een koptelefoon.

„Dat is ook fijn voor ouders”, zegt Bergsen. „Die zeggen: doordat jullie zoveel structuur bieden en duidelijke instructies geven, gaat het thuisonderwijs veel beter.”

3 Geef gericht bijles

Zomerscholen, extra lessen: bijspijkeren helpt. Maar, waarschuwt Inge de Wolf: het werkt alleen als het specifiek gericht is op de leerachterstanden . Het heeft geen zin om de hele klas bijles te geven.

Er bestaan bijlesprogramma’s die „extreem effectief” zijn, zoals High Dosage Tutoring, een intensieve lesmethode waarbij speciale trainers een op een met leerlingen werken. De Wolf: „We weten door een aantal pilots dat leerlingen met leerachterstanden daarmee driekwart niveau hoger kunnen halen, dus het verschil tussen vmbo of havo.” Nadeel: het kost 5.000 euro per leerling per jaar, omdat het zo arbeidsintensief is. Al zijn er volgens De Wolf inmiddels ook goedkopere versies die mooie resultaten laten zien.

Leeg schoolplein in Heusden
Foto Merlin Daleman
Leeg schoolplein in Den Bosch
Foto Merlin Daleman
Vught.
Foto Merlin Daleman
Lege schoolpleinen.
Foto’s Merlin Daleman.

Sarah Bergsen, schoolleider van basisschool ’t Palet in Heeswijk-Dinther, gebruikte het geld van Slob voor een lesmethode om rekenachterstanden in de school aan te pakken. Bergsen: „Het zou leerlingen al binnen zes weken een enorme boost moeten geven. Belangrijk, want wie niet goed leert rekenen, blijft daar z’n leven lang last van houden.”

4 Verleng het schooljaar

Waarom houden we niet op met doen alsof het een gewoon schooljaar is waarin alle kinderen precies dezelfde stof in precies dezelfde tijd moeten leren? Als ze er wat langer over mogen doen, lopen ze de achterstanden vanzelf in.

Eva Naaijkens, schoolleider aan de Alan Turingschool in Amsterdam, ziet verlenging van het schooljaar als een manier om meer rust te brengen. „De oplossing voor de leerachterstanden wordt nu vooral gezocht in extra onderwijstijd, in een verlenging van de dag. Daar word ik wanhopig van. Het ís al zo’n krankzinnig drukke tijd voor iedereen. Het zou voor iedereen goed zijn als we zeggen: even het gas eraf.” Haar voorstel: laat het nieuwe schooljaar voor kinderen die het nodig hebben in januari beginnen in plaats van in september. „ Onderaan de streep doen kinderen dan wat langer over hun schooltijd, maar hoe erg is dat?”

Paul Kirschner gaat nog een stapje verder: een jaartje zitten blijven is ook een optie. „Wat is een jaar op twaalf tot zestien jaar onderwijs? Maar het onderwijsbeleid moet daar wel op afgestemd worden, anders is het niet uit te voeren.”

5 Ga later selecteren

Door corona is de discussie over de vroege selectie in het Nederlandse onderwijs weer losgebarsten. Waar de meeste landen leerlingen pas rond hun vijftiende selecteren voor vervolgonderwijs, gebeurt dat in Nederland al in groep 8.

Stel dat moment uit, bepleit Marjolein Moorman, al jaren fervent voorstander van latere selectie. Het geeft kinderen die een leerachterstand hebben opgelopen meer tijd om de schade in te halen. En het is een manier „om de stress uit het systeem” te halen. Onderwijs is een wedstrijd geworden, vindt Moorman, waarbij je al op 11-jarige leeftijd hoort hoe je gescoord hebt. Door te investeren in ‘brede brugklassen’, waarbij leerlingen pas na de derde klas uitwaaieren naar vmbo, havo of vwo, geef je laatbloeiers en kwetsbare kinderen een eerlijker kans.

Tot het zover is, adviseert de PO-raad, de vereniging van basisschoolbesturen, om dit schooljaar ‘kansrijk te adviseren’: scholen bij het geven van de adviezen voor het voortgezet onderwijs twijfelen tussen vmbo of havo, zou gekozen moeten worden voor het hoogste niveau „om kwetsbare kinderen het voordeel van de twijfel te geven”.

Lees ook: Geen quick fix voor leerachterstand

Prima plan, vindt Thijs Bol. Maar je verschuift het probleem. „Als een leerling een hoger advies krijgt, betekent dat níet automatisch dat die meer kan. Dus áls je dit doet, moet je voldoende ondersteuning bieden in het voortgezet onderwijs en scholen niet afrekenen op leerlingen die het niet redden.”

6 Hoera voor Sesamstraat

Tot slot: wie is er niet groot geworden met Sesamstraat of Het Klokhuis? De BBC biedt sinds kort lessen aan voor leerlingen die thuis geen internet hebben. Nederland heeft al jaren Schooltv, een website met lesmateriaal en dagelijkse tv-programma’s voor leerlingen van verschillende leeftijden. Helpt het als kinderen daar meer naar kijken? Dat kan, denkt Thijs Bol. Hij wijst op onderzoek naar het effect van de introductie van Sesamstraat op de leerprestaties van kinderen in de Verenigde Staten. Conclusie: kinderen werden beter in rekenen en spelling door naar het programma te kijken. Bol: „Zeker kinderen die thuis weinig Nederlands horen, hebben baat bij Schooltv. Maar het blijft een lapmiddel. De oplossing begint bij echte les van een goede docent.”