Opinie

De macht ligt allang niet meer bij het parlement

Maxim Februari

Niet iedereen hoeft dit te lezen. Het is gepriegel. Of, nee, juist geen gepriegel, het is de grote lijn, maar het oogt als gepriegel. Het gaat over de veranderingen in het recht, en zoals Herman Tjeenk Willink vorige week in NRC schreef: „Belangstelling voor de veranderende rol van het recht in de samenleving […] is zo goed als afwezig.” Dit als disclaimer vooraf en dan gaan we nu beschrijven waar het heen gaat met het land.

Omdat ik beweer dat de trias politica wankelt en dat de uitvoerende macht door digitalisering de overhand krijgt boven de wetgevende en rechtsprekende macht, stuurt iemand me een artikel uit oktober 2020 uit het tijdschrift Ars Aequi van staatsrechtjurist Reijer Passchier. ‘Digitalisering en de (dis)balans binnen de trias politica’. Helaas is het artikel voor vrijwel niemand toegankelijk, want Ars Aequi is niet los te krijgen, maar ik heb een kopie.

Reijer Passchier zegt alles wat ik ook zou willen zeggen, maar hij zegt het duizend keer beter en geleerder. Hij is dan ook PhD LL.M. LL.B, lees ik ergens. Zijn artikel gaat over de constitutionele verhoudingen binnen de overheid en hij zegt dat de uitvoerende macht inderdaad dominant is. Voormalig ombudsman Alex Brenninkmeijer heeft dit de ‘unitas politica’ genoemd.

En inderdaad verergert de situatie door digitalisering. De uitvoerende macht profiteert daarvan het meest en dus concentreert zich de macht daar. De maatschappij digitaliseert in sneltreinvaart. Overheid en overheidsbestuur digitaliseren helemaal als een razende. Maar rechter en parlement blijven hierbij ver, ver, ver achter.

Kindermishandeling in het oog krijgen, risico’s op schoolverlating berekenen, de leeftijd van asielzoekers beoordelen: het gebeurt nu allemaal digitaal. Uitvoeringsinstanties als de UWV en de Belastingdienst zijn beschikkingsfabrieken die jaarlijks miljoenen digitale besluiten nemen. Overheidsorganisaties ontwikkelen om het hardst zelflerende algoritmes. Veiligheidsorganisaties als de politie laten zich sturen door data-analyses. Grootschalige inzet van AI komt eraan.

Maar het parlement is nog niet aan het onderwerp toegekomen. Laatst kreeg ik van een politieke partij een vraag over digitalisering: „Voor onze partij een thema waar we nauwelijks iets mee gedaan hebben en waar we weinig van weten.” Jawel, er is in het parlement een commissie. Een commissie! Verdere belangstelling is, in de woorden van Tjeenk Willink, zo goed als afwezig.

Waarom we ons nog steeds druk maken over de zetelverdeling in het parlement, terwijl de macht daar allang niet meer ligt, is me een raadsel. Ik vermoed dat het gehakketak amusementswaarde heeft, voor degenen die ervan houden.

Intussen groeit de voorsprong van het overheidsbestuur verder doordat digitalisering het overheidsfunctioneren zelf verandert. Digitalisering is geen instrument, zoals een rekenmachine of een telefoon, maar verandert het wezen van de overheid. Die wordt vernetwerkt, zegt Passchier. „Niet langer een overzichtelijk, afgebakend, hiërarchisch systeem met de regering of wetgever aan de top.” De bureaucratie is niet langer een bureaucratie, zou ik zeggen, maar een datacratie. Wezenlijk iets anders en veel slechter te controleren.

Reijer Passchier biedt gelukkig ook zicht op oplossingen. Parlement en rechter moeten als de bliksem zelf deskundigheid inhuren tegenover de duizenden techdeskundigen bij het bestuur, zegt hij. Ze moeten eisen stellen aan technologie: laat heel Nederland het voorbeeld van Amsterdam volgen en met leveranciers afspraken maken over uitlegbaarheid van digitale systemen. Zorg voor ‘trias politica by design’ door parlement en rechter automatisch informatie over de uitvoering te laten sturen.

Dan blijven er nog genoeg problemen over. Gigantische problemen zelfs. Mijn persoonlijke stokpaardjes: door inzet van zelflerende algoritmes kan de uitvoerende macht regels gaan maken en op de stoel van de wetgever gaan zitten. Wel toelaten? Niet toelaten? De claim dat je met data-analyse gedrag en dus misdaad kunt voorspellen is onverdedigbaar en botst met rechtsbeginselen. Hoe houd je die claim onder de duim?

Reijer Passchier wijst op de rol van grote bedrijven. Nu die zijn toegetreden tot de datacratie en een soort staatsmacht uitoefenen over de burger, moeten ze wellicht onder het begrip van de rechtsstaat worden gebracht. Opdat ze zich voegen naar het geheel van normen, principes en praktijken dat de overheidsmacht reguleert en zo fundamentele waarden beschermt. Constitutionaliseren dus. Maar hoe?

Zie hier de agenda voor de komende tijd en de veranderende rol van het recht in een notendop. Hoeveel woorden waren dit? Zevenhonderd? Hoe dan ook, zo zit het dus.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.