Reportage

Volleybal is tijdens de lockdown even bijzaak voor de speelsters van Eredivisieclub Peelpush

Volleybal De vrouwen van de Limburgse club Peelpush besloten als enige Eredivisieteam niet te spelen zolang de lockdown duurt. Verslag van een afweging.

Sporthal De Körref in Meijel, waar VC Peelpush normaal de thuiswedstrijden speelt.
Sporthal De Körref in Meijel, waar VC Peelpush normaal de thuiswedstrijden speelt. Foto’s Merlin Daleman

Laura de Jong, speelster van Peelpush in Meijel, weet wat corona kan uitrichten. In november en december verloor ze een opa en oma aan het virus. Haar moeder heeft met klachten in het ziekenhuis gelegen. Toch was de 26-jarige voor deelname van haar team aan de Eredivisie volleybal. „Omdat ik van het spel houd. Het raakt me ook dat we, nu andere teams doorgaan, mogelijk achterop komen te liggen. Met mijn topsportmentaliteit wil ik het beste uit mezelf en mijn ploeg halen. Met twee keer testen per week kan een competitie volgens mij ook veilig verlopen.”

Andere vrouwen van Peelpush stonden daar anders in. Jody Selten (21) woont nog thuis bij haar ouders in Mill. „Die hebben een leeftijd waarop ze in geval van een besmetting ernstige klachten kunnen krijgen. Mijn studie lag de afgelopen tijd stil. Ondertussen deed ik poetswerk bij ouderen. Die zijn nog kwetsbaarder. Als straks mijn opleiding, psychomotorische therapie aan de Hogeschool Arnhem Nijmegen, weer start, heb ik ook volop fysiek contact. Meer teamgenoten werken in de zorg. Dan moet je in een tijd als deze niet leuk door willen volleyballen.”

Haar medestanders, die soortgelijke argumenten aandroegen, wonnen het pleit. Sporthal De Körref, thuisbasis van de club uit het dorp op de grens van Limburg en Noord-Brabant, blijft voorlopig leeg.

Clubvoorzitter Wil van Oosteren liet bewust ruimte aan het damesteam. In een gesprek met de speelsters haalde hij een interview aan met volleybalinternational Celeste Plak over haar sabbatical in NRC. Die vertelde daarin dat haar mentale en fysieke ineenstorting ook te wijten was aan de eisen van haar laatste Turkse club en de wereldvolleybalbond. Van Oosteren: „Wij hebben als bestuur gezegd: wij bepalen niet of er wordt gespeeld. Dat is aan jullie.” Selten prijst die houding: „We voelden geen druk vanuit het bestuur.”

Sporthal De Körref in Meijel, thuisbasis van VC Peelpush.

Foto Merlin Daleman

De voorzitter staat overigens achter het genomen besluit: „Toen Rutte de tweede lockdown afkondigde zei hij niets over een door NOC-NSF bedongen uitzondering voor topsport. Het verbaasde me dat de Nederlandse Volleybalbond daarna meteen een bericht stuurde over doorspelen. Dat druiste zo in tegen het sentiment in de maatschappij op dat moment.”

Sporten met ambitie

Volleybal op het hoogste niveau in een klein dorp als Meijel (ruim 6.000 inwoners) lijkt merkwaardig, maar het laat zich volgens Van Oosteren verklaren uit de clubgeschiedenis: „Vanaf de oprichting werd hier gesport met ambitie. Aanvankelijk voerden de heren daarbij de boventoon. Zij reikten tot de B-League, de op een na hoogste klasse die nu Topdivisie heet. De laatste tien jaar zijn ze voorbijgestreefd door de dames, die op het allerhoogste niveau spelen. Ook bij jeugdteams zit de wil om mee te doen voor de prijzen. Peelpush heeft ook een talentenschool waar beloftes uit de regio worden opgeleid.”

Elders in de streek wordt door de loop van de lokale geschiedenis op evenmin voor de hand liggende plekken aan topsport gedaan, vertelt de voorzitter. Hij noemt handbalclub Bevo HC in Panningen (7.000 inwoners) en tafeltennisvereniging Westa in Wessem (2.000 inwoners). „In contacten met de volleybalbond vraag ik weleens gekscherend of ze ook aan promotie in de steden doen. Want in echt grote steden zie je nauwelijks clubs van niveau.”

Lees ook: We misten sport, maar toch vooral de grootste wedstrijden en toernooien

Maar een club uit een dorp heeft ook zijn beperkingen. Speelsters kunnen niet leven van hun sport. Selten: „Leven en sporten in een perfecte bubbel is daarmee ook geen haalbare kaart.” Meedoen aan de Eredivisie in coronatijd had Peelpush in elk geval meer geld gekost. Van Oosteren: „Het rijden naar uitwedstrijden moet met maximaal twee mensen per auto. De club zou daardoor meer reiskosten hebben. En bij tweemaal per week testen op corona heb je het in totaal al snel over tien- à twintigduizend euro extra. Maar we hebben de speelsters voor hun besluit laten weten, dat we dat hadden kunnen dragen. We stonden wel te kijken van tests op vrijdag. Dat betekent extra reisbewegingen en 24 uur tussen test en wedstrijd.”

Tussen de eerste en de tweede lockdown trainden en speelden teams van Peelpush wel een tijdje. „Dat was een andere tijd met veel minder besmettingsgevallen en autoriteiten die aangaven dat het allemaal veilig kon”, zegt Selten. Buiten het veld hield ze zich met teamgenoten aan alle veiligheidsmaatregelen. „Binnen het veld kan daar natuurlijk geen sprake van zijn. Je gaat natuurlijk voor elke bal. Dan laat je de anderhalvemeterregel los. We probeerden wel niet te high fiven.” Lachend: „Dat was al lastig genoeg. Op zulke momenten merk je hoe ingesleten die gewoonte is en hoe vaak je dat normaal gesproken doet in een wedstrijd.”

Sporthal De Körref in Meijel, waar VC Peelpush normaal de thuiswedstrijden speelt. Foto Merlin Daleman

Peelpush besloot niet te spelen, ongeacht de consequenties. Van Oosteren: „Veiligheid van mensen en solidariteit met de rest van de samenleving stonden voorop. Inmiddels heeft de bond duidelijk gemaakt dat iedere club zijn eigen afweging kan maken en dat niet spelen niet automatisch een terugzetting naar een lager niveau betekent. Als de coronasituatie in maart beter is, kunnen we instromen in de degradatiepoule. Dat worden dan veredelde oefenwedstrijden, want de Nevobo heeft beslist dat er niemand kan degraderen.”

Ondertussen heeft corona wel ingrijpende gevolgen voor de financiën. Van Oosteren: „We gaan een moeilijk jaar tegemoet met rode cijfers. De inkomsten uit entrees en ons sportcafé zijn er niet of nauwelijks meer. Gelukkig hebben we het afgelopen jaar zwarte cijfers geschreven, is het aantal sponsoren op peil gebleven en kunnen we een beroep doen op allerlei steunregelingen.”