‘Ambtenaren schrijven zo niets meer op’

Rutte-doctrine Door de Toeslagenaffaire pleit premier Mark Rutte nu opeens voor meer openbaarheid. Maar klappen ambtenaren daardoor straks niet helemaal dicht?

De Ministeries van Veiligheid en Justitie, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De Ministeries van Veiligheid en Justitie, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Foto Lex van Lieshout

Is de ‘Rutte-doctrine’ alweer dood en begraven? Al weken ligt premier Mark Rutte (VVD) onder vuur vanwege zijn vermeende hekel aan openbaarheid, voor het eerst als ‘doctrine’ opgedoken in de Toeslagenaffaire. Vrijdag besloot het kabinet af te treden om deze affaire. Er werd ook een „radicaal” plan gelanceerd dat moet leiden tot meer ambtelijke transparantie, precies waar de Tweede Kamer al jaren om vraagt.

Lees ook: hoe de Rutte-doctrine de premier politiek in de problemen brengt

Dinsdag licht Rutte zijn aftreden toe in de Tweede Kamer en volgt er een debat over de Toeslagenaffaire, dat draait om hardvochtige fraudeopsporing en de vaak verhullende informatievoorziening hierover door opeenvolgende Rutte-kabinetten. De Rutte-doctrine dreigde dat debat te gaan domineren: onder politieke rivalen van de premier werd het in de afgelopen weken steeds vaker een stok om mee te slaan. Sinds vrijdag kan Rutte zeggen: de doctrine is opgeborgen, alles wordt transparanter.

Maar is dat zo? In ambtelijke kringen wordt verontrust gereageerd. Tijdens het parlementaire onderzoek zei Rutte nog dat ambtenaren vrijuit met elkaar kunnen delibereren „zonder de angst” dat stukken worden opgevraagd door journalisten. Vandaar dat ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ van ambtenaren worden weggelakt, voor ze naar buiten gaan. Maar vrijdag kondigde het kabinet aan dat het deze ‘uitzonderingsgrond’ „niet langer hanteren” wil.

Op ministeries in Den Haag wordt druk overlegd over wat dit in de praktijk gaat betekenen. Bestuurskundige Paul Frissen kan dat nu al voorspellen. „Als ambtenaren weten dat alles in de openbaarheid kan komen, zullen ze niks meer gaan opschrijven”, zegt Frissen, bestuursvoorzitter van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) en hoogleraar aan Tilburg University. Dit is kortom niet het einde van de Rutte-doctrine, zegt Frissen. Het is het begin ervan. „Dit soort maatregelen gaan de doctrine juist verstevigen.”

Guido Enthoven van Instituut Maatschappelijke Innovatie promoveerde op het proefschrift Hoe vertellen we het de Kamer? Hij ziet de maatregelen juist als „een belangrijke stap voorwaarts”, al moeten ze nog wel uitgewerkt worden.

Hoe dan ook: door ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ los te laten als grond om documenten niet openbaar te maken, kan de Tweede Kamer zijn controlerende taak beter vervullen.

Enthoven maakt zich geen zorgen over verkramptheid. Ambtenaren staan nu juist onder druk om politieke wenselijke antwoorden te geven. Openbaarheid kan de beroepstrots van ambtenaren voeden en leidt ertoe dat ze „zich serieus genomen voelen”. „Laat alle risico’s en overwegingen die ambtenaren zien bij bepaalde besluiten maar onderdeel worden van het publieke debat.”

Enquêtekastje

Het ‘enquêtekastje’ is een begrip onder ambtenaren. Het is waar je documenten bewaart voor een eventueel parlementair onderzoek. Frissen denkt dat die kastjes „veel groter” zullen worden als de ommezwaai van Rutte wordt doorgezet. „Ambtenaren zullen zich veel meer willen indekken.”

Het kabinet kondigde vrijdag aan na elke ministerraad een (geannoteerde) besluitenlijst te willen publiceren. Daarnaast worden ook onderliggende departementale nota’s openbaar gemaakt die ten grondslag hebben gelegen aan „elk stuk” (wetsvoorstel, brief of nota) dat naar het parlement gaat.

Het punt is, zegt Frissen, dat ambtenaren in het Nederlandse bestuursmodel geen „verantwoordingsrecht” hebben: ze kunnen zichzelf niet publiekelijk verdedigen in situaties waarin om opheldering wordt gevraagd, zoals een minister of een arts die lid is van het OMT – „een burger” – dat wel kan. Meer transparantie en openbaarheid moet daarom ook gepaard gaan met meer bescherming van ambtenaren, vindt Frissen. En daarover zei Rutte vrijdag niets.

Lees ook: over de inhoudelijke lessen die het kabinet trekt uit Toeslagenaffaire

Frissen zet nog een vraagteken bij de maatregelen. Volgens hem is het „een misvatting” dat volledige transparantie zaligmakend is. Hij wijst daarbij naar Twitter en andere sociale media waar de grenzeloosheid van informatie ook geen vrede op aarde heeft gebracht en „volledig is ontspoord”. Volgens Frissen zou het debat veel moeten gaan over de rol van de staat en van de Tweede Kamer in het vormgeven van de verzorgingsstaat. Hij wijst op de keiharde fraude-aanpak waar ook de Kamer „enthousiast mee heeft ingestemd”.

Enthoven vindt dat „met publiek geld gefinancierde informatie” ook gewoon voor het publiek toegankelijk moet zijn. Maar hoe voer je zo’n fundamentele cultuurverandering door? „Het belangrijkste is het goede voorbeeld geven”, zegt Enthoven. Bewindslieden en topambtenaren moeten dat doen, maar ook de media, die volgens hem ieder verschil van mening tussen minister en ambtenaren nu nog te vaak opkloppen tot een groot schandaal.

Rutte zei vrijdag dat zijn „denken” over het ruimhartiger delen van informatie was „verschoven” en „dat als je gewoon al die informatie verstrekt mensen daar ook prima mee om kunnen gaan”. Frissen twijfelt. Neem het OMT: elke afwijkende mening hierin leidt tot ophef. „En een OMT-lid kan zich, anders dan een ambtenaar, beroepen op de vrijheid van meningsuiting.”