Opinie

De Roaring Twenties als bittere noodzaak

Maarten Schinkel

Meer betalen dan je ooit zult terugkrijgen. Beleggers tekenen op dit moment in op een Nederlandse staatslening die het Rijk tussen de 4 miljard en 6 miljard euro opbrengt. Rente: 0 procent. En omdat op de markt de rente nu -0,45 procent bedraagt, kopen de beleggers – misschien wel uw pensioenfonds – de staatslening duurder in dan ze over tien jaar terugkrijgen als de lening wordt afgelost.

Dat geld gaat worden gebruikt voor coronasteun, en een deel zal zijn weg vinden naar de genereuze vergoeding die de gedupeerden van de toeslagenaffaire eindelijk tegemoet zullen zien. En niemand in Den Haag die daar een probleem van maakt. Begrotingstekorten mogen – ze móéten zelfs om de economie drijvend te houden. Om een Amerikaanse term te gebruiken die een rol speelt bij het beleid dat de woensdag ingezegende president Biden vergezelt: deficits don’t matter.

De consensus in de economische wetenschap is al lang gedraaid naar een expansiever begrotingsbeleid. Nog maar tien jaar geleden waarschuwden de economen Carmen Reinhart en Kenneth Rogoff voor een staatsschuld die hoger was dan 90 procent van het bruto binnenlands product. Dat zou de economische groei structureel dempen en zo ten koste gaan van de welvaart. Maar er is in 2021, uitgezonderd Duitsland, geen economie van betekenis meer die onder de 90 procent zit.

Geld kost op dit moment niets. De centrale banken in zowel de VS als de eurozone financieren nu met een omweg de staatsleningen die landen uitbrengen om het coronacrisisbeleid uit te voeren. Rechtstreeks mag dat niet, want dat heet ‘monetaire financiering’ en is verboden. Dus kopen de centrale banken de staatsleningen over van de beleggers aan het begin van deze column. En dan mag het wél.

Er is hier twee maanden geleden al geschreven over de fors toegenomen geldhoeveelheid die aannemelijk het gevolg is van dat beleid. De cijfers sindsdien bevestigen de trend. In de eurozone groeit de geldhoeveelheid nu met 10 procent op jaarbasis, in de VS zelfs met meer dan het dubbele. De geldhoeveelheid is in de eurozone nu groter dan het bruto binnenlands product zelf. Voor het eerst sinds mensenheugenis is er dus meer ‘geld’ dan ‘economie’.

Er zijn vier manieren om van de enorme staatsschuld af te komen. De eerste: laten staan en doorrollen tot het einde der tijden. De tweede: afschrijven. De derde: langzaam uithollen door oplopende inflatie. De laatste: een explosie van economische groei.

Er is een beweging gaande om – een deel van de – staatsschuld eeuwigdurend te maken. Maar bij een rente van nul procent wordt een staatslening dan boekhoudkundig waardeloos. Die oplossing leidt dus in wezen tot dezelfde uitkomst als afschrijven. De bezitter lijdt verlies en moet dat afboeken van zijn eigen vermogen. Zo’n schok kan het systeem niet of nauwelijks hebben. Dus dan is er de derde optie: een hogere inflatie toestaan.

Gaan we dat zien? Voorlopig niet, als je de stijging van de prijzen van woningen of aandelen niet of nauwelijks meerekent. Inflatie is op dit moment misschien wel te definiëren als een staartrisico: een kleine kans op iets heel ingrijpends. Maar als we de afgelopen jaren iets hebben geleerd (het financieel stelsel, de pandemie) is het dat zo’n staart ‘dikker’ kan zijn dan we denken, en het risico dus veel groter.

Je zou kunnen hopen dat een uitbundige economische groei het probleem later vanzelf oplost, waardoor de schuld drukt op een economie met meer verdienkracht. Maar dan worden de Roaring Twenties geen wens, maar een bittere noodzaak om er weer bovenop te komen.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.