De onthulling van de staatsieportretten van Barack en Michelle Obama in de National Portrait Gallery in Washington, D.C. in 2018.

Foto Pete Souza

Do’s & don’ts bij het portret van de president van Amerika

Portretkunst Al sinds George Washington worden de Amerikaanse presidenten (en hun first ladies) vereeuwigd in staatsieportretten. Er waren politieke boodschappen, verborgen grapjes en enkele debacles. Nu is het tijd voor die van de Trumps. Wat kunnen we verwachten?

Ongekend lange rijen stonden in februari 2018 voor de deuren van de Smithsonian National Portrait Gallery in Washington, een museum dat zulke belangstelling bepaald niet gewend was. Er was niet eens een blockbustertentoonstelling. Alle mensen stonden die dag anderhalf uur in de rij voor slechts twee schilderijen: de staatsieportretten van Barack en Michelle Obama. Een deel van de sensatie zat ’m in het (onjuiste) bericht dat dit de eerste Amerikaanse staatsieportretten zouden zijn die door Afro-Amerikaanse kunstenaars gemaakt zouden zijn, in dit geval Kehinde Wiley en Amy Sherald.

Maar ook artistiek vielen ze op. Vooral Wiley’s portret van Barack Obama wordt gezien als zeer geslaagd, al is de term ‘vreemd’ ook wel gevallen. Het toont de voormalige president op een klassieke stoel, in een actieve zithouding, nadenkend de toeschouwer aankijkend. Het is duidelijk presidentieel want realistisch, plechtig, maar tegen een decoratief gebladerte dat zich niet houdt aan de bescheidenheid van zijn achtergrondrol. Het is bijna alsof Obama in een struik zit. Zo’n ongebruikelijk beeld tekent de artistieke vrijheid die Wiley kreeg, wat past bij het imago van de Obama’s als kunstliefhebbers.

Barack Obama door Kehinde Wiley, 2018.
Foto Mark Gulezian/NPG
Michelle Obama door Amy Sherald, 2018.
Foto Mark Gulezian / National Portrait Gallery
Barack Obama door Kehinde Wiley, 2018 en Michelle Obama door Amy Sherald, 2018.
Foto Mark Gulezian/NPG

In de kunstwereld maakte Wiley al langer furore met zijn portretten van beroemde zwarte Amerikanen, zoals rappers, in een renaissancestijl als van oude Europese machthebbers. Of zoals Obama zei: „Wiley daagt onze conventionele blik op macht en privilege uit.” Daarnaast is Sheralds portret van Michelle Obama vooral koel elegant, met veel nadruk op haar jurk, als een abstract kunstwerk binnen een ander kunstwerk. Opvallende artistieke keuzes – toch zijn beide portretten in de kern traditioneel: niets geen karakterschets, maar functie en verhevenheid, zoals het een staatsieportret al eeuwen betaamt.

Sterker nog, Wiley’s portret citeert de oudste voorgangers, vooral het portret van Thomas Jefferson aan zijn bureau, uit 1805. Negen jaar voor dat portret was de eerste Amerikaanse president George Washington staand afgebeeld tussen barokke draperieën, als een Europese vorst. Het doek vol grandeur is nog eens heroïsch gered door first lady Madison toen in 1814 de Britten het Witte Huis in brand staken (de Britten, niet Canadezen, zoals Trump eens opwierp bij een verbaasde Trudeau). Vergeleken met Washington oogt Jefferson aan zijn bureau toegankelijker, een regeringsleider die net als andere Amerikanen gewoon aan het werk is.

George Washington door Gilbert Stuart, 1796.
Foto Foto National Portrait Gallery / Smithsonian
George Washington door Gilbert Stuart, 1796.
Foto National Portrait Gallery / Smithsonian

Staan en zitten zouden afwisselen in wat een traditie werd. Van elke president zijn sindsdien een of twee officiële portretten geschilderd: één voor het Witte Huis, één voor de National Portrait Gallery. Het zijn afscheidscadeaus, gemaakt na de ambtsperiode, los van officiële portretfoto’s of incidentele andere portretschilderingen.

Die traditie leverde veel eerbiedwaardigs op, zoals het prachtig bedachtzame portret van John F. Kennedy, postuum geschilderd met een betekenisvolle schaduw erin. Maar er waren ook mindere successen. Theodore Roosevelt had een spuughekel aan zijn officiële portret door Théobald Chartran, waarbij het niet hielp dat familieleden het treiterig de mauwende kat noemden: hij leek er zo onschuldig. Roosevelt huurde John Singer Sargent in voor een masculiener herkansing maar ook dit verliep niet vlekkeloos. Roosevelt had geen tijd om te poseren, Sargent liep hem steeds achterna, ze werkten elkaar op de zenuwen, tot Roosevelt stilstond onderaan een trap en zei ‘dan maar nu’ – bam, de pose die Sargent nodig had en ineens was daar een grandioos portret.

John Kennedy door Aaron Shikler, 1970.
Foto White House Historical Association
John Kennedy door Aaron Shikler, 1970.
Foto White House Historical Association

Toch was Chartrans werk (dat Roosevelt heeft laten verbranden) niet het ergste debacle. Bill Clintons portrettist Nelson Shanks onthulde later in nogal een afbraakinterview dat hij stiekem de schaduw van Monica Lewinsky’s jurk in de compositie had verwerkt. Volgens hem hadden de Clintons een hekel aan het portret, wat niet bevestigd is. Wel gaf Clinton een portretopdracht aan Simmie Knox, een Afro-Amerikaanse schilder (en eerder dus dan de Obama’s).

Mochten deze namen u weinig zeggen: dat klopt. Afgezien van Sargent en Wiley waren het vaak weinig bekende schilders die gevraagd werden, artistieke vrijheid was dan ook ondergeschikt. Avant-gardes konden komen en gaan, maar in dit realistisch protocol paste hooguit een wat weeïg impressionisme à la hotellobbystijl met kamerbreed tapijt.

Verborgen boodschappen

Maar vergis je niet. Die vijftig tinten beige bevatten wel degelijk politieke boodschappen. Neem voormalig president en kunstschilder George W. Bush, die na zijn olieverfschilderijen van honden en badkamerscènes tegenwoordig militaire veteranen portretteert. Zijn staatsieportret uit 2008 toont hem zittend op een gewone bank, bosje bloemen erbij, knus, nota bene omhoog kijkend naar ons toeschouwers in plaats van andersom. Dit is duidelijk een president die toegankelijk wil zijn. Zelfs Wiley’s stropdasloze Obama oogt formeler.

George Bush door Robert Anderson, 2008.
Foto National Portrait Gallery, Smithsonian
George Bush door Robert Anderson, 2008.
Foto National Portrait Gallery / Smithsonian
Lees ook: Wat zien we in de kunst van Bush?

Zo groeit al twee eeuwen deze bijzondere kunstgeschiedenis, en de grote vraag is nu natuurlijk: welke portretten krijgen Donald en Melania Trump? Zij baarde eerder al opzien door het airbrushen van haar officiële staatsfoto’s – logisch gezien haar achtergrond als model, maar voor staatsfoto’s een primeur. Haar man op zijn beurt toonde zich eens kunstkritisch door een bij Andy Warhol bestelde serie af te keuren.

Wel tevreden is Trump over zijn portret door Ralph Cowan uit 1987, getiteld: ‘The Visionary’. Cowan schilderde de toenmalige zakenman in een sportieve tennissweater tegen een dramatisch gekleurde lucht. Deze kleurt zijn gezicht roodoranje op een toch heel natuurlijke en flatteuze manier. Schalks maar zonder enige zelfspot glimlacht de visionair terwijl hij met één been, buiten beeld, ergens triomfantelijk op leunt.

Het portret van Trump

Volgens Trump had Cowan het portret half af naar hem gestuurd met een prijsofferte voor de afronding, waarna Trump het als slimme zakenman elders goedkoper liet voltooien – volgens Cowan een onzinverhaal, hij zegt dat hij gewoon is betaald.

Ouder portret van Donald Trump, ‘The Visionary’ door Ralph Cowan uit 1987.
Foto Damon Higgins / Imageselect
Ouder portret van Donald Trump, ‘The Visionary’ door Ralph Cowan uit 1987.
Foto Damon Higgins / Imageselect

Hoe dan ook komen er portretopdrachten voor de Trumps, meldde de National Portrait Gallery in november. Dat museum zal ongetwijfeld opnieuw spannende nieuwe doelgroepen kunnen verwelkomen. Interessant is ook dat traditioneel de nieuwe president het bijbehorend onthullingsfeestje organiseert, al decennia een voor Washington zeldzaam moment van verbroedering. Het presidentschap overstijgt namelijk de politieke verschillen, zoals Obama zei tegen zijn voorganger Bush. Die op zijn beurt Obama de tip gaf dat die zich bij moeilijke beslissingen altijd tot zijn portret zou kunnen wenden om zich af te vragen: „Wat zou George doen?”

Ook Joe en Jill Biden kunnen zich nu in het Witte Huis wenden tot al hun voorgangers – of nee, bijna alle. Want de portretten van de Obama’s, die heeft de vorige president nooit laten ophangen.