Bouwen met hout? Dat is niet duurzaam, zegt de norm

Drie vragen Bouwers en architecten hebben kritiek op de duurzaamheidsnorm voor bouwmaterialen. Die zou gebruik van hout en andere emissie-arme grondstoffen ontmoedigen.

De bouwplaats van appartementencomplex Haut in Amsterdam, een houten woontoren van 73 meter.
De bouwplaats van appartementencomplex Haut in Amsterdam, een houten woontoren van 73 meter. Foto Paul van Riel/HH

De woonwijk van de toekomst is van hout. Daar zijn overheden, bouwers en wetenschappers het over eens. Om bij te dragen aan verwerkelijking van de ambitieuze CO2-doelen uit het Klimaatakkoord, zal de bouw ‘traditionele’ materialen als beton en staal moeten inwisselen voor relatief emissiearme grondstoffen als hout, bamboe en vlas. Er is alleen een probleem: de huidige milieunorm (MilieuPrestatie Gebouwen, MPG) ontmoedigt juist het gebruik van hout en andere duurzame materialen.

Zo’n tweehonderd bouwers, architecten en projectontwikkelaars hebben daarom nu een manifest ondertekend van ontwikkelaar en bouwer Vorm. Daaronder zijn ook grote bedrijven als BAM, Dura Vermeer en Ballast Nedam. Zij willen van de politiek een nieuwe norm die meer rekening houdt met de milieuvriendelijke aspecten van biobased bouwmaterialen.

1 Waar draait de kwestie om?

Centraal staat de opslag van CO2 in hout en andere biomaterialen. Het principe komt rechtstreeks uit de biologieles: gewassen nemen CO2 op tijdens de groei. Bij kappen en verwerken van bomen blijft die stof gevangen in het hout. Als je voor elke gekapte boom een nieuwe plant, neem je door bouwen met hout per saldo CO2 weg uit de atmosfeer.

De MPG ziet het anders: CO2-opslag is tijdelijk. Uiteindelijk wordt het hout verbrand, „en dan komt de CO2 weer vrij”, zegt Harry Nieman van de Nationale Milieudatabase. Deze organisatie gaat over de MPG-norm en houdt een overzicht bij met de MPG-scores van duizenden verschillende bouwmaterialen. De norm, onder meer gebaseerd op Europese voorschriften, is er volgens Nieman helder over: „Per saldo is de CO2-opslag nul.”

De MPG-eisen zijn nu nog zo ruim dat de meeste gebouwen er wel aan voldoen, ongeacht waar ze van zijn gemaakt. Maar ook als de norm wordt aangescherpt, zoals dit voorjaar weer gebeurt, stimuleert de huidige rekenwijze niet om hout te kiezen in plaats van beton. Houtbouw is duurder dan betonbouw, en verbetert de duurzaamheidsscore van het gebouw nauwelijks. Die score is een optelsom van de MPG-waarden van alle gebruikte materialen.

Door die normering maken houten gebouwen in een tender minder kans, zeggen critici van de MPG. „Als sector doen we een oproep aan de overheid om verduurzaming te stimuleren in plaats van die af te remmen door gebruik van onjuiste uitgangspunten”, zegt Norbert Schotte, manager innovatie en duurzaamheid bij bouwbedrijf Vorm, die het manifest opstelde.

2 Waarom wordt de CO2-opname niet meegerekend?

De wetenschap is er nog niet 100 procent van overtuigd dat houtbouw in de praktijk altijd netto CO2 bespaart, zegt algemeen directeur Mantijn van Leeuwen van onderzoeksbureau NIBE. Dat zit zo: om werkelijk op een negatieve CO2-uitstoot te komen, moet er voldoende bos teruggroeien, en dat gebeurt niet per se altijd.

„Het draait om duurzaam bosbeheer”, zegt Van Leeuwen, die ook het manifest ondertekende. „Een bos verkeert in een bepaald evenwicht. Als je daar hout uit gaat halen, weet je niet zeker of het teruggroeit. Je moet het wel goed doen. Als je bij het kappen slordig bent, is het mogelijk dat je meer schade aanricht dan je goed doet.”

De signalen voor Nederland, en de rest van de EU, zijn echter positief, benadrukken Van Leeuwen en Pablo van der Lugt, houtbouwdeskundige van de TU Delft. Van het in Nederland geproduceerde naaldhout is volgens Van der Lugt inmiddels 100 procent duurzaam.

Voorstanders van een aangepaste MPG, onder wie Van Leeuwen, zien daarnaast invloed van de beton- en staallobby. Die is goed vertegenwoordigd in de Europese normcommissies die de richtlijnen vaststellen waar ook de Nederlandse MPG op is gebaseerd. De Nationale Milieudatabase (NMD) gebruikt de Europese normen als leidraad voor de rekenmethode achter de MPG. Het kabinet, dat het laatste woord heeft over de methode, kan volgens Nieman van de NMD besluiten de Europese richtlijnen te negeren en de CO2-opslag in hout wél mee te tellen. „Als de overheid dat zegt, doen we dat.”

Verduurzaming in de bouw hoeft niet alleen vanuit de houthoek te komen. Lees ook: Slopen? Oud beton heeft waarde

3 Wordt hout ten onrechte benadeeld?

De MPG loopt uit de pas, zegt Bob Geldermans, senior-onderzoeker circulair bouwen aan de TU Delft. „De norm is gebaseerd op hoe het lang is gegaan. Een constructie werd neergezet, na vijftig jaar afgebroken en vervolgens werd het hout al snel verbrand. Maar in een hernieuwbaar scenario werkt het niet zo.”

Geldermans doelt op het principe van het circulair bouwen, dat de sector steeds meer omarmt. Een balk wordt dan na de sloop niet afgedankt, maar hergebruikt. Weer als balk of in een andere hoogwaardige toepassing, uiteindelijk als spaanplaat. „Dan is de gebruiksduur al snel dik over de honderd jaar”, zegt Geldermans. Dat maakt volgens hem qua duurzaamheid „een groot verschil”. In de vijftig jaar dat je het hout langer gebruikt, kan gezond bos teruggroeien en zijn hoe dan ook minder nieuwe grondstoffen nodig.

Of het ministerie van Binnenlandse Zaken gaat aansturen op aanpassing van de MPG, kan een woordvoerder niet zeggen zolang Kamervragen van D66 over de kwestie nog niet zijn beantwoord.

Geldermans beaamt dat houtbouw ook vervuilende aspecten kent, zoals de betonsector stelt. Bij de productie van kruislaaghout (CLT), een stevig houtproduct dat veel gebruikt wordt voor vloeren, daken en muren, is bijvoorbeeld lijm nodig, die een keer verbrand zal moeten worden. „Maar op het totale plaatje is de impact vrij klein.” Van der Lugt noemt het aandeel van de lijm „nihil”.

Hoewel ook bij betonbedrijven ruimte is voor verduurzaming – de sector wil vanaf 2030 al het gebruikte beton recyclen – zou hout volgens Geldermans beter moeten scoren op de MPG-schaal dan beton. Maar, benadrukt hij: het is geen of-of. „Het ligt genuanceerder. We moeten van onze betonverslaving af, dat is duidelijk. Maar we blijven beton ook nodig hebben.”