De Zwitsers hebben last van wat ze zelf ‘Brexit-nijd’ noemen

Handelsakkoord Zwitserse politici staan, vanwege het Britse handelsakkoord, onder grote druk om opnieuw met EU te gaan onderhandelen.

Een koe in het Zwitserse dorp Habkern. Bern wil opnieuw met Brussel praten over het handelsakkoord.
Een koe in het Zwitserse dorp Habkern. Bern wil opnieuw met Brussel praten over het handelsakkoord. Foto Christiane Oelrich/dpa

De inkt van het Brexitakkoord was eind december nog amper droog, toen de Zwitserse krant Tages-Anzeiger een opmerkelijk commentaar publiceerde. Dit was een historisch moment, schreef de krant. Niet alleen voor het Verenigd Koninkrijk, maar ook voor Zwitserland: „Eindelijk, na jaren van isolement middenin Europa, zijn wij nu ook vrijer geworden. Nooit meer staan wij alleen tegenover de EU, maar met Groot-Brittannië is er nu een reus nabij die dezelfde belangen nastreeft als wij, het dwergje achter de zeven bergen.”

De auteur, oud-hoofdredacteur van de Basler Zeitung Markus Somm, maande de Zwitserse regering om met het Brexitakkoord in de hand naar Brussel te gaan en twee dingen te eisen die de Britten wel hebben gekregen, en de Zwitsers tot nog toe niet.

Het eerste is dat bij geschillen met de EU de ‘vreemde rechters’ van het Europese Hof van Justitie er niet worden bijgehaald. Het tweede wat de Britten binnensleepten is dat ze de regels op de Europese interne markt niet automatisch hoeven te volgen.

Dit maakt sommige Zwitsers groen van jaloezie. Zwitserland is geen lid van de EU, maar heeft er 120 bilaterale verdragen mee – over toegang tot de Europese interne markt, academisch onderzoek, politiesamenwerking en veel meer. Veel Zwitsers weten dat zij een veel hechtere relatie hebben met de EU dan de Britten. En veel meer markttoegang. Toch ventileren zij hun jaloezie vrij luid. Kranten en talkshows gaan al weken over weinig anders. Er is zelfs al een term voor bedacht: Brexit-envy, ofwel Brexitnijd.

Soevereiniteit

Die jaloezie wortelt niet alleen in de weerzin tegen het Europese Hof, of de plicht EU-regels over te nemen. Ze komt ook voort uit het feit dat veel Zwitsers al lang vinden dat de huidige bilaterale akkoorden hun te veel soevereiniteit kosten.

Bern heeft net zes jaar met Brussel onderhandeld over de modernisering van die 120 losse akkoorden. Die worden in één raamakkoord gegoten, om de relatie stabieler te maken. De tekst is klaar: Zwitserland hoeft alleen nog te tekenen. Tot irritatie van Brussel gebeurt dit maar niet. Al twee jaar. Erger: Bern wil het akkoord ineens openbreken en een aantal dingen wijzigen.

Door dit conceptakkoord worden de Zwitsers, op eigen verzoek, ‘intiemer’ met de EU en krijgen ze meer markttoegang. Maar hun soevereiniteit, vinden ze, neemt af. En dat steekt.

Een Brusselse functionaris zegt: „Hoe meer toegang je krijgt tot onze markt, hoe meer je EU-regels moet volgen. Dat is toch logisch?”

Niet voor de Zwitsers. Voor velen is soevereiniteit al sinds Willem Tell het allerhoogste goed. Afgelopen dagen spraken zelfs topfunctionarissen van Zwitserse bedrijven zich uit tegen het conceptakkoord.

De Brexitnijd versterkt deze onvrede. Zo twitterde Roger Köppel, prominent partijlid van de radicaalrechtse SVP, met Kerst dat Boris Johnson het „goed gedaan” had: hij bewees dat een deal „zonder vreemde wetgevers en vreemde rechters” voor niet-EU-landen prima mogelijk is.

Volgens Christa Tobler, hoogleraar EU-recht in Bazel en Leiden, vergelijken politici als Köppel „appels met peren. De Britten zitten in een totaal andere positie. Ze nemen afstand van de EU en doen amper mee op de interne markt. Dienstverlening, 80 procent van de Britse economie, valt buiten het Brexitakkoord. Zwitserland doet op veel gebieden mee op de interne markt, en wil almaar meer toegang.”

Zwitserland is een soort semi-lidstaat. Het houdt zich aan het vrije personenverkeer en zit in ‘Schengen’. Daarom, zegt Tobler, is het logisch dat Zwitserland zich meer aan Europese regels houdt dan het VK. En dat het Europese Hof bevoegd is bij geschillen tussen Bern en Brussel: dat zijn vaak internemarktkwesties.

De mensen luisteren liever naar Boris Johnson, die alles als een zege verkoopt

Christa Tobler hoogleraar EU-recht

De Brexitnijd zal niet snel overwaaien. De woede zit niet alleen bij de SVP, die sinds de jaren negentig mede door vlijmscherpe anti-EU-campagnes de grootste partij van het land is. Ook veel rechts-liberale FDP’ers lonken naar het Brexitakkoord. Minister van Buitenlandse Zaken Ignazio Cassis, verantwoordelijk voor de relaties met Brussel, is FDP’er. Vorige week schreef FDP-senator Thierry Burkart in Tagblatt dat Bern nieuwe gespreksrondes met Brussel moet afkappen – tenzij de Zwitsers krijgen wat de Britten hebben gekregen. Ook het werkgeversverbond Autonomiesuisse zit op die lijn.

„De mensen luisteren liever naar Boris Johnson, die alles als een grote overwinning verkoopt”, constateert Christa Tobler. „Er klopt weinig van, maar het is simpele taal. Dit willen de Zwitsers ook. Deze onvrede krijgt politiek impact, denk ik.”

Zij voorspelt dat Zwitserland met zijn Brexitnijd geen millimeter verder komt met Brussel. De relatie, nu al getekend door groeiende wederzijdse irritatie, zal verder verslechteren. Alles komt muurvast te zitten. De 120 bilaterale verdragen die nu alle markttoegang regelen, eroderen langzaam. De EU zal weigeren ze één voor één te updaten. Daar is het nieuwe conceptakkoord immers voor, zegt de functionaris in Brussel: „Daar hebben we toch niet voor niets zes jaar over onderhandeld?”

Maar dat akkoord, dat al twee jaar in Bern op een plank ligt, komt er door de Brexitnijd helemaal niet meer door. De Zwitserse regering is diep verdeeld en neemt geen beslissing. „Deze regering leidt niet”, zegt Tobler.

In mei komt de eerste test: het akkoord dat toegang van Zwitserse medisch-technische apparatuur tot de Europese markt garandeert, moet worden vernieuwd. De sector verandert, regels moeten periodiek mee veranderen. Zwitserland is vragende partij. Het wil zijn markttoegang niet kwijt. Misschien honoreert Brussel dit verzoek, misschien niet. Al was het maar om het „dwergje achter de zeven bergen” een les te leren. Hoe behulpzaam de „Britse reus” is, kunnen de Zwitsers dan wellicht uitvinden.