Analyse

Vertrek Asscher compliceert crisis

Kabinetscrisis Het kabinet-Rutte III staat op het punt te vallen. Het vertrek van PvdA-lijsttrekker Lodewijk Asscher heeft Rutte van zijn ‘stootkussen’ beroofd.

Fractieoverleg van de coalitiepartijen over de toeslagenaffaire. Premier Mark Rutte bij het Torentje, 14 januari.
Fractieoverleg van de coalitiepartijen over de toeslagenaffaire. Premier Mark Rutte bij het Torentje, 14 januari. Foto David van Dam

Als het kabinet-Rutte III valt, wordt dat besluit op inhoudelijke gronden genomen, wordt in de coalitie gezegd. Politieke belangen tellen niet, het gaat erom recht te doen aan de vernietigende conclusies van een parlementair onderzoeksrapport naar de Toeslagenaffaire. Maar het plotselinge vertrek van Lodewijk Asscher als lijsttrekker van oppositiepartij PvdA heeft wel degelijk extra politieke druk op dat proces gelegd.

Op donderdagavond kwamen de bewindspersonen van de vier coalitiepartijen – VVD, CDA, D66 en ChristenUnie – zoals elke week bijeen met hun partijgenoten. Vrijdag moet een besluit vallen in de wekelijkse ministerraad.

Vrijwel iedereen rondom het Binnenhof houdt er rekening mee dat het kabinet-Rutte III valt over de Toeslagenaffaire. Premier Mark Rutte (VVD) had alle partijen gevraagd of ze de coalitie nog steunen. Dat moeten ze voor de ministerraad laten weten. Is er geen volledige steun, dan betekent dat het einde van Rutte III.

Lees ook: De Rutte-doctrine: catchphrase die de ergernis van de Kamer verwoordt

Als eerste politicus was het Lodewijk Asscher die consequenties trok uit het harde onderzoeksrapport. Een commissie, onder leiding van CDA’er Chris van Dam, had geconcludeerd dat duizenden burgers ten onrechte door de Belastingdienst als fraudeurs werden behandeld. Asscher was ten tijde van Rutte II vicepremier en minister van Sociale Zaken. Hij keurde een harde fraudeaanpak in de kinderopvang goed, schreef de commissie. Na signalen over „disproportionele gevolgen van de hoge terugvorderingen” vroeg hij niet door. Asscher bood hier zijn excuses over aan, en trok zich donderdag via een filmpje terug als lijsttrekker. Zijn positie was intern steeds moeilijker geworden. Hem wachtte donderdag een moeilijk partijcongres.

Met Asscher is het kabinet een ‘stootkussen’ kwijtgeraakt, werd meteen in de coalitie gezegd. Zolang Asscher er nog zat, konden Rutte en andere betrokken bewindslieden naar hém wijzen: waarom wij wel, en hij niet?

Ze wisten ook dat het voor Asscher moeilijk was door te bijten in deze affaire. Volgende week woensdag moet Rutte zich in de Kamer verantwoorden over de toeslagen. Hem wachtte een motie van wantrouwen, al aangekondigd door GroenLinks. Een onmogelijke zaak voor fractievoorzitter Asscher, die, als hij voor die motie zou stemmen, indirect ook een oordeel over minister Asscher zou moeten geven. Van die last is de PvdA bevrijd. Rutte, die weet dat steun van een Kamermeerderheid onzeker is, heeft daarom nog meer belang bij een uitweg vóór het Kamerdebat: liever zelf aftreden dan het aan laten komen op een debat.

De stap van Asscher is niet te vergelijken met een kabinetsval

Rutte prees in een tweet „het zware besluit” van Asscher. Toch is de stap van Asscher niet te vergelijken met een kabinetsval. Asscher trok persoonlijke consequenties uit de toeslagenaffaire. Rutte en zijn kabinet doen het op staatsrechtelijke gronden. De getroffen ouders is zo veel onrecht aangedaan, dat het zittende kabinet moet opstappen.

Bovendien: Asscher is écht weg. De PvdA moet een nieuwe lijsttrekker zoeken voor de verkiezingen over twee maanden. In het kabinet zitten drie lijsttrekkers die, ook als het kabinet valt, gewoon lijsttrekker blijven: naast Rutte zijn dat Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) en Sigrid Kaag (Buitenlandse Handel, D66). Met name bij Rutte en Hoekstra (Kaag is niet direct betrokken bij het toeslagendossier) kan er interne discussie ontstaan over hún lijsttrekkerschap.

Breuk met tijdperk-Rutte II

Het vertrek van Asscher markeert een psychologische breuk met het tijdperk-Rutte II, toen VVD en PvdA samen regeerden. Het waren de jaren van bezuinigen in de sociale zekerheid, van harde fraudeaanpak, en van een overheid die meer op afstand van burgers is gaan staan. De PvdA heeft spijt betuigd, maar electoraal de prijs betaald voor die tijd, tot de dag van vandaag – een aanwijzing dat kiezers, in tegenstelling tot wat politici vaak zeggen, wel degelijk een lang geheugen hebben. De VVD staat torenhoog in de peilingen, Ruttes vierde termijn als premier ligt binnen handbereik.

Maar de toeslagenaffaire laat zien dat de afrekening met de erfenis van Rutte II ook op de premier begint af te stralen. Tijdens Ruttes verhoor voor de commissie-Van Dam ging het over de ‘Rutte-doctrine’, grofweg: de cultuur van achterhouden van ambtelijke informatie voor de buitenwereld. Rutte verdedigde die werkwijze, omdat ambtenaren anders niet vrijuit kunnen denken. Maar in het parlement en onder kiezers is de roep om openheid sterk toegenomen, en staat de Rutte-doctrine symbool voor een verouderde opvatting van besturen.

Zo is de laatste jaren ook afgerekend met andere elementen uit Rutte II: de participatiesamenleving, de jacht op fraudeurs. Asscher erkende overal waar hij kwam meteen dat hij het verkeerd had gezien. Rutte deed dat niet. Electoraal is het nog niet zichtbaar, maar de nalatenschap van Rutte II zal de premier steeds meer achtervolgen.

Wie volgt Asscher op? p.4-5Rutte-doctrine p. 5