Bjarke Ingels bouwt als een reus, nu ook in Nederland

Architectuur Hij leerde het vak bij Rem Koolhaas. En ook Bjarke Ingels schrijft graag dikke boeken. Twee grote bouwwerken van hem in Nederland zijn bijna af. Zijn geloof in architectuur is grenzeloos.

Het door Bjarke Ingels ontworpen Terrace Tower, het hoofdkantoor van Suitsupply aan de Zuidas in Amsterdam.
Het door Bjarke Ingels ontworpen Terrace Tower, het hoofdkantoor van Suitsupply aan de Zuidas in Amsterdam. Foto Melissa Fenijn

Het is een mooi toeval dat Terrace Tower, het eerste gebouw van het Deense architectenbureau Bjarke Ingels Group (BIG) in Nederland, vlakbij het Nhow hotel staat. De opeenstapeling van drie driehoekige volumes van het vorig jaar geopende ‘grootste hotel van de Benelux’ op het Amsterdamse Europaplein is immers ontworpen door Rem Koolhaas’ Office for Metropolitan Architecture (OMA), het bureau waar Bjarke Ingels (1974) in de jaren 1998-2001 leerde hoe hij ‘conceptuele’ Superdutch-architectuur moest maken.

Met zijn eigen Superdanish-architectuurgroeide Ingels na de oprichting van BIG in 2006 in korte tijd uit tot de Mozart van de hedendaagse architectuur, wiens nu 500 medewerkers tellende bureau het afgelopen decennium een verbluffend aantal spectaculaire gebouwen neerzette op bijna alle continenten. Zo bouwde BIG in New York, de stad waar Ingels sinds 2012 woont en werkt, VIA 57 West, een piramide met appartementen aan de Hudson River die zijn vorm kreeg door een traditioneel, gesloten woningblok op onvervalst ‘conceptuele’ wijze aan één hoek 142 meter omhoog te trekken.

Detail gevel hoofdkantoor Suitsupply, Amsterdam. Foto Melissa Fenijn

Ook aan de bijna voltooide Terrace Tower, waar het herenkledingbedrijf Suitsupply zijn hoofdkantoor zal vestigen, heeft BIG conceptueel getrokken, maar lang niet zo hard als aan VIA 57 West. Uitgangspunt van het ontwerp aan de Zuidas in Amsterdam is een doodgewone glazen kantoortoren met staalskelet. Hiervan lijkt een cycloop de achterzijde van onderen naar achteren te hebben getrokken, terwijl hij de voorkant van onderen juist heeft ingedrukt. Het resultaat van het duw- en trekwerk, een nogal lompe toren waarvan de onderkant van de voorgevel uit uitkragende ‘pixels’ bestaat, is merkwaardig maar niet opzienbarend – en dit laatste is toch waar een opdrachtgever BIG voor inhuurt. Daar zullen de bomen, struiken en andere plantenn die later dit jaar nog op de terrassen aan de achterzijde worden geplaatst, niet veel aan veranderen.

Een opdrachtgever die BIG inhuurt wil altijd een opzienbarend bouwwerk

Verbeelding

Het lijkt erop dat ook Bjarke Ingels zelf de Terrace Tower niet tot zijn beste werk rekent. BIG’s primeur in Nederland is in ieder geval niet opgenomen in Formgiving, het onlangs verschenen boek van Bjarke Ingels, waarin tientallen al dan niet gebouwde kleine en grote projecten uit de laatste jaren uitvoerig worden gepresenteerd. BIG’s tweede gebouw in Nederland, het Sluishuis dat nu als poort van de Amsterdamse Vinexwijk IJburg in het water van het IJ wordt gebouwd, staat er overigens wel in.

Kantoor van Suitsupply aan de Zuidas in Amsterdam. Foto Melissa Fenijn

Van zijn leermeester Rem Koolhaas heeft Ingels ook de gewoonte overgenomen om met zekere regelmaat buitengewoon dikke boeken te publiceren. Na Yes is more uit 2010, een stripverhaal over BIG’s vroege werk van bijna 400 pagina’s, en Hot to Cold uit 2015, 712 bladzijden over architectuur in ijskoude en snikhete streken, is Formgiving. An Architectural Future History het slotdeel van een trilogie die hij voor uitgeverij Taschen maakte.

Anders dan de superdikke boeken van Rem Koolhaas, zoals het bijna 1.400 pagina’s tellende SMLXL uit 1996, staan er weinig teksten in Ingels’ Formgiving. En terwijl Koolhaas in zijn boeken nog wel eens wil somberen over de eenvormigheid van hedendaagse steden met hun overvloed aan junk space of over de marginale positie van de architect in de bouwwereld, toont Ingels zich in zijn korte, bondige teksten in Formgiving een grenzeloos optimist. In zijn beschouwingen over onderwerpen als ‘denken’ en ‘genezing’, die zich laten lezen als een manifest, belijdt hij keer op keer zijn absolute geloof in architectuur en vormgeving. „Architecture is the art of turning fiction into fact”, schrijft hij bijvoorbeeld in zijn beschouwing over ‘maken’.

Ingels geloof in verbeelding en vormgeving blijft niet beperkt tot de architectuur maar strekt zich in Formgiving ten slotte uit tot letterlijk de hele wereld: „Zoals we de kracht van vormgeving kunnen toepassen op een object, een gebouw, een buurt, een stad, een land, kunnen en moeten we die toepassen op de schaal en de reikwijdte van de hele wereld.”

Buitenaardse toekomstmuziek

Precies een jaar geleden stuitte Ingels’ streven om de hele wereld vorm te geven voor het eerst op grenzen toen hij in Brazilië verbleef om in opdracht van een hotelbouwer te werken aan een plan voor duurzaam toerisme in het Amazonegebied. Nadat er foto’s waren verschenen van zijn ontmoeting met de Braziliaanse president en klimaatontkenner Bolsonaro kreeg hij, voor het eerst in zijn voorspoedige carrière, te maken met een storm van kritiek. Hypocrisie en megalomanie werden hem verweten, en een gebrek aan moreel besef. Ook kreeg hij te horen dat hij, een architect uit het koude Denemarken, zich in het tropische Brazilië niet moest bemoeien met zaken waar hij geen verstand van had.

Appartementengebouw VIA West 57 van BIG in New York.

Foto Gary Hershorn/ Getty Images

Ingels pareerde de kritiek met de bewering dat er meer categorieën bestonden dan ‘goed’ en ‘fout’. „Het opstellen van een lijst met landen en bedrijven waar BIG verre van moet blijven is een versimpeling van een complexe wereld”, zei Ingels die, zo laat Formgiving zien, ook werkt in dictaturen als China en de Golfstaten. „Alles verdelen in twee categorieën is accuraat noch redelijk. De wereld ontwikkelt zich niet op binaire maar op geleidelijke wijze en kent vele aspecten en nuanceringen. Als we een positieve invloed op de wereld willen hebben, is actief engagement nodig, en niet oppervlakkige clickbait of onwetendheid.”

Net zo min als van de Terrace Tower is van BIG’s plan voor duurzaam toerisme in Brazilië een spoor te bekennen in Formgiving. Maar dit betekent niet dat Bjarke Ingels zich door zijn critici laat weerhouden van „het vormgeven van de hele wereld”. Integendeel, City of Hope en Mars Science Center, twee projecten die tegen het einde van Formgiving opdoemen, zijn zelfs buitenaardse toekomstmuziek over de menselijke bewoning van de Maan en Mars, met een vormgeving die uit een sciencefictionfilm afkomstig lijkt.

Een derde project, Masterplanet, beperkt zich nog tot de aarde, en maakt vooral duidelijk dat de collectieve verbeelding van BIG toch grenzen kent. Anders dan de titel doet vermoeden is dit niet meer dan een inventarisatie van de problemen met bijvoorbeeld de uitstoot van CO2 waarvoor de klimaatverandering de mensheid stelt. Hoe de aarde moet worden gered, weet zelfs Bjarke Ingels niet.

Lees ook deze vergelijking tussen Bjarke Ingels en MVRDV