Vloed in Jakarta, 2018. Een nieuwe zeekering is niet erg effectief.

Foto Kadir van Lohuizen / NOOR

Interview

‘Niet wachten tot het water aan je voeten staat’

Kadir van Lohuizen Over het wassende water kun je praten, maar je kunt het ook laten zien. Kadir van Lohuizen reisde voor ‘After Us The Deluge’ over de aarde. „Ik begrijp niet dat we ons hier zo weinig zorgen maken.”

Hoe maak je de toekomst zichtbaar? Een toekomst waarin de stijgende zee de wereld, ons leven, bedreigt? Met een glazen bol natuurlijk. Fotojournalist Kadir van Lohuizen heeft er een: zijn camera. „Alleen werd mijn werk als fotograaf nu niet door het licht bepaald, maar door de getijden.”

Hij is de wereld over gereisd, van Groenland tot Panama, naar Bangladesh, Indonesië, eilanden in de Stille Oceaan, en naar de VS – dus niet alleen naar verre arme landen – om te laten zien wat de stijging van de zeespiegel nu al betekent, en nog gáát betekenen. Zijn beelden en verhalen zijn een tastbare voorbode voor de rest van de wereld – ook voor Nederland. „Ik begrijp niet dat we ons hier zo weinig zorgen maken.”

Negen jaar is hij nu bezig het stijgende water in beeld te brengen, mede dankzij de medewerking van mediapartner The New York Times, die de aanzienlijke onkosten op zich nam. Dat heeft al geleid tot een vierdelige Nederlandse documentaire tv-serie in 2019 en een tentoonstelling die nog tot april te zien zal zijn in het Scheepvaartmuseum. Eind deze maand verschijnt de culminatie van dit project, de monumentale uitgave After Us the Deluge: The Human Consequences of Rising Sea Levels. Op zijn woonschip in de binnenstad van Amsterdam neemt hij nog een laatste keer de drukvellen door. Is het nu klaar? Hij aarzelt. „De dreiging van de deluge neemt alleen maar toe, maar na een tentoonstelling, een tv-serie en nu het boek heb ik besloten dat het klaar is. Meer plekken bezoeken voegt niet noodzakelijk meer toe. Het mooiste zou zijn als er een jonge fotograaf over 30, 40 jaar terug zou gaan naar die plekken.”

Het is maar water. Ze bedenken er wel iets op

Vrouw in de tv-serie ‘Na ons de zondvloed’

Van Lohuizen (57), fotojournalist sinds 1988, is steeds meer groot opgezette projecten gaan aanpakken over mondiale onderwerpen, vaak over milieu en klimaat. Zo fotografeerde hij voor zijn project Wasteland eindeloze bergen plastic, karton, blik en ander afval in zes wereldsteden. Voor Via PanAm reisde hij 40.000 kilometer, van het zuidelijkste punt van Chili naar het noordelijkste punt van Alaska, om de stroom migranten in beeld te brengen. Daarnaast was hij in 2007 mede-oprichter van Noor Images, een agentschap voor fotografen en filmmakers. „Natuurlijk om de rechten op ons werk goed te regelen, maar ook als klankbord voor elkaar.”

Zijn foto’s zijn mooi zonder in mooimakerij te vervallen. „Ik voel me journalist”, zegt Kadir van Lohuizen. „Maar natuurlijk moet een foto goed zijn, van licht, van compositie. Ik denk na over hoe ik met mijn foto’s impact kan hebben. Maar het is geen kunst. Toen ik nog analoog fotografeerde was ik voorzichtiger, je wist dat je maar 36 opnames op een rolletje had en zoveel rolletjes. Ik kon onderweg ook niet zien wat ik had gemaakt. Nu kan ik wel zien of ik de elementen heb die ik nodig heb voor het verhaal. Maar de fotografie is niet per se beter geworden toen het digitaal werd.”

Wassend water

Het was in 2011, tijdens zijn reis door Panama voor Via PanAm, dat hij zich van het wassende water bewust werd. „Ik hoorde over een eiland waar mensen weggingen – niet om elders te gaan werken, maar omdat de zee het eiland overnam. Toen ben ik er echt ingedoken en ging ik op zoek naar plekken waar de urgentie van de zeespiegelrijzing al voelbaar en zichtbaar is. Je hoeft niet te wachten tot het water je aan de voeten staat.”

De zee stijgt, de bodem klinkt in, de gletsjers smelten, dat is waar Kadir van Lohuizen verslag van doet in After Us the Deluge. Op Groenland telen ze in het veranderde klimaat nu aardbeien. In het noorden van Jakarta, dat een verbijsterende 30 centimeter per jaar zakt, vinden de bewoners 60 cm water in hun huizen normaal. Boer Monsur Ali in de delta van Bangladesh maakt van de nood een deugd door met het zeewater zoutpannen aan te leggen – maar de drie generaties voor hem teelden op dezelfde plek rijst. Zijn zoon heeft hij naar de stad gestuurd om te leren en een andere toekomst op te bouwen. Elders in Bangladesh, op een laag eiland voor de kust, zijn de inwoners al acht, tien, vijftien keer verhuisd. Steeds opnieuw gedwongen door het water. Iemand vertelde aan Van Lohuizen dat ze als ontheemden worden gezien. „Niemand wil met hun dochters trouwen.”

Ik heb me er steeds over verbaasd dat we het allemaal weten en er toch niet naar handelen

Kadir van Lohuizen

De verhalen zijn verschillend, maar de rode draad is dezelfde: de zee verdrijft mensen van hun land, van huis en haard. Of dat nu een hutje is in de delta van Bangladesh of een kapitale villa in Miami. „Iedereen kent het begrip ‘klimaatvluchteling’,” zegt Van Lohuizen. „Maar je kunt nergens ter wereld asiel aanvragen omdat je land onder water is gelopen en onbewoonbaar is geworden.”

IJsberg in Disco Bay, afkomstig van de gletsjer Sermeq Kujalleq, een van de snelst smeltende ter wereld.
Foto Kadir van Lohuizen/ NOOR voor The New York Times
Twee mannen controleren in Miami Beach of het waterafvoersysteem niet verstopt is. Wegens de slecht onderhouden zeewering bij Indian Creek komt bij springtij het water uit het afvoerputten omhoog.
Foto Kadir van Lohuizen/ NOOR voor The New York Times
Kinderen spelen op het strand van het eiland Kiribati waar zandzakken het het stijgende oceaanwater moeten keren.
Foto Kadir van Lohuizen/ NOOR voor The New York Times
Boven: IJsberg in Disco Bay, afkomstig van de gletsjer Sermeq Kujalleq, een van de snelst smeltende ter wereld. Links: Springtij in Miami Beach, Florida, Verenigde Staten. Rechts: Kinderen op het strand van het eiland Kiribati, waar zandzakken het stijgende oceaanwater moeten keren.
Foto’s Kadir van Lohuizen/NOOR

Essays

Van Panama tot Groenland tot New York, ieder hoofdstuk bevat een essay van een auteur die betrokken is bij dat land. Samen met de kaarten en statistieken leggen die essays een stevige basis onder de fotografie. Oud-president Anote Tong van de Kiribati-eilanden (112.000 inwoners) in de Stille Oceaan is een van de schrijvers. Hij kocht op het bergachtige eiland Fiji, 2.100 kilometer verderop, een groot stuk land als uitwijk voor zijn mensen – en om het lot van zijn archipel onder de aandacht te brengen van de internationale gemeenschap. „Hij is opgevolgd door een klimaatontkenner”, zegt Van Lohuizen. „Die heeft vorig jaar tegengehouden dat ik nog een keer deze eilanden kon bezoeken.” Jeff Goodell, medewerker van Rolling Stone en auteur van het boek The Water Will Come, beschrijft wat Miami en New York doen – nagenoeg niets, zelfs na orkaan Sandy (2012) – om het wassende water het hoofd te bieden. Anderen zijn inwoner, activist, academicus – een breed palet.

Zelfs een ramp is dus niet altijd genoeg, zegt Van Lohuizen. „Na Sandy, met 44 doden en 90 miljard dollar schade, is er een groot plan gemaakt om Manhattan te beschermen – alleen Manhattan, mind you – genaamd de Big U. Maar er is nog steeds niets gebeurd.”

Zwolle aan Zee

Nederlands watergezant Henk Ovink leidt het boek in met een doorwrocht verhaal dat met een onomwonden statement begint: „De klimaatcrisis is een watercrisis. Negen van de tien natuurrampen hebben met water te maken.” Tussen 2001 en 2018 is er voor 1,7 miljard dollar aan schade aangericht en hebben ruim 3,4 miljard mensen hieronder geleden. Van Lohuizen: „Ovink gaat het boek bij John Kerry bezorgen, de nieuwe Amerikaanse minister van Klimaat. Het komt op een goede plek terecht – maar of dat helpt, weet ik niet. Voordeel is wel, dat After Us the Deluge visuele bewijslast is. Foto’s hebben meer impact dan rapporten. Maar ik heb me er steeds over verbaasd dat we het allemaal weten en er toch niet naar handelen.”

Dat geldt ook voor Nederland, vindt Van Lohuizen. „Wij leven niet meer met de zee, maar achter de dijken, duinen en Deltawerken. Ik groeide op met de Deltawerken. Mijn vader, aan wie ik het boek heb opgedragen, was planoloog, en we zijn er vaak gaan kijken. Op school moest ik de doorsnede van een dijk kunnen tekenen. Leren kinderen dat nog op school? Na de Watersnood van 1953 heeft het veertig jaar gekost om de Deltawerken te bouwen. Daarna zakte de angst voor de zee. Maar als de zeespiegel met drie meter stijgt, dan liggen Zwolle en Amersfoort aan zee. De vraag is niet óf de zee drie meter of meer stijgt, maar wanneer. Met de huidige opwarming van de aarde zou Nederland eind van deze eeuw zomaar geconfronteerd kunnen worden met twee tot drie meter stijging.”

Ontkenning zit diep in de mens: we kunnen ons geen voorstelling maken van het onvoorstelbare. Zelfs niet als die zich voor onze ogen afspeelt. In de tv-serie ontmoet Van Lohuizen in Miami een hoogblonde gebotoxte mevrouw die staand voor haar villa aan het water van 9,5 miljoen dollar aan hem uitlegt hoe het daar zit: het water komt gewoon omhoog door de poreuze kalkstenen ondergrond. Aha, denkt de kijker, toch iemand die het begrijpt. Maar even later blijkt ook bij haar het wensdenken de overhand te hebben. „Het zal geen probleem zijn”, zegt ze opgewekt. „Het is maar water. Ze bedenken er wel iets op.”

Het boek ‘After Us the Deluge’ verschijnt 29 jan bij uitg. Lannoo (288 blz. €45,00). De tentoonstelling ‘Rijzend water’ is t/m 5 april in het Scheepvaartmuseum, Amsterdam. De tv-serie ‘Na ons de zondvloed’ (2019) is te zien bij de NPO.