De omgang met de mannenverslindster wordt hem van alle kanten ontraden

Redacteur Margot Poll signaleert welke boeken er ook zijn verschenen en kiest er steeds zes om kort te bespreken. Deze week over een gevaarlijke mannenverslindster en een zeldzame theatervoorstelling.

1. Kathleen Ferrier: Hoe wij hier ook samen kwamen

Alles begint met een verhaal, aldus oud-politica en voorzitter van de Nederlandse Unesco Commissie Kathleen Ferrier in Hoe wij hier ook samen kwamen. Het betreft de uitwerking van de Anton de Kom-lezing die zij in 2019 hield in het Verzetsmuseum Amsterdam. Volgens Ferrier kunnen we door te luisteren naar verhalen van anderen, ons als burgers (weer) met elkaar verbinden. Naar Surinaams voorbeeld zou de openingsvraag bij een eerste ontmoeting al moeten zijn: Wie is je vader, wie is je moeder. Want, schrijft Ferrier, je voorgeslacht vertelt ook jouw verhaal. Ferrier (63) geeft een voorzet door zowel het levensverhaal van de Surinaamse vrijheidsstrijder Anton de Kom (1898-1945) te vertellen als over haar eigen achtergrond als dochter van de eerste president van Suriname en via de Schotse lijn familie van de zangeres Kathleen Ferrier naar wie zij is vernoemd. (‘Maar zingen kan ik niet’). In al haar verhalen komt steeds naar voren dat ‘wegkijken’ de breuklijnen in onze samenleving verdiept. Het delen van die verhalen ziet zij als een ‘prettige plicht’. Zeker nu Covid-19 ons individuele leven stil legt, kunnen we het collectieve bestaan onder de loep te nemen. Ferrier besluit met aan aantal aanbevelingen die zouden kunnen leiden tot een inclusieve democratie. Zo pleit zij bijvoorbeeld voor meer onderwijs in vreemde talen, meer diepgang van de publieke omroep en voor het afzetten van onze ‘eurocentrische bril’.

Kathleen Ferrier: Hoe wij hier ook samen kwamen. Een pleidooi voor menselijkheid, nieuwsgierigheid en de verbindende kracht van verhalen. Balans, 96 blz. € 12,50

2. Mounir Samuel: Noodzakelijke gesprekken

Ook schrijver en journalist Mounir Samuel brengt een verzameling verhalen. Zeven maanden lang volgde en interviewde hij vijftien goede vrienden voor De Groene Amsterdammer. Maar Samuel gaat verder dan hen een verhaal te laten vertellen. Voor de nu gebundelde Noodzakelijke gesprekken moesten de gesprekspartners bereid zijn hun invloed te gebruiken voor een nieuwe wereld van radicale rechtvaardigheid en solidariteit. Zo spreekt Samuel onder anderen met ingenieur Dina El Filali over duurzaamheid in de stad, met redactiechef van queer-magazine Winq Martijn Kamphorst over sociale uitsluiting en eenzaamheid en met psychiater en activist Glenn Helberg (‘Ik heb mijn spreekkamer verruild voor de samenleving’) over identiteit en kwetsbaarheid. In alle gesprekken, die getuigen van een diverse, empathische vriendenkring, wordt die nieuwe wereld vorm gegeven. De nadruk ligt daarbij op samen, want het streven is een wereld zonder discriminatie of uitsluiting van welke minderheid dan ook. Want ook Samuel is ‘doodmoe’ als ‘Egyptisch-Nederlandse, christelijke maar in de islam gespecialiseerde, visueel beperkte, seksueel fluïde transgender man van kleur’ zo’n minderheid binnen alle minderheden te zijn.

Mounir Samuel: Noodzakelijke gesprekken. Reflecties op een nieuwe wereld. Jurgen Maas, 272 blz. € 19,95

3. Annemarie Schwarzenbach: Lyrische novelle

Bijna een eeuw geleden, in 1933, schreef de Zwitserse schrijver, journalist en fotograaf Annemarie Schwarzenbach (1908-1942) de nu voor het eerst in het Nederlands vertaalde Lyrische novelle. Het lijkt het eenzame verhaal over een ambitieuze rechtenstudent die zijn liefde voor de ‘variétézangeres’ Sibylle wil beschrijven. De omgang met de mannenverslindster wordt hem van alle kanten ontraden (‘Voor haar te leven, zeiden mijn vrienden, zou vernederend zijn’). Sibylle op haar beurt spoort hem juist aan om ‘tegen zijn verstand in te leven’. De sfeer wordt echter rauw en realistisch als je in het nawoord van de vertaalster leest dat het verhaal spiegelt met het leven van de auteur. De openlijk lesbische, drugsverslaafde en antifascistische Schwarzenbach was in München bevriend geraakt met Erika en Klaus Mann die haar morfinewijs maakten. Zij was verliefd op Erika die de liefde niet beantwoordde, maar zich wel om haar bekommerde als een moederfiguur. Toen Schwarzenbach na publicatie van de novelle ook nog eens ‘bekende’ dat de student geen man was maar een vrouw, begrijp je waarom de uitgever het boek definieert als ‘Genderfluïde mystiek in Berlijn anno 1933’. Een verliefd meisje dus, dat ten onder dreigt te gaan in de mist van Berlijn. Indrukwekkend en intrigerend.

Annemarie Schwarzenbach: Lyrische novelle. (Lyrische Novelle). Vert. Marijke Vermeulen. Bibliodroom, 108 blz. € 19,95

4. Claartje Bunnik: Een onmogelijke missie

Historicus Claartje Bunnik schreef de bijzondere biografie Een onmogelijke missie over Jaap Hangelbroek (1905-1982) die na zijn studie Indologie in Leiden in 1930 met zijn vrouw naar Nederlands-Indië vertrok om carrière te maken bij het Binnenlands Bestuur. Hij ontwikkelde zich van een koloniaal ambtenaar tot iemand die na de oorlog – die hij in jappenkampen doorbracht – met hart en ziel werkte aan het ideaal van een onafhankelijk Indonesië op federatieve grondslag. Bunnik deed vier jaar onderzoek om Hangelbroeks leven in de Oost in kaart te brengen. Het onderzoek is om twee redenen bijzonder. Ten eerste om het federale ideaal dat Hangelbroek nastreefde samen met de minister-president van deelstaat Oost-Indonesië Ide Anak Agung. Ten tweede om de oorsprong van de biografie. Bunnik had als student zowel Hangelbroek als Anak Agung eind jaren zeventig geïnterviewd voor een werkgroep over de dekolonisatie van Indonesië. Toen zij die cassettebandjes terugvond, ontstond het idee voor deze biografie. Maar met de kennis van nu had zij de heren natuurlijk veel specifieker vragen willen stellen. Om die stille wens alsnog te vervullen heeft zij achteraf een gefingeerd interview geschreven. De setting is verzonnen maar, verdedigde zij haar keuze tegenover de uitgever , wat zij de mannen laat antwoorden is gebaseerd op wat Bunnik is tegengekomen in onder andere officiële stukken, persoonlijke brieven uit het familiearchief en secundaire literatuur.

Claartje Bunnik: Een onmogelijke missie. Jaap Hangelbroek, bestuursambtenaar in de nadagen van Nederlands-Indië. Verloren, 224 blz. € 19.

5. Karel Weener: Steinharts biecht

Ook Steinharts biecht van Karel Weener gaat over een onbekender deel van de geschiedenis van de Nederlandse kolonisatie van Indonesië: het zendelingenwerk. En dan vooral over het effect van dat zendelingenwerk op de lokale cultuur. Willem Steinhart was een Lutheraan die in 1924 arriveerde op de Batoe-eilanden, aan de westkust van Sumatra. Hij had grote belangstelling voor de taal en cultuur van de bewoners van die eilanden en het nabijgelegen eiland Nias. Maar de zendelingen maakten die cultuur ook kapot: wie zich wilde bekeren tot het christendom moest de voorouderbeeldjes, die in veel huiskamers op de eilanden te vinden waren, begraven of inleveren bij de zendelingen. Dat was uiteraard afgoderij. Maar verzamelaars in Nederland hadden wel interesse in deze etnografica. Het verhaal begint met de vondst in 2009 van twee kisten met beeldjes op een zolder in Den Haag. Zelfs alleen bladeren door Steinharts biecht is al inspirerend: het boek is prachtig vormgegeven en staat vol oude foto’s.

Karel Weener: Steinharts biecht. Zielenstrijd op de Batoe-eilanden. Boom, 260 blz. € 24,90

6. Jeroen van Merwijk: Kanker voor beginners

Cabaretier en beeldend kunstenaar Jeroen van Merwijk schreef Kanker voor beginners nadat hij begin 2019 de diagnose uitgezaaide darmkanker kreeg. Waan uzelf in het theater, ga er voor zitten en leef mee met de ontroerende woordenstroom: Van Merwijk vertelt over de eerste pijn, de diagnose, de behandeling. Met tussendoor vragen als: wat is het onderscheid tussen artsen en verpleegkundigen, wat doen al die onderzoeken met je? Voelt contrastvloeistof werkelijk als een soort ‘inwendige stoelverwarming’? Wie denkt dat het een cabareteske ziektegeschiedenis betreft, zit ernaast; Van Merwijk overpeinst ook uiterst serieus zijn leven en wil weten waar het mis is gegaan. Aan het einde van de ‘voorstelling’ neemt Van Merwijk zich voor , om in de tijd die hem nog rest, beter te worden in ‘het ontvangen van warmte en genegenheid’. Hij werd meteen op de proef gesteld toen hem eind december 2020 – het boek was al verschenen – geheel onverwacht de Edison Oeuvreprijs Kleinkunst werd toegekend. De prijs, die sinds 2014 niet meer wordt uitgereikt, is een enorme erkenning en alleen Ramses Shaffy, Herman van Veen, André van Duin en Youp van ’t Hek gingen hem voor. Vanuit Frankrijk twitterde Van Merwijk ‘Sprakeloos’ te zijn.

Jeroen van Merwijk: Kanker voor beginners. Thomas Rap,160 blz. € 19,99