Ook de Chinezen koloniseren wat af

Zap Met schitterende miniatuurtjes vertelt Ruben Terlou in de VPRO-reisserie ‘De wereld van de Chinezen’ een groot verhaal: dat van de confrontatie tussen de Chinese ondernemingslust en de lokale bevolking in Cambodja, Kenia en elders.
Ruben Terlou krijgt een massage in 'De wereld van de Chinezen'. Beeld VPRO
Ruben Terlou krijgt een massage in 'De wereld van de Chinezen'. Beeld VPRO

„Je maakt me een beetje zenuwachtig”, zegt de 28-jarige Chinese vrouw tegen de grote ogen van Ruben Terlou tegenover haar. Hij wil weten wat haar dromen zijn. „Mag ik zeggen dat ik geen dromen meer heb? Ze zijn door het leven uitgewist.” De vrouw werkt als gezelschapsdame in Club Mimi, een hotspot in Sihanoukville, een Cambodjaanse kustplaats die door Chinese investeringen in recordtempo naar de toekomst wordt gejaagd.

Geen verslaggever kan op televisie zo terloops intimiteit scheppen als Ruben Terlou en dat lukt hem ook buiten China. In De wereld van de Chinezen (VPRO) bezoekt hij plaatsen die de Chinezen dankzij investeringen en de bijbehorende arbeidsmigratie naar hun hand hebben gezet. In Sihanoukville, zondag te zien in de tweede aflevering van de reeks, zijn de gevolgen kolossaal. Door de bouwexplosie is het afwateringssysteem van de stad in het ongerede geraakt: in het regenseizoen veranderen de straten in rivieren, waar Terlou als een wankelende steltkluut doorheen stapt.

Maar ook hier haalt hij schitterende verhalen op. Bijvoorbeeld bij een steenrijke investeerder die zijn werkelijke zinnen heeft gezet op een loopbaan als zanger en iedereen zijn ode aan de stad (‘Xi Gang’ voor de Chinezen) wil laten horen: „Als je geen dromen hebt, kom dan niet naar Xi Gang.”

In de kelder van een hotel in aanbouw spreekt Terlou een vrouw. Ze begint over het stucwerk dat ze daar doen, maar legt dan haar hele hebben en houden aan de voeten van de Hollander. Thuis in China had haar man losse handjes, maar nu gaat het veel beter. Daarna valt ze even stil. „Wat is er?”, wil Terlou weten. „Niets. Ik ben gelukkig.” Het is niet helemaal het verhaal dat haar lichaamstaal uitdrukt.

Met die schitterende miniatuurtjes vertelt Terlou een groot verhaal: dat van de confrontatie tussen de Chinese ondernemingslust en de lokale bevolking. Tekenend is de autoritaire meneer Lim, die namens het stadsbestuur door de straten loopt om erop toe te zien dat op uithangborden, banieren en toiletbordjes de Cambodjaanse mededeling in grotere tekens staat afgebeeld dan de Chinese. Bijna alle winkels zijn Chinees; deur na deur laat hij affiches in stukken scheuren.

Een masseuse vertelt, terwijl ze haar knokkels in de rug van Terlou duwt, dat Chinezen zo onbeleefd zijn. De wijze waarop de moderne kolonisten door de wereld bulldozeren, schept ook elders weerstand. In Kenia, waar de eerste aflevering zich afspeelde, botste het arbeidsethos van de Chinezen met de lokale zondagsrust: „Vertel een Chinees over God, dan googlet hij Hem.”

In Nairobi sprak Terlou met Ricardo, een man die voor een Chinese brommerverkoper werkte, tot zijn baas losbarstte in een lange tirade tegen zijn Keniase werknemers. Ze werkten niet hard genoeg, ze stonken, ze waren arm, dom en zwart. Terlou bracht voorzichtig in dat Chinezen tegen hem altijd aardig zijn – ook dit was een gesprek waarin men elkaar diep in de ogen keek en leek te vergeten dat er ook nog een camera bij was. Tja, zei Ricardo, jij bent wit. „Ik ben aap genoemd in mijn eigen land.”

De wereld van de Chinezen toont globalisering als een werkelijk mondiaal fenomeen waarin het Westen hooguit een bijrol vervult. Terlou worstelt zichtbaar met de uitwassen van de Chinese dominantie. Hij herkent zich in de Keniase studente Hilde, die aangestoken blijkt door hetzelfde Chinavirus dat Terlou ooit aangeraakt moet hebben. Tussen het zacht wapperende wasgoed in de straten van Nairobi zingt ze Chinese liederen, ademloos gadegeslagen door Ruben Terlou. Eigenlijk zijn de programma’s die hij maakt aaneenschakelingen van kleine liefdesgeschiedenissen.

Correctie (18/1): In een eerdere versie van dit artikel werd Xi Gang ten onrechte Xi Gong genoemd.