Bijltjes en ringen om in de Bronstijd mee te betalen

Archeologie Geldstukken lijken op elkaar. Zijn de bundeltjes met ringen en bijltjes uit de Vroege Bronstijd daarom geldstukken? Ja, zo blijkt.

Betaalmiddelen uit de Vroege Bronstijd: zogenoemde Ösenringen (grote foto), ringbundels uit Duitsland (rechtsboven) en Spangenbarren (rechtsonder).
Betaalmiddelen uit de Vroege Bronstijd: zogenoemde Ösenringen (grote foto), ringbundels uit Duitsland (rechtsboven) en Spangenbarren (rechtsonder). Foto’s Helena Motycková, Staatssammlung München

Bronzen ringen, smalle baren en kleine bijlen waren in Centraal-Europa het eerste ‘geld’. Dat concluderen archeoloog Maikel Kuijpers en zijn Roemeense collega Cătălin Popa van de Universiteit Leiden in een artikel in PLOSONE dat woensdag is verschenen. „Het idee leefde al langer, maar kon niet bewezen worden”, zegt Kuijpers.

Wanneer is iets gebruikt als geld? Dat is de vraag waarmee archeologen al langer worstelden. Uitwisseling van iets dat als geld kan worden bestempeld, veronderstelt een soort standaardisatie. De bulkwaar die als geld wordt gebruikt moet in gewicht en uiterlijk min of meer hetzelfde zijn. De duizenden bronzen ringen, smalle baren en kleine bijlen uit de Vroege Bronstijd (2150-1700 voor Christus) die in Centraal-Europa zijn gevonden, lijken aan die voorwaarden te voldoen. Kuijpers: „Uit het Donaugebied in Zuid-Duitsland, Neder-Oostenrijk en delen van Tsjechië stammen de zogenoemde Ösenringe en Spangenbarren. De bijlbladen kwamen vooral voor in Midden- en Noordoost-Duitsland. In Bohemen en Moravië vind je zowel ringen als baren en bijltjes.”

Spangenbarren. Foto Helena Motyčková

De objecten leken geen praktisch nut te hebben, omdat ze vaak van matige kwaliteit waren. Wel werden ze vaak in groten getale bij elkaar gevonden, soms zelfs in bundels. Maar bewijzen dat het hier om een standaardisatie en een vroege vorm van geld ging, was lastig.

Menselijke meetinstrumenten

In principe zijn er drie manieren om iets te wegen, zegt Kuijpers. „Met een weegschaal en gewichtjes, maar die waren er in die periode nog niet; praktisch, dus bijvoorbeeld al doende vaststellen wat het maximum gewicht is dat een mens of dier kan dragen, of door twee voorwerpen op te tillen en met elkaar te vergelijken en op zicht te schatten.” Voor ‘geld’ in de Vroege Bronstijd komt de laatste mogelijkheid in aanmerking. „Maar mensen gelden niet als nauwkeurige ‘meetinstrumenten’”, zegt Kuijpers. Dat blijkt uit de psychofysica, een deelgebied van de cognitieve psychologie dat zich bezighoudt met de relaties tussen fysieke eigenschappen van prikkels en waarneembare reacties op deze prikkels. Mensen blijken gewichten met tot 10 procent verschil als gelijk te ervaren: het verschil tussen 100 en 110 gram voelen ze niet, maar wel tussen 100 en 120 gram.

Ringbundels uit Duitsland. Foto Staatssammlung München

Kuijpers en Popa verzamelden de gewichten van ruim 5.000 bronzen objecten uit de Vroege Bronstijd: 2.639 ringen, 1.780 baren en 609 kleine bijlbladen. Meer dan 70 procent van de ringen, afkomstig uit 113 verschillende deposities, woog tussen de 176 en 217 gram. „Dat maakt ze qua waarneming identiek aan een ring van 195,5 gram.”

Bij de baren lag de gelijkenisindex lager, aldus Kuijpers. „Sommige baren wogen een stuk minder dan de ringen, maar als we die afwijkende exemplaren eruit haalden, dan werd voor een groot deel wel weer gelijkenis in gewicht ervaren binnen de twee groepen. Voor de bijlen geldt dat iets minder. Toch kunnen we stellen dat onbewust 195,5 gram een soort standaard voor alle drie is geweest. Dat blijkt ook uit het feit dat ze op verschillende plekken samengebundeld zijn gevonden. Bij de ringen, baren en bijlen gaat het dus om regionale uitingen van hetzelfde; een beetje zoals we nu overal euro’s hebebn met verschillende nationale zijdes maar met hetzelfde gewicht.”

We weten niet waarvoor het ‘geld’ is gebruikt

Maikel Kuijpers archeoloog

De Leidse archeologen hebben ook nog archeologische aanwijzingen die hun theorie ondersteunen, zegt Kuijpers. „Hier en daar is een stukje brons toegevoegd of juist eraf gehaald om het object zwaarder of lichter te maken. We weten alleen niet waarvoor het ‘geld’ is gebruikt.”

Lorenz Rahmstorf, hoogleraar prehistorie aan de Universiteit Göttingen en gespecialiseerd in de archeologie van geld en gewichten, reageert positief op het onderzoek. „Met een bruikbare methodologie tonen ze aan dat voor de objecten een gelijk of vergelijkbaar gewicht werd nagestreefd.”

Terwijl in Mesopotamië en de Indusvallei al in het derde millennium v.Chr. sprake was van wegen en echt geldgebruik, ging het gebruik van de ringen, baren en bijlen in Centraal Europa door tot aan het einde van de Vroege Bronstijd. Daarna werd er gehandeld in brokken en schroot, en werd er echt met een weegschaal en gewichten gewogen. „Interessant is om te zien dat deze cognitieontwikkeling mede door materiaal is bepaald”, zegt Kuijpers. „Eerder kon er ook aan een stenen voorwerp een waarde worden toegekend, maar geen min of meer vaste. Dat werd pas mogelijk door brons, dat in serie in mallen werd gegoten.”