‘Overheid deelt liever geen stukken’

Wet Open Overheid (Woo) Na de Toeslagenaffaire moet de gewijzigde Wob, waarmee burgers bestuursstukken kunnen opvragen, de overheid transparanter maken. Werkt dat?

Een foto van een pagina verkregen via een WOB-verzoek. FOTO NRC
Een foto van een pagina verkregen via een WOB-verzoek. FOTO NRC

Stapels zwart gelakte pagina’s, stukken die „onvindbaar” zijn, of juist een karrenvracht aan informatie waar je precies niet om had gevraagd.

Woensdag stemt de Tweede Kamer over de Wet open overheid (Woo), een initiatiefwet van D66 en GroenLinks. De Woo is de opvolger van de Wob, de Wet openbaarheid van bestuur, waarmee iedere burger documenten van de overheid kan opvragen.

Al tien jaar lang wordt er gewerkt aan een nieuwe wet, die moet zorgen voor meer transparantie. En precies nu, met de eindstreep in zicht, is het kabinet over gebrek aan transparantie gevallen. In de Toeslagenaffaire heeft de overheid belastende informatie achtergehouden, concludeerde de commissie-Van Dam in het rapport Ongekend onrecht. Bij de beantwoording van Kamervragen, Wob-verzoeken en het samenstellen van dossiers voor rechtszaken zijn „transparantie, openheid en volledigheid” niet de leidende principes geweest. De informatievoorziening werd in meerdere gevallen ingegeven door „gewenste juridische of politieke uitkomsten”.

Toen premier Mark Rutte vrijdag het ontslag van het kabinet aankondigde, zei hij: de informatievoorziening gaat op de schop. Persoonlijke beleidsopvattingen van ambtenaren worden niet langer als geheim beschouwd – dat voorbehoud zou uit de wet worden geschrapt. In de Kamerbrief die volgde, stond echter iets anders: het schrappen van het voorbehoud – een veelgebruikte grond om openbaarheid te weigeren – geldt voor stukken die de overheid zelf actief openbaar maakt. Journalisten reageerden huiverig: ze zullen er wel een weg omheen vinden. NRC-redacteur Thijs Niemantsverdriet waarschuwde in een column deze zomer: „De volgende keer dat u de overheid een plechtige belofte hoort doen over transparantie, wees dan op uw hoede”.

Lees ook: 'Openbaarheid komt even op tweede plan'

Hoe de Wob werkt

Hoe werkt de Wob? Lost de gewijzigde wet bestaande problemen op?

Volgens de huidige wet kan iedere burger documenten opvragen bij de overheid. De overheid moet die stukken geven, tenzij er een belang is dat zwaarder weegt. Dan mag ze besluiten om documenten, e-mails en whatsappverkeer, niet te geven, of gedeeltelijk onleesbaar te maken. Dit ‘aflakken’ doen ambtenaren als het openbaar maken de veiligheid van de Staat schaadt, of als het om persoonsgegevens gaat. Maar veel vaker nog wordt er gelakt vanwege de ‘persoonlijke beleidsopvatting’. Bestuurders moeten vrijelijk kunnen overleggen om tot een beslissing te komen, is de gedachte, zonder dat de burgers meekijken.

De ervaring van veel journalisten is echter dat er op die laatste grond veel te ruimhartig wordt gelakt. Dat ook cijfers en feiten onleesbaar worden gemaakt. Zo maakte NRC mee dat in een verzoek naar informatie over de bijverdiensten van presentatrice Yvon Jaspers, zelfs advertenties werden zwartgelakt.

Klaas den Tek, onderzoeksjournalist en bestuurslid van de Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ), dat samen met de Open State Foundation en de NVJ aandrong op aanpassing van de Wob, zag hele dossiers achter zwarte balken verdwijnen. „Alsof het geen ambtelijke stukken maar columns betrof. Ik weet niet hoe jij schrijft, maar in ieder verslag zitten feiten.” De commissie-Van Dam komt in het Toeslagenaffaire-rapport tot dezelfde conclusie: het begrip persoonlijke beleidsopvatting „wordt regelmatig te ver opgerekt”.

Ook procedureel gaat er veel mis. Een bestuursorgaan heeft acht weken om tot een beslissing te komen, maar in de praktijk wordt die termijn veelvuldig overschreden. RTL Nieuws becijferde dat de Rijksoverheid vorig jaar in tenminste 68 procent van de Wob-verzoeken te laat was. Onderzoeksjournalist Den Tek deed in januari vorig jaar een Wob-verzoek dat nog altijd loopt: „Eerst werd de ambtenaar die het verzoek behandelde ziek, toen moest ik wachten op de zienswijzen van de betrokken partijen. En toen die eenmaal binnen waren, begon het ministerie van voren af aan: ineens moesten allerlei andere partijen om een zienswijze worden gevraagd.”

Beslistermijn

In de gewijzigde Wet open overheid die nu voorligt, wordt de beslistermijn korter (zes weken), moet de overheid actief documenten openbaar gaan maken (zoals klachten, vergaderstukken en agenda’s) en komt er een adviescollege dat niet bindende uitspraken over Wob-procedures doet. Den Tek noemt het een stap in de goede richting. Maar een oplossing voor de problemen die nu bestaan, is het niet. Neem de beslistermijn. „Termijnen worden nu voortdurend overschreden, waarom zou dat bij een verkorting naar zes weken anders gaan?”

Wob-specialist Roger Vleugels, die tot 2015 zelf betrokken was bij de totstandkoming van de nieuwe wet, vindt ook dat de wijzigingen lang niet ver genoeg gaan. Hij helpt media bij het opstellen van Wob-verzoeken, ook Trouw en RTL Nieuws in het toeslagen-dossier. Hij doet zo’n honderdvijftig verzoeken per jaar en heeft er in totaal 7.500 gedaan. In het verleden moest hij wel eens acht jaar op documenten wachten. In de dertig jaar dat hij voor cliënten verzoeken doet kan hij ministeries noemen die de beslistermijn niet één keer hebben gehaald.

Vleugels vindt onder meer dat de reikwijdte van de wet groter moet. Volgens de Wob (uit 1980) kun je documenten opvragen bij alle bestuursorganen. „Die term was in de jaren tachtig afdoende”, zegt Vleugels, „maar sinds de jaren negentig zijn de zorg, het openbaar vervoer en de nutsvoorzieningen geprivatiseerd.” Die vallen nu dus buiten de wet. „De reikwijdte van de Wob wordt steeds smaller.” Een ander probleem is de lange beslistermijn. Vleugels: „Nederland is een van de traagste landen ter wereld.” Verreweg de meeste landen met een dergelijke wet, hanteren een termijn van vier weken. In Noorwegen valt een beslissing binnen vier dagen.

Vleugels legt uit dat informatie in Noorwegen op een andere manier wordt verwerkt. Daar beschikt de overheid over een documentenregister waarin burgers precies kunnen zien welke overheidsstukken er allemaal zijn. Ambtenaren maken stukken op in vaste vormen, met een feitenveld en een meningenveld. „Vink je een overheidsdocument aan, dan krijg je het feitenvak direct in je mailbox. Over het andere vak wordt binnen vier dagen een beslissing genomen.”

Nederland mist een dergelijk register, waardoor een journalist moet gissen welke informatie hij kan opvragen. En ook: of hij na een beslissing wel alle documenten in handen heeft. Vleugels: „Dat levert voortdurend gesteggel op. Soms kun je uit stukken opmaken dat er meer moet zijn. Dat bijlages waarnaar verwezen wordt, ontbreken.” Een register met een overzicht van alle overheisdocumenten stond aanvankelijk ook in de nieuwe Woo, maar is uit het gewijzigde voorstel geschrapt.

Kan de nieuwe wet schandalen als de Toeslagenaffaire voorkomen? Nee, zegt Den Tek: „Er is een cultuur van geslotenheid. En die is de laatste jaren sterker geworden. Er bestaat wantrouwen om stukken te delen. Die cultuur moet veranderen. Burgers en journalisten hebben recht op informatie.”