Recensie

Recensie Film

Eerlijk over de werkende klasse

Uitgestelde klassieker | Flashdance Dansfilm ‘Flashdance’, over een lasser die via dans aan haar omstandigheden wil ontsnappen, werd afgekraakt. Maar de film is eerlijker dan geroemde Ken Loach-films met altijd nobele arbeiders.

Foto ANP

Toen Flashdance (1983) in de Nederlandse bioscoop uitkwam, was ik veertien. Toch zag ik hem toen niet. Dat kwam vooral doordat ik in een dorp opgroeide, met de dichtstbijzijnde bioscoop ver weg. Dus films zag ik op televisie, maar Flashdance sloeg ik op de een of andere manier altijd over, al wist ik dat hij heel populair was – vooral dankzij de soundtrack. Jaren later raakte ik geïnteresseerd in muziek- en dansfilms. Van de drie uit de jaren tachtig die met een F beginnen zag ik wel Fame en Footloose, maar Flashdance nog steeds niet. Hoogste tijd om dat nu, bijna 38 jaar na de première, alsnog te doen.

Flashdance gaat over de 18-jarige Alex (Jennifer Beals). Zij woont in Pittsburgh en werkt als lasser in de staalindustrie. ’s Avonds ‘flashdanst’ zij in een bar, een combinatie van energieke acrobatiek en gestileerde choreografie. De gescheiden Nick (Michael Nouri) ziet wel iets in de onafhankelijke Alex, maar zij houdt de boot lang af.

Indertijd werd Flashdance behoorlijk afgekraakt en dat is deels te begrijpen. Zo is Nick twee keer zo oud als Alex, en dat kon toen al niet. Het is duidelijk ook een variant op Saturday Night Fever (1977), maar dan met een jonge vrouw in de hoofdrol die via dans aan haar omstandigheden wil ontsnappen. In het geval van Alex middels een auditie bij de balletacademie. Het levert een climax op – op de klanken van gigahit ‘What a Feeling’ – die verrassend kort is, met bovendien veel dank aan de body doubles van Beals. Waarna Nick buiten op haar wacht met zijn dure Porsche: bah!

Toch is dat niet het hele verhaal. Alex’ droom mag dan uitkomen, Flashdance relativeert haar succes door twee bijfiguren op te voeren met een soortgelijke droom als Alex die het niet redden. Zo ambieert kok Richie een carrière als stand-upcomedian, maar keert hij gedesillusioneerd terug uit Los Angeles als het niet lukt. Ook de kunstschaatsambities van Alex’ vriendin Jeanie vallen in duigen.

De film is daarbij wat eerlijker over de werkende klasse dan die van de zo geroemde Ken Loach-films met zijn altijd zo nobele arbeiders. Zo klaagt Jeanies knorrige vader bij het optreden van zijn dochter ‘duurt het nog lang?’ Toch troost hij haar liefdevol als zij uithuilt in de kleedkamer nadat zij twee keer met haar kont op het ijs is gevallen: ‘Je stuiterde erg mooi’, waarna hij zijn arm om haar heen slaat. Ontroerend.

Hoewel de romance tussen Alex en Nick totaal niet overtuigt, levert het een bijzonder erotisch moment op als Alex tegenover hem zit in haar afgeknipte sweatshirt en al pratend achteloos haar bh-bandjes een voor een naar beneden schuift en uiteindelijk via haar mouw haar bh uitdoet. Al die tijd kijkt zij Nick aan, die niet weet waar hij het zoeken moet. Geen wonder dat regisseur Lyne drie jaar later veel succes had met de suggestieve erotiek van 9½ weeks (‘You Can Leave Your Hat On’). Ook die zag ik pas later op televisie, rond 1988. In die tijd lonkten Amsterdam en haar vele filmtheaters. Dat was mijn droom.