OM doet extra onderzoek naar bestuur-Zalm bij witwaszaak ABN Amro

Witwassen Het Openbaar Ministerie is volgens het Financieele Dagblad bijna klaar met een schikking met de bank, die het bedrijf honderden miljoenen euros kan gaan kosten.
Gerrit Zalm in 2018.
Gerrit Zalm in 2018. Foto Remko de Waal/ANP

Het Openbaar Ministerie onderzoekt of leidinggevenden van ABN Amro vervolgd moeten worden voor hun rol bij overtreding van antiwitwaswetgeving. Het gaat over de periode waarin Gerrit Zalm leiding gaf aan de bank, meldt het Financieele Dagblad (FD). Zowel de bank als het OM laat weten geen commentaar te geven op lopende onderzoeken.

Volgens de krant is het OM bijna klaar met een schikking met de bank, die het concern naar verwachting honderden miljoenen euro’s zal gaan kosten. Het OM zou bij die schikking de mogelijkheid open willen houden om niet alleen de bank als rechtspersoon, maar daarna ook natuurlijke personen te kunnen vervolgen. Een eerdere schikking in een vergelijkbare witwaszaak kostte ING in 2018 775 miljoen euro.

Zalm was van 2008 tot 2017 lid van de raad van bestuur van ABN Amro, eerst als vicevoorzitter, later als voorzitter. Hij leidde in die rol onder meer de fusie van de bank met Fortis Bank NL en de beursgang van het concern in 2015. Het onderzoek van het OM zou zich vooral concentreren op de tweede bestuurstermijn van Zalm, van 2013 tot 2018.

Justitie onderzoekt volgens het FD of ABN Amro genoeg onderzoek heeft gedaan naar de achtergrond van hun klanten. Ook zouden rekeninghouders met een bedenkelijke reputatie niet of te laat weggestuurd zijn. Volgens de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), ingevoerd in 2008, zijn Nederlandse banken onder meer verplicht ongebruikelijke transacties van klanten, zoals bijvoorbeeld ongewoon grote geldopnames of het contant storten van grote bedragen, te melden bij justitie.

Het onderzoek van het OM naar ANB Amro loopt sinds september 2019. Voormalig leden van de raad van commissarissen hebben voor de FIOD, de opsporingsdienst van de Belastingdienst, getuigd dat ze het toenmalig bestuur meermaals hebben aangesproken op de lakse aanpak bij het doorvoeren van richtlijnen die witwassen tegengaan.