Ronald van Raak: „Het Binnenhof is veel meer verschoven naar een mediademocratie.”

Foto Lars van den Brink

Interview

‘De bevolking moet de politiek kunnen corrigeren’

Ronald van Raak Kamerlid SP

Met een referendumwet hoopt SP’er Ronald van Raak zijn tijd als Kamerlid af te ronden. „Een referendum kan goed debat opleveren.”

Ronald van Raak wilde vertellen over zijn politieke voorbeeld, Klaas Ris. Dus daar staat hij, bij een groen uitgeslagen grafzerk op begraafplaats De Nieuwe Ooster in Amsterdam. Van Raak zwaait bij de komende verkiezingen na vijftien jaar af als Tweede Kamerlid en heeft nog één ambitie: zijn wetsvoorstel voor een bindend referendum door de Eerste Kamer loodsen.

In die vijftien jaar heeft hij de politiek zien veranderen, zegt Van Raak. En niet ten goede. Nee, dan Klaas Ris, die eind negentiende eeuw aan de wieg stond van de arbeidersbeweging in Amsterdam. „Ris agendeerde de sociale kwestie, hij mobiliseerde mensen, hij deed onderzoek door met mede-arbeiders te gaan praten.”

Onderzoeken, mobiliseren, agenderen: zó zou Van Raak ook wel zijn tijd willen besteden. Maar, zegt hij, „dat is steeds moeilijker geworden.”

Moeilijker dan toen u de Kamer binnenkwam?

„Ja, dat is écht heel erg veranderd. Het Binnenhof is veel meer verschoven naar een mediademocratie. Je hebt politici die daar heel fijn in meegaan, ik niet. In de medialogica werkt het goed dat je een heldere tegenstelling hebt tussen bekende mensen met een makkelijke oplossing. Maar in het parlement heb je nóóit eenvoudige tegenstellingen, zijn er heel veel mensen bij betrokken en worden altijd compromissen gesloten.”

Nu verdedigt u een wetsvoorstel voor een referendum. Versterkt dat die medialogica niet?

„Niet als het bindend en correctief is. Dan voorkom je de chaotische taferelen die je bijvoorbeeld zag bij de Brexit, een raadplegend referendum: dat politici iets vragen aan de bevolking, de bevolking een uitspraak gaat doen en dat politici dan ruzie gaan maken over de interpretatie ervan.

„Je bent als volksvertegenwoordiger gekozen om compromissen te sluiten. En dat kun je dus niet overlaten aan of terugleggen bij de bevolking. Het is veel krachtiger als de kiezers na afloop kunnen zeggen: je hebt wel of niet goed werk geleverd. Dat doet dit referendum.”

De nieuwe referendumwet heeft een eigenaardige geschiedenis. GroenLinks, PvdA en D66 schreven het oorspronkelijke voorstel, maar die partijen trokken hun handen ervan af nadat het EU-verdrag met Oekraïne in 2016 in een referendum door de bevolking werd afgekeurd. Van Raak ‘adopteerde’ de wet, kreeg voldoende steun in de Tweede Kamer en hoopt ook de Eerste Kamer achter ‘zijn’ voorstel te krijgen.

Lees ook: Referendum toont zwakke plek Rutte III

De senaat debatteert er dinsdag over.

Omdat het plan een wijziging van de Grondwet is, zullen beide Kamers het voorstel in de nieuwe kabinetsperiode nogmaals, maar dan met twee derde meerderheid, moeten steunen.

De SP is niet altijd een even warm voorstander van referenda geweest. Waarom nu wel?

„Het gaat om de invulling die je eraan geeft. De discussie over directe democratie begon in de jaren tachtig. Toen waren het met name liberalen die vonden dat de burger individueel invloed moest kunnen uitoefenen. Ze bedoelden: hun eigen mondige achterban. Daar heb ik niet zo veel mee. Een democratie is er juist ook om de belangen te vertegenwoordigen van de mensen die wat minder mondig zijn, wat minder hun weg in de politiek kunnen vinden. Dat is de taak van de politiek.”

Waarom dan toch een referendum?

„Omdat het wél belangrijk is dat de bevolking de politiek kan corrigeren.”

Met als risico dat mensen het gaan inzetten als een ventiel om hun woede te uiten.

„Alles kan, maar dan moet je ook geen verkiezingen houden. Het kan ook een ontzettend goed debat opleveren, kijk maar naar het referendum over de sleepwet in 2018. In de referendumcampagne over de sleepwet vond ik de discussie veel beter dan in de Tweede Kamer. En de drempels voor een geldige uitslag zijn hoog. Een willekeurige actiegroep kan niet zomaar een onderwerp kapen en een wet van tafel krijgen, want er zullen héél erg veel mensen nee moeten zeggen.”

Voorkomen dat een elite zich loszingt van de bevolking, zo vat Van Raak zijn idee van politiek samen. Vandaar zijn omarming van het referendum, vandaar de wetten die hij maakte om topinkomens te normeren en klokkenluiders te beschermen.

Maar als Kamerlid zag hij zijn eigen partij ook worstelen en terugvallen van 25 naar 14 zetels. In de peilingen staat de SP nóg lager, het is onrustig in de gelederen. Bestuurders van jongerenbeweging Rood werden door de SP-top geroyeerd, omdat ze lid zouden zijn van communistische groeperingen – groepen die de partijtop als zelfstandige politieke partijen beschouwt, en dat is in de SP verboden. Alle banden met Rood zijn doorgesneden.

Wéér, zeggen critici, blijkt er weinig ruimte te zijn voor debat. Van Raak ziet het anders, zegt hij later telefonisch. „Er zijn SP’ers die echt dingen willen verbeteren en er is een groepje dat wel ‘zolderkamercommunisten’ is genoemd, die heel theoretisch bezig zijn en vooral zeggen wat anderen moeten doen en vinden.”

Die laatste stroming mag niet meer meepraten. Is dat democratisch?

„Hoe meer stromingen, hoe beter. Maar als SP’ers besluiten dat ze geen communistische partij willen worden, is dat ook een keuze. Bovendien kun je niet lid zijn van twee partijen. Als VVD’ers de SP zouden proberen te beïnvloeden op oneigenlijke manieren, dan zou daar ook tegen opgetreden worden.”

Welke plaats is er dan voor zulke geluiden in de SP?

„De beste campagne is eenheid. We hebben nu een congres achter de rug: daar zijn besluiten genomen, er is over zeshonderd amendementen gestemd. Daarmee is de koers vastgesteld. Ik hou van de SP, ik vind het een fantastische club, maar onderdeel van partijdemocratie is ook dat je moet leren leven met je verlies. Je kunt niet altijd je zin krijgen.”