Recensie

Recensie Boeken

Enclave aan het IJ waar bijna Amsterdam Airport had gelegen

Boek Schellingwoude Schellingwoude kent een bewogen geschiedenis met zijn langdurige strijd tegen het water. Een fraai geïllustreerd boek verhaalt over zowel het prille begin van de stille enclave aan het IJ, als de huidige zorgen over de torenhoge hoogbouw in de Sluisbuurt.

Schellingwouderbrug over het Buiten-IJ, 1991. Rechtsonder de haven met woonschepen, de wijk Liergouw en het pand waar nu restaurant Landmarkt zit. Aan de overzijde Zeeburgereiland waar nu de nieuwbouw van de Sluisbuurt verrijst.
Schellingwouderbrug over het Buiten-IJ, 1991. Rechtsonder de haven met woonschepen, de wijk Liergouw en het pand waar nu restaurant Landmarkt zit. Aan de overzijde Zeeburgereiland waar nu de nieuwbouw van de Sluisbuurt verrijst. Foto Wout Berger

Zigzaggend over het voetpad dat over de Oranjesluizen gaat, kom ik aan bij Schellingwoude, het dijkdorp pal aan de overkant van het IJ. De ranke toren van het witte kerkje steekt boven de lintbebouwing uit. Rechts de gebogen lijn van de rode staalconstructie van de Schelingwouderbrug uit 1957, destijds de langste brug van ons land. Van oudsher was er ook een pont naar Schellingwoude, reden dat tal van Amsterdammers een zondagse vaartocht ondernamen naar de overzij met enkele aan het water gelegen etablissementen met terras, zoals Bondscafé Kreetz, later Zeezicht, of café Stad en IJzicht.

In het rijk geïllustreerde boek Schellingwoude – leven op de scheiding van water en land komt de geschiedenis van het dorp tot leven. Deze uitgave van Stichting Historisch Centrum Amsterdam-Noord biedt een thematisch geordend overzicht waarin tal van aspecten aan bod komen, zoals de allervroegste geschiedenis, de watersnood van 1916, de volkstuinen en het verenigingsleven, de zeilclub, de scholen, de Duitse bezetting, de kerk als baken van het dorp, de Zeeburgertunnel, de vaartuigen en pontveren, de huizen en een mooi hoofdstuk dat heet ‘Het dorp als muze’. Vanzelfsprekend krijgen de spectaculaire aanleg van de Oranjesluizen aan het eind van de negentiende eeuw en de Schellingwouderbrug, gespannen over het Buiten-IJ en ook ‘de boog van staal en steen’ genoemd, volop aandacht.

Buslijn 152 in Landelijk Noord, omstreeks 1960.

Aanvankelijk woonden de boeren en vooral vissers van Schellingwoude meer landinwaarts, in de polders, maar geleidelijk nam de vernatting toe en betrokken zij de Waterlandse Zeedijk. Dit patroon zien we bij meer dorpen in Noord-Holland. De eerste vermelding van de naam Schellingwoude dateert uit 1276, een jaar nadat Amsterdam ofwel ‘Aemstelledam’ voor het eerst schriftelijk werd genoemd. De dorpsnaam varieert en heet ook Scellincwoude (1316) en Scillincwoude (1406). Het tweede deel ‘woude’ betekent ‘vochtig bos’ maar over de betekenis van ‘schelling’ zijn de meningen verdeeld. Sommigen lezen er geschil of twist in – want de Schellingwouders waren nogal koppig van aard –, anderen zijn van mening dat het scheiding betekent, dus een „moerasbos op de scheiding van water en land”. Maar dat bos bestaat niet meer, dat is bij een overstroming in 1421 verdwenen.

Al in 1830 ontstonden er plannen om het IJ te overbruggen en zelfs te ondertunnelen

Strijd tegen het water

Dat brede water van het IJ en het dreigende, weidse water van de toenmalige Zuiderzee bepalen het bestaan van Schellingwoude. Al in 1830 ontstonden er plannen om het IJ te overbruggen en zelfs te ondertunnelen, het begin van een fascinerende Amsterdamse geschiedenis van de strijd tegen het water. Als in 1877 de Amsterdamse grenzen in noordelijke richting opschuiven ligt het IJ binnen de gemeente en wordt de vaste verbinding met Noord een zaak van de stadsbestuurders.

Bezichtiging van Schutsluit Willem I bij Tolhuistuin tegenover Centraal Station, omstreeks 1900.

Hele IJsselmeer droogleggen

Plannenmakers in de negentiende eeuw wilden het IJ achter het Centraal Station dempen. Andere visionairen wensten, na aanleg van de Afsluitdijk in 1933, het gehele IJsselmeer droog te leggen. Dan waren alle gevaren en problemen die met het water samenhingen op slag verdwenen. Geen bruggen, geen sluizen, geen gesteggel over de oeververbinding tussen het centrum van de stad en Noord – dat zoals iedereen weet tot op heden voortduurt. En mocht er in de jaren dertig van de vorige eeuw een spoorbrug bij Schellingwoude komen, zoals het plan luidde, dan was Amsterdam-Noord „uit zijn betrekkelijke isolatie verlost”.

Maar eerder voltrok zich vlak voor Schellingwoude een waterstaatkundig wonderbouwerk: de aanleg van de Oranjesluizen. Terecht wijdt het boek er een uitvoerig hoofdstuk aan, voorzien van schitterende foto’s en op prachtige wijze als een beeldverhaal vormgegeven. Amsterdam was tot aan de opening van het Noordhollandsch Kanaal (1824) voor de handel volledig afhankelijk van de Zuiderzee. Maar die is grillig en onberekenbaar, de geulen veranderen telkens en zand- en modderbanken verhinderden de vrije doorvaart. Er moet iets wezenlijks gebeuren „wil Amsterdam niet een dood Zuiderzeestadje worden”.

Uitspanning en theetuin van Blok, vóór 1940, op de achtergrond de huizen van de Wijkergouw.

In het begin van de negentiende eeuw zijn stads- en landbestuur én koning Willem III zover dat besloten wordt tot aanleg van sluizen bij Schellingwoude. Dit modernste sluizencomplex ter wereld werd geopend in 1872. Min of meer gelijktijdig wordt er gewerkt aan de aanleg van het Noordzeekanaal, zodat de grootste stoomschepen van die tijd de haven van Amsterdam kunnen bereiken, want daar was het natuurlijk allemaal om te doen.

De aanleg van de sluizen bij Schellingwoude heeft een enorme invloed op het stille, geïsoleerde dijkdorp. Er ontstond een import van arbeiders en na de voltooiing kwamen er beroepen bij als sluisknecht, sluisbaas, sluiswachter, stoker en machinist voor het stoomgemaal dat de deuren bediende. Aanvankelijk was er veel tegenslag, zodat men sprak van „de put bij Schellingwoude”. Want „de wateren van het IJ hadden den strijd zoo spoedig niet opgegeven” en zij woelden tijdens een hoge vloed de palenrijen los, die waren geslagen om de bekisting van de sluizen mogelijk te maken. De fotoreportage van de aanleg laat zien hoe de sluizen opgemetseld worden.

Schellingwouderbrug bij avond, 2020. Foto Philipp van Ekeren

Met de komst van de Schellingwouderbrug werd het dorp helemaal betrokken bij grote broer Amsterdam. Van de 420.000 personenauto’s die Nederland dan telt, rijden er op een zomerse zondag 29.340 over de twee vaste oeververbindingen over het Noordzeekanaal, die van Velsen en van Schellingwoude.

De verbinding tussen het dorp en Amsterdam loopt als een rode draad door het boek. Bij de komst van streekbussen in Landelijk Noord was er veel protest van de dijkbewoners: het servies rinkelde als een te zware bus langskwam en de smalle dijk begaf het bijna, er kwamen scheuren in muren en het wegdek. Dit had tot gevolg dat de firma DAF in 1964 een speciale bus ontwierp, een rode, die slank en licht was. Deze reed tot de jaren negentig.

Watervliegtuigen

Schellingwoude komt uit dit boek naar voren als een dorp met een bewogen verleden en een sterke oriëntatie op alle vormen van vervoer, niet alleen over het water en over de weg, maar ook door de lucht. Op het voormalige baggerdepot Zeeburgereiland vestigde de marine in 1917 het basisvliegkamp Schellingwoude, dat tot in de jaren vijftig als militair vliegterrein in gebruik blijft. Het waren vooral watervliegtuigen die destijds werden ingezet, want de gedachte was dat er bij het waterrijke Schellingwoude altijd wel gestart en geland kon worden. Gevechtsvliegtuigen, zeebommenwerpers en verkenningsvliegtuigen deden het vliegkamp aan. Even speelde men met de gedachte bij Schellingwoude een fabriek te bouwen voor zogenoemde ‘landvliegtuigen’, want die hebben de toekomst. Maar uiteindelijk liepen de plannen voor een internationale luchthaven op niets uit en viel de keuze op Schiphol. Het had dus niet veel gescheeld of bij Schellingwoude had Amsterdam Airport gelegen.

De diverse auteurs hebben een ongekende hoeveelheid bijzondere verhalen opgetekend, zoals deze over de watersnoodramp van 1916 toen de Zeedijk bij Uitdam het begaf onder het geweld van de golven van de Zuiderzee. Geheel Waterland stroomde over, tot aan Edam, Purmerend en Zaandam toe. „Waterlanders, bepakt en bezakt met karren en kinderwagens, lopen in de richting van de stad”, schrijft het boek. Vee verdrinkt, koeien worden in de kerk van Schellingwoude in veiligheid gebracht. Op 15 februari 1916 brengen koningin Wilhelmina en prinses Juliana een bezoek aan het getroffen gebied.

Het schutten van de Hollandia Boot in 1900 in de Oranjesluizen.

Schellingwoude werd al vroeg ontdekt door kunstenaars. Hendrik Avercamp en Rembrandt van Rijn beeldden in de zeventiende eeuw het dorp af. Vooral de pentekening van Rembrandt kort na 1651 vanaf de Diemerdijk is een ragfijne evocatie van een kerkdorp aan breed water. Dichters en schrijvers als Nescio, Ida Gerhardt en Ivo de Wijs vingen het in woorden, Louis Davids bezong het. Mooi zijn de versregels van De Wijs: Op zondag wandel ik met jou/ Van Nieuwendam naar Schellinwou/ Langs het lange lint van huizen/ Naar de sluizen.

Maar wat ligt er in het verschiet van die stille enclave? Recht ertegenover verrijst de torenhoge hoogbouw van de Sluisbuurt, zoals de auteurs met zorg schrijven. En dat kan „het dorp ingrijpend veranderen”.

Schellingwoude – leven op de scheiding van water en land, diverse auteurs. Uitgegeven door Stichting Historisch Centrum Amsterdam-Noord, 233 blz. Prijs € 25,-. Inl: hcan.nl

●●●●

Naschrift redactie: In een eerdere versie van dit artikel was de bovenste luchtfoto foutief gedateerd (het jaar 2012). De foto blijkt echter gemaakt te zijn in 1991. Dat is inmiddels aangepast.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.