Analyse

Zo worden sociale media weer van ons

Internetregulering Vier jaar lang zette Donald Trump de toon. Zijn vertrek is een kans om sociale media op een ander spoor te krijgen. Maar hoe? Vijf ideeën op een rij.
Illustratie Pepijn Barnard

Zo’n 25.000 soldaten hebben Washington veranderd in een vestingstad, uit vrees dat Trump-supporters woensdag de inauguratie van Joe Biden verstoren, zoals ze eerder het Capitool bestormden.

De opkomst van radicalen en complotdenkers (als antivaxxers en QAnon-aanhangers) wordt door onderzoekers gekoppeld aan de komst van sociale media als Facebook en Twitter. Die hebben zich ontwikkeld tot de marktpleinen waar we winkelen, kletsen en ideeën uitwisselen. Maar ze zijn in handen van een handjevol Amerikaanse mediabedrijven, ‘Big Tech’, en onttrekken zich goeddeels aan toezicht. En haters, ophitsers en nepnieuwsverkopers krijgen er een megafoon aangereikt, waarmee ze gematigde geluiden met gemak overstemmen.

„Ik maak me vooral zorgen over de schade die sociale platforms aanrichten aan het publieke debat”, zegt Evelyn Austin, directeur van Bits of Freedom, een instelling die opkomt voor digitale burgerrechten. „Er is steeds minder gedeelde realiteit, daardoor wordt het debat steeds moeilijker.”

„Dit is een even grote dreiging als Covid of het klimaat”, zegt Jeroen van den Hoven (1957), hoogleraar techniek en ethiek aan de TU Delft.

„Misschien is het hele model van sociale media wel niet zo compatibel met democratische waarden”, zegt Joris van Hoboken (1978), hoogleraar Informatierecht aan de Vrije Universiteit Brussel.

Lees ook het interview met internetpionier Marleen Stikker: Het internet is stuk, maar we kunnen het repareren

Hoe lossen we dit op? Vier onderzoekers, een politicus en een activist komen met vijf oplossingen.

  1. Knip ze op

    Breek die bedrijven op, zegt Europarlementariër Kim van Sparrentak (GroenLinks). „Ze hebben te veel macht. En er mogen ook nooit meer zulke megabedrijven ontstaan”. Opknippen, zegt ook Jeroen van den Hoven van de TU Delft, „pas dan zullen ze naar ons luisteren.”

    „Omdat ze zo dominant zijn, zijn ze moeilijk te corrigeren”, zegt ook Evelyn Austin. „Ze hebben een leger aan lobbyisten en leveren politici een kanaal waarmee zij zich rechtstreeks tot kiezers richten. Die zijn dus niet geneigd om hier iets aan te doen.”

    Politicoloog Rebekah Tromble (1978), directeur van het Instituut voor Data, Democratie en Politiek van George Washington University, zegt dat een denkbeeldig nieuw sociaal medium zich niet meer moet blindstaren op groei. „Een verdienmodel dat is gebaseerd op deze schaalgrootte, maakt het onmogelijk om effectief te modereren.”

  2. Verander de algoritmes

    Sociale media profiteren van sensationele content. Dat houdt mensen langer online, waardoor de bedrijven meer advertentiegeld ophalen. Daarom geven algoritmes (systemen die de selectie maken van wat gebruikers zien) de voorkeur aan dit soort emotionerende berichten.

    „Vraag aan je kinderen wat ze willen eten, dan zeggen ze iedere dag: patat met appelmoes”, zegt Van den Hoven. „Zo werken ook sociale media: ze maken je verslaafd aan wat je lekker vindt. Er zijn altijd mensen die moeite hebben chocola te maken van de complexe wereld en die gevoelig zijn voor berichten die problemen versmallen tot een simpel verhaal. Je klikt op ‘Vijf dingen die je niet tegen je schoonmoeder moet zeggen’ en vervolgens krijg je het bericht ‘UFO’s gesignaleerd’, en zo daal je verder af in de rabbit hole, of de ‘fabeltjesfuik’ zoals Arjen Lubach het noemt.”

    Lees ook: Big Tech twijfelt niet meer: Trump wordt geblokkeerd

    Wie eenmaal in het konijnenhol is gevallen, krijgt alleen nog maar haat en desinformatie te zien. De buitenwereld is ver weg. „Weinig mensen zullen zeggen: ja, gooi mij maar in het konijnenhol”, stelt Austin van Bits of Freedom. „Maar de algoritmes zijn zo gebouwd om je erin te leiden, en je erin te houden.”

    „Complottheorieën zijn zo oud als de mens”, zegt politicus Van Sparrentak „Ik geloof dat er altijd wel mensen zijn die menen dat Rutte babybloed drinkt. Maar Facebook denkt: ‘Klinkt goed, babybloed!’ en die begint dat te verspreiden. Het probleem is niet dat er zulke dingen op internet staan, het probleem is dat ze te snel, te massaal verspreid worden. Als je zo’n onzinverhaal steeds in je feed krijgt, dan lijkt het alsof velen dat ook denken, en dan ga je het geloven. Je moet zo’n post dus niet weghalen, je moet zorgen dat het je niet de hele tijd wordt aangeboden.”

    Met trucs kun je bubbels doorbreken, weet Van den Hoven. „Je kunt in je algoritme serendipiteit inbouwen, zodat je dingen vindt waar je niet naar op zoek was. Of een functie die alternatieven aanbiedt: als je veel Telegraaf-stukken leest, krijg je even iets anders aangeboden.” Austin denkt dat het verdienmodel van sociale media – persoonsgegevens verkopen aan adverteerders – een perverse prikkel geeft. „Verbied bepaalde vormen van tracking en persoonsgebonden advertenties. Zo maak je het giftige verdienmodel onschadelijk. Gebruikers moeten meer controle krijgen over welke informatie hun bereikt.” Ze pleit ook voor externe curatoren die een selectie voor je kunnen maken: „Bij YouTube zou je je dan op de keuzes van bepaalde curatoren kunnen abonneren.”

    Peter Burger, nepnieuwsonderzoeker aan de Universiteit Leiden, over de architectuur van Twitter: „Retweets kunnen vertraagd worden en een bericht met een link zou je alleen moeten kunnen doorsturen als je er zelf al op geklikt hebt.”

    Van Sparrentak wil dat de autoplay wordt uitgeschakeld, die je tot in het oneindige nieuwe, steeds extremere filmpjes aanbiedt.

    Rechtsgeleerde Van Hoboken, echter, vindt dat het te ver gaat om de werking van algoritmes te reguleren. „Je moet afstand creëren tussen de overheid en de inhoudelijke keuzes, maar aandringen op transparantie en verantwoording.”

  3. Neem een waakhond

    Van Hoboken pleit ervoor om sociale media terug te brengen in de publieke sfeer. „In de jaren negentig gaven we ruim baan aan de commercie. Cruciale diensten als zoekmachines en later sociale netwerken lieten we over aan de markt. Het is maar de vraag of het publieke belang, zoals democratische waarden, bij deze commerciële partijen voldoende is afgedekt.” Hij wijst op private nutsvoorzieningen als telefonie en spoorwegen. „Die blijven wel binnen reguleringskaders.”

    De Europese Commissie presenteerde onlangs een pakket regelgeving om techbedrijven aan banden te leggen. Een onderdeel daarvan, de Digital Services Act, dwingt ze om illegale inhoud snel te verwijderen en opener te zijn over de manier waarop algoritmes bepalen welke inhoud de meeste aandacht krijgt. Austin kijkt vol verwachting naar het Duitse systeem: zodra content die volgens de nationale wet illegaal is wordt geüpload, zijn platforms verplicht het binnen 24 uur te verwijderen. „Zo stap je weg van een systeem waarin alles onder de richtlijnen van het platform wordt gereguleerd, ook content die overduidelijk strafbaar is. Het laat zien dat een nationale wet hier wél grip op kan krijgen.”

    Lux et Libertas Lees ook het commentaar van NRC: Twitter, Facebook en Amazon mogen zoveel macht niet hebben

    Bij meer regulering van de overheid hoort ook meer toezicht op handhaving. „Sociale media zijn geen gewone bedrijven meer die je hun gang moet laten gaan, het zijn de platforms waar ons politieke debat plaatsvindt”, zegt Van Sparrentak: „Dat schreeuwt om democratische controle.” Sociale media moeten wettelijk verantwoordelijk worden gesteld voor wat ze plaatsen”, zegt Van den Hoven. „We moeten ze dagelijks bij de les houden, met constant toezicht.”

    Er moet een onafhankelijke waakhond komen, en een Europese rechtbank, een ‘Content Court’, zegt Van Sparrentak. „Uiteindelijk bepalen rechters of iets of iemand op een sociaal medium mag, niet Facebook of Twitter zelf.” De toezichthouder moet volgens haar drie soorten content onderscheiden. Naast dat wat strafbaar is – kinderporno, terrorisme – heb je het grijze gebied van haatzaaien, opruiing, bedreiging. „Daarover moet een rechter beslissen, in een soort snelrecht. De derde categorie zijn de uitingen die in strijd zijn met de gebruiksvoorwaarden van de diensten. Daarover moet een geschillencommissie oordelen.”

    Van Hoboken denkt aan het oprichten van lokale gebruikersraden, met kennis van lokale context. Daar zouden ook discussies over normen voor de inhoud thuishoren. „Het model van één wereldwijde standaard voldoet niet. Het is dan moeilijk om recht te doen aan specifieke lokale omstandigheden.” Gebruikers buiten de VS stuiten bijvoorbeeld regelmatig op preutsere Amerikaanse opvattingen over naakt.

    Factchecken van desinformatie zou een goede vorm van controle zijn, zegt nepnieuwsonderzoeker Burger. „Facebook en Twitter moeten meer laten factchecken. Onvermijdelijk worden sociale media dan uitgevers in plaats van doorgeefluiken, zoals ze nu graag zeggen.”

  4. Bouw publieke sociale media

    Het probleem is dat internet zo uniform is geworden, stelt Van Sparrentak. „Voor veel mensen is Facebook het enige van internet dat ze zien. Dus moeten er veel verschillende sociale media komen.”

    Van den Hoven: „We moeten zelf platforms bouwen die vanuit publieke waarden opereren. Zo kun je ook het goede voorbeeld geven: laten zien dat je op een fatsoenlijke manier een sociaal medium kan hebben.” De markt gaat dit niet regelen, zegt hij, dus moet de overheid het doen. „We hebben toch ook ooit openbare scholen en openbare bibliotheken gekregen?”

    De EU zou dit moeten opzetten, maar het moeten geen staatsmedia worden. „Publieke sociale media moeten niet in handen van de overheid zijn, maar ze moeten wel door de overheid gelanceerd worden. Er zijn genoeg creatieve mensen die dit willen oppakken.” Europa kan dat best, stelt Van den Hoven. „Er zit veel geld en veel kennis bij de Europese Unie. Europa heeft toch ook de Airbus van de grond gekregen, en Galileo, CERN, Gaia-X. We weten wat we kunnen, het geld is er. Eén miljard is genoeg.”

    Belangrijk hierbij, stellen Van Sparrentak en Austin: de interoperabiliteit. Dat betekent dat je vanuit de ene dienst met de andere dienst kan communiceren. Dat je vanuit WhatsApp een bericht kan sturen naar iemand op Signal. Als de sociale media met elkaar kunnen praten, krijg je echte pluriformiteit. Austin: „Je wilt wel je vrienden blijven zien, als je van platform wisselt.”

    Lees ook: Deze Facebook-moderator trok de eindeloze stroom van schokkende beelden niet meer
  5. Bevorder digitaal burgerschap

    Rebekah Tromble leidt op verzoek van Twitter een onderzoeksproject met collega’s van vijf andere universiteiten naar gezonde omgangsnormen op het platform. Het belangrijkste voor haar is investeren in digitaal burgerschap, bijvoorbeeld op scholen: hoe werken de platformen, en hoe gedraag je je er als goed online burger?

    „Wat we in het onderzoek op Twitter zien is dat er een toegewijde groep gebruikers is, die wil zorgen dat het een gezond discussieplatform blijft”, zegt Tromble. Die moet je koesteren, zegt ze, en de middelen geven om de dienst te helpen verbeteren. Twitter kan de reacties onder een tweet bijvoorbeeld zo rangschikken dat die niet chronologisch worden weergegeven, maar dat negatieve commentaren een minder prominente plek krijgen. Zo dooft een haatcampagne snel uit, is de gedachte. Het platform kan in zulke gevallen ook effectiever ingrijpen. „Nu richt het zijn aandacht vooral op het aanpakken van de afzenders van dreig- en haattweets. Dat is nuttig, maar misschien wel belangrijker is om de slachtoffers te steunen.”

    Het belang daarvan werd voor haar persoonlijk indringend duidelijk in 2018, toen ze nog aan de Universiteit Leiden werkte, en bekend werd dat haar onderzoeksvoorstel voor een socialer internet door het Twitter-bestuur was genomineerd. Dagenlang werd ze bedolven onder de haat- en dreigtweets van voornamelijk rechtse twitteraars die haar project zagen als een poging van de politiek-correcte elite om hen de mond te snoeren.

    Die ervaring doordrong haar van het belang van digitale-burgerschapslessen: „Veel mensen die me wilden steunen, reageerden op de haattweets en gaven ze zo extra aandacht. Het was beter geweest als ze over de inhoud van mijn project hadden getwitterd, en zo hadden geholpen het gesprek in een andere richting te sturen.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.