PBL: verreken milieuschade veel vaker in producten

Leefomgeving Nederland gebruikt nog altijd te veel grondstoffen. Het Planbureau voor de Leefomgeving vindt heffingen en strenge regels nodig om verspilling tegen te gaan.

Kringloopwinkel in Rijswijk. Lang niet alle Nederlanders zijn geïnteresseerd in aanschaf van tweedehands spullen.
Kringloopwinkel in Rijswijk. Lang niet alle Nederlanders zijn geïnteresseerd in aanschaf van tweedehands spullen. Foto Koen van Weel/ANP

Nederland is nog lang niet op weg naar de circulaire economie die in 2050 volgens de overheid een feit moet zijn. De huidige vrijwilligheid en vrijblijvendheid om verspilling van grondstoffen te keren maken dat doel onbereikbaar. Meer heffingen en normen zijn nodig, en milieuschade moet in de prijzen worden verrekend. Ook dient de overheid beter haar best te doen om zelf milieubewust in te kopen.

Tot deze conclusies komt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in de donderdag verschenen rapportage Integrale Circulaire Economie. Op verzoek van het kabinet biedt die voortaan elke twee jaar inzicht in hoe Nederland omgaat met gebruik van grondstoffen. Ook worden hergebruik en de hoeveelheid afval in kaart gebracht.

Leveringsproblemen

De conclusies zijn nu weinig hoopgevend. Het grondstoffengebruik door Nederland is de afgelopen tien jaar nauwelijks verminderd, voor onze consumptie is steeds meer land nodig en sinds 2014 stijgt de hoeveelheid afval weer. Door gebruik van zeldzame grondstoffen als kobalt, wolfraam en indium neemt het risico voor bedrijven toe dat leveringsproblemen ontstaan. „Dat treft vooral sectoren die elektrische of elektronische producten en transportmiddelen maken”, zegt Aldert Hanemeijer van het PBL. „Het gaat ook om producten die nodig zijn voor de energietransitie, zoals zonnepanelen. We weten dat de vraag daarvan juist erg gaat toenemen.”

Het goede nieuws is dat Nederland relatief efficiënt omgaat met zijn grondstoffen en dat het 80 procent van zijn afval recyclet. Daarmee loopt het voorop in Europa. Nadeel is dat de recycling meestal tot laagwaardiger producten leidt. Plastic flesjes worden dan niet opnieuw plastic flesjes, maar veranderen vaak in weinig geavanceerde bermpaaltjes.

Druk op natuur en milieu

Anders dan het klimaatbeleid krijgen pogingen de economie meer circulair te maken weinig aandacht. De overheid trekt bijvoorbeeld nauwelijks extra geld uit voor circulair beleid. Het PBL benadrukt in het rapport, dat donderdag aan verantwoordelijk staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat, D66) is overhandigd, dat zonder extra beleid de druk op natuur en milieu alleen maar toeneemt. Behalve dat het leidt tot verdere ontbossing en daling van biodiversiteit, versnelt dat de klimaatverandering.

„Het mondiale grondstoffengebruik is in de afgelopen vijftig jaar verdrievoudigd en gezien de huidige trends zal het gebruik de komende decennia nog eens verdubbelen”, zegt Hanemeijer. „Dat leidt tot meer afval en bijvoorbeeld ook tot meer plastic soep in rivieren.”

Zo’n 6 procent van de bedrijven in Nederland is circulair, maar die waren er al voordat Nederland vijf jaar geleden met circulair beleid begon. Daarbij gaat het om garages, milieustraten en fietsenmakers. Lang niet alle Nederlanders zijn geïnteresseerd om tweedehands spullen te kopen. Minder dan 40 procent van de mensen wil opgeknapte spullen kopen, zo 15 procent wil producten delen. Tegelijkertijd biedt 90 procent van de Nederlanders tweedehands artikelen aan.

Huishoudelijk afval

Zes van de zeven nationale afvaldoelen zijn volgens het PBL niet behaald of lijken buiten bereik te zijn. Doel was bijvoorbeeld dat in 2020 de hoeveelheid huishoudelijk afval per Nederlander zoou zijn afgenomen tot 400 kilo. Dat ligt de helft hoger. Het scheidingspercentage van afval zou in 2020 op 75 moeten liggen, in de praktijk wordt slechts 61 procent gescheiden.

Het nationale beleid waarmee vijf jaar geleden is begonnen, gaat vooral uit van vrijwillige instrumenten, zoals kennisontwikkeling en het sluiten van een plasticpact. Volgens het PBL wordt het tijd voor meer „dwang en drang”, zoals regulerende heffingen. Milieuschade telt nog onvoldoende mee in de prijzen. „Je kan bijvoorbeeld denken aan milieubelasting op het gebruik van fossiele grondstoffen. Dat gebeurt nu niet. Fossiele grondstoffen worden nu alleen extra belast bij gebruik als brandstof”, aldus Hanemeijer. Nu vallen duurzame alternatieven vaak duurder uit, bijvoorbeeld omdat aardolie bij de productie van plastic niet belast wordt.