Opinie

Onze democratie is echt zo gek nog niet

Aylin Bilic

Naast natuurlijk corona beheersten twee zaken het nieuws afgelopen week. Het aftreden van het kabinet in Nederland door de Toeslagenaffaire en de inhuldiging van een nieuwe president in de Verenigde Staten. Velen ervoeren het als een dieptepunt in de Nederlandse democratie en een hoogtepunt in de Amerikaanse: het democratisch systeem in de VS is te sterk gebleken voor de pogingen van Trump om het kapot te maken.

Sommige Nederlanders vonden het Amerikaanse politieke systeem altijd al superieur aan het Nederlandse. Onder anderen Hans van Mierlo en Ed van Thijn, ieder om verschillende redenen, waren groot voorstander van het Amerikaanse model. Of van het systeem in het Verenigd Koninkrijk, of zelfs dat in Frankrijk. Die heel verschillende systemen hebben één ding gemeen: winner takes all. De direct door de bevolking gekozen Amerikaanse en Franse presidenten hoeven geen ingewikkelde coalitieregering te vormen, en kunnen hun ideeën snel in beleid omzetten. In Groot-Brittannië is soms wel een coalitie nodig, maar meestal komt de praktijk daar op hetzelfde neer. Wat een verschil met Nederland, waar ieder kabinet sprekend lijkt op het voorgaande, en alle kleur oplost in de grijstinten van het compromis.

Ik denk dat de overgang van Trump naar Biden de problemen van een ‘autoritair’ democratisch systeem blootlegt. Biden is nog geen 24 uur aan de macht, en het eerste wat hij doet is besluiten van zijn voorganger terugdraaien. Zo wil Biden de terugtrekking uit het klimaatakkoord van Parijs onmiddellijk ongedaan maken. Trump stelde zich keihard op tegen Iran; Biden wil zo snel mogelijk met het land om de tafel. En het opgeheven inreisverbod voor veel Europese landen vanwege corona wordt door Biden meteen weer ingevoerd.

Hoezeer ook veel mensen het er hartgrondig mee eens zullen zijn, dit levert een behoorlijke discontinuïteit in het Amerikaanse binnenlandse en buitenlandse beleid op. Net als vier jaar geleden overigens. En eigenlijk bij iedere machtswisseling in de VS. Terwijl de wereld gebaat is bij continuïteit, niet bij abrupte overgangen. Hoe kun je met zo’n land nog akkoorden sluiten als je weet dat de volgende president ze met een pennenstreek weer van tafel veegt?

De nadelen van het Amerikaanse systeem spelen op meer terreinen. Republikeinen en Democraten hebben zich compleet ingegraven. Stelden leden van het Amerikaanse Congres zich ooit redelijk onafhankelijk op, of ze nou Republikein of Democraat waren, nu wordt er al drie presidentstermijnen lang vrijwel strikt langs partijlijnen gestemd. Het gevolg is dat de ene helft van de samenleving permanent boos is op de andere helft. De Amerikaanse politiek en samenleving zijn tot op het bot verdeeld geraakt.

Ons saaie democratiemodel is daarbij vergeleken een zegen, juist omdat het dwingt tot compromissen sluiten. Wie weet dat hij er met andersdenkenden uit moet zien te komen, kan nou eenmaal minder ideologisch en extreem zijn. Het zorgt ervoor dat politici beter nadenken over besluiten. Dat ze zich verplaatsen in de ander. Noodgedwongen meer twijfelen aan het eigen absolute gelijk. Er gaapt een afgrond tussen ex-regeringspartijen ChristenUnie en D66 rond onderwerpen als euthanasie of abortus. Ook rond immigratie zijn de standpunten van de afzonderlijke partijen in de demissionaire coalitie ernstig verdeeld. En toch kwamen ze er meestal weer uit.

Hoewel ook de toon en standpunten in de Tweede Kamer duidelijk verharden, geldt dat vooral voor partijen die geen regeringsverantwoordelijkheid wilden dragen het afgelopen decennium, zoals de PVV en GroenLinks. Desondanks zullen in onze consensusdemocratie politici nooit bekvechten op de manier van de Democraten en Republikeinen. Al in de eerste vijf minuten van het eerste presidentieel debat van Biden en Trump in september scholden ze elkaar uit voor „socialist” en „clown”. De microfoons in de vervolgdebatten waren daarna op afstand uitschakelbaar zodat kijkers ook nog wat inhoudelijks meekregen.

Onderzoek toont aan dat hoe meer partijen in een coalitie zitten, hoe meer vertegenwoordigd mensen zich voelen. Verliezers in ‘winner takes all’-democratieën zouden bovendien ongelukkiger zijn. Daar zou tegenover staan dat de politiek in zulke democratieën sneller besluiten neemt – handig bij bestrijding van een pandemie bijvoorbeeld – en regeringen stabieler zijn.

De vier- of achtjaarlijkse machtsoverdracht in Amerika plaatst volgens mij vraagtekens bij die vermeende voordelen. Snelle beslissingen blijken net zo snel weer te worden teruggedraaid. En al zal het duo Biden/Harris ongetwijfeld de termijn van vier jaar vol maken, de Amerikaanse samenleving wordt met de dag instabieler. Nee, de Nederlandse democratie – zelfs nu met de Toeslagenaffaire en de rommelige corona-aanpak – is echt zo gek nog niet.

Aylin Bilic is ondernemer en publicist.