Met één zinnetje trok Rutte het belangrijkste campagnepodium weg onder CDA en D66

Verkiezingstijd VVD-leider Mark Rutte lijkt weinig last te hebben van de val van zijn kabinet. Door het coronabeleid heeft hij een stevig podium.

De campagneteams van CDA en D66 wisten op woensdagmiddag niet wat ze hoorden: in zijn persconferentie over de avondklok (2,3 miljoen kijkers) zei demissionair premier Mark Rutte dat in het kabinet was afgesproken om „heel terughoudend” te zijn met optredens in talkshows. Als van het kabinet niemand ’s avonds de straat op mocht de komende weken, dan de ministers zelf natuurlijk ook niet.

Voor zijn collega van Volksgezondheid Hugo de Jonge (CDA), naast hem, maakte hij een uitzondering: als een tv-programma met hém als coronaminister langer wilde doorpraten, vond Rutte dat „verstandig”.

Met één zinnetje trok VVD-lijsttrekker Rutte misschien wel het allerbelangrijkste campagnepodium weg onder de lijsttrekkers van het CDA en D66, Wopke Hoekstra en Sigrid Kaag, die allebei ook minister zijn. En dat ook nog eens op een belangrijk moment: op basis van peilingen van begin februari beslissen televisiezenders welke lijsttrekkers tegenover elkaar komen te staan in de verkiezingsdebatten. Dan sta je dus óf bij de grotere partijen en ben je kandidaat-premier, of je doet mee met de ‘kleintjes’.

Bijna achteloos zei Rutte dat hijzelf dit jaar maar één keer bij een talkshow had gezeten, in de zomer bij Op1. Maar als iemand het niet nodig heeft, is hij het. Al vanaf het voorjaar trekt hij bijna elke week miljoenen kijkers met zijn persconferenties over het coronavirus, náást de persconferenties en radio- en tv-optredens die hij altijd al op vrijdag heeft – na de vergadering van de ministerraad.

Verklaring van Mark Rutte

Op het Binnenhof viel daarna te horen dat over die optredens in talkshows, in avondklok-tijd, in het kabinet nog doorgepraat moest worden – dit ging zomaar niet. Maar het leek al zeker dat Kaag en Hoekstra het in de studio aan tafel eerst zouden moeten uitleggen: hadden ze een verklaring bij zich met de handtekening erop van Mark Rutte?

Dat hij de andere politieke leiders tot nu toe de baas is, betwist niemand op het Binnenhof. Zijn derde kabinet viel over een affaire die Rutte zelf „verschrikkelijk” en „beschamend” noemde: met tienduizenden ouders werd jarenlang omgegaan alsof ze fraudeurs waren. En daarna zei hij in de Tweede Kamer, in een debat over de avondklok, vrolijk dat zijn kabinet nu dus niet meer „weggestuurd” kon worden. „Strikt genomen zou je gek genoeg kunnen zeggen dat we nu meer macht hebben.”

Grapje, zei hij, en hij nam het terug. Maar het liet zien hoe ontspannen de lijsttrekker van de VVD, met zo’n veertig zetels in de peilingen, uit de kabinetsval is gekomen. Met steun van een ruime meerderheid in de Tweede Kamer voerde hij meteen daarna de meest ingrijpende anticoronamaatregel in die je kunt bedenken, de avondklok. Waarbij D66 zichzelf beschadigde door eerst fel tegen te zijn, en daarna akkoord te gaan met een avondklok die een half uur later ingaat dan het kabinet had voorgesteld. PVV-leider Geert Wilders noemde het „koehandel”. In de ministerraad was bedacht: we stellen half negen voor en dan mag de Tweede Kamer er negen uur van maken.

Wilders zit zelf nooit aan een talkshowtafel, zijn podium is de grote debatzaal van de Tweede Kamer en al vanaf het begin van de coronacrisis maakt hij daar voluit gebruik van – aan elk debat over het virus doet hij actief mee. Hij is lang niet altijd consequent, eerst vond hij de maatregelen niet streng genoeg, daarna veel te streng. De PVV heeft te maken met een achterban die voor een deel bang is voor het virus en maatregelen wil, en voor een deel juist de vrijheid terugeist. Wilders doet nooit alsof het virus ongevaarlijk is, hij is wel hard en kritisch over de vaccinatiestrategie en de lockdown. En hij is fel tegen de avondklok.

In de Peilingwijzer, van Ipsos, I&O Research en Kantar, staat de PVV als tweede partij op zo’n twintig zetels.

‘U bent zelf een wappie’

Voor de lijsttrekkers betekent de val van het kabinet dat de campagne voor de verkiezingen in maart nu echt is begonnen, de ex-coalitiegenoten van de VVD – CDA, D66 en ChristenUnie – hoeven zich nu ook niet meer aan afspraken te houden.

Maar wat kunnen ze? In het debat over het aftreden van Rutte III en de Toeslagenaffaire probeerden ze bijna allemaal de VVD-lijsttrekker te raken met harde kritiek over zijn ‘doctrine’ van geslotenheid en informatie achterhouden. Maar hij bleef urenlang en tot het eind toe vriendelijk reageren.

Pas in het debat over de avondklok, op donderdag, leek Rutte zelf een tegenspeler te kiezen: Wilders. Hij wond zich op omdat de PVV de avondklok niet wilde, hij praatte steeds harder en noemde de tegenstand „simpelweg onverantwoord”. „Zo ken ik u helemaal niet, meneer Wilders. U heeft hier bij het bestrijden van dit virus nooit de kant gekozen van de wappies die zeggen dat er niks is.”

Alsof Wilders dat nu wél deed. Maar hem was gelukt wat de anderen nog niet voor elkaar hadden gekregen: Rutte was boos. „Als hier iemand een wappie is”, zei Wilders, „bent u dat eerder dan ik.” Het kabinet, vond hij, moest in twee maanden alle ouderen en chronisch zieken vaccineren. Dan kon Rutte pas écht „code zwart op de IC’s” voorkomen.

Ruttes uitval tegen Wilders zal zo goed als zeker een uitzondering zijn, de VVD-leider zal zo lang mogelijk premier-in-crisistijd blijven, al is het demissionair. Hij had welwillend aangehoord dat collega’s in het kabinet kritiek hadden op zijn talkshow-verbod en kwam daar in zijn persconferentie van vrijdagmiddag uit zichzelf op terug. Als ministers daar wilden gaan zitten, zei hij, dan was dat „best mogelijk”. „Maar het moet niet voor de gezelligheid zijn.”

Het moest gaan over beleid, en niet, zei hij, over iemands „favoriete popartiest”. De boodschap was duidelijk: succes met de campagne, Wopke Hoekstra en Sigrid Kaag. Híj was vrijdagavond gewoon weer als premier op radio en tv.