Analyse

Sinds de oorlog overleden er niet zo veel mensen als in 2020

Oversterfte In 2020 overleden veel meer mensen dan verwacht, met name door het coronavirus. Die hogere sterfte was erg ongelijk verdeeld over het land en over leeftijdsgroepen. Maar ook de groep onder de 65 bleef niet geheel gespaard.

In 2020 stierven er 967 personen per 100.000 inwoners, niet eens in de buurt van het vorige naoorlogse recordjaar 1993.
In 2020 stierven er 967 personen per 100.000 inwoners, niet eens in de buurt van het vorige naoorlogse recordjaar 1993. Foto Remko de Waal/ANP

15.164 doden. Zo hoog was de oversterfte afgelopen jaar, voor het overgrote deel te wijten aan Covid-19. Het aantal sterfgevallen lag in het pandemiejaar 2020 10 procent hoger dan verwacht.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek maakt deze vrijdag de laatste sterftecijfers over 2020 bekend. Daaruit blijkt: het was een historisch jaar. Sinds de Tweede Wereldoorlog overleden er niet zoveel Nederlanders per hoofd van de bevolking: 967 personen per 100.000 inwoners. Het vorige naoorlogse recordjaar komt daar niet eens in de buurt: dat was 1993, toen er een heftige influenza-epidemie was. Dat jaar waren er 901 doden per 100.000 inwoners. In andere jaren met grote griepgolven was dat getal nog lager. In 2018, bijvoorbeeld, overleden er 890 mensen per 100.000 inwoners.

Aanvankelijk was de sterfte aan Covid-19 wel redelijk te vergelijken met een fikse griepgolf, stelt Tanja Traag, hoofdsocioloog van het CBS en verantwoordelijk voor de publicatie van de sterftecijfers. In maart, april en mei – de eerste golf – was de oversterfte zo’n 9.000 mensen. Het getal is goed te vergelijken met het werkelijke aantal sterfgevallen door Covid-19, dat later dit voorjaar definitief vastgesteld wordt. Volgens het CBS rapporteerden artsen in de eerste zes maanden van dit jaar dat zo’n 10.000 mensen aan het coronavirus stierven.

Traag: „Dat is vergelijkbaar met de sterfte door de griepgolf in de winter van 2017 en 2018, toen er een oversterfte van een dikke 9.000 mensen was.” Met één groot verschil: er hoefden geen ingrijpende maatregelen aan te pas te komen om de griepgolf onder controle te krijgen. Een flinke influenza-epidemie leidt ook tot volle ziekenhuizen, maar dat is een ziekte die Nederland kent, legt Traag uit. Door de griepprik genieten kwetsbaren bovendien al enige bescherming. Er was een lockdown – de eerste – nodig om de eerste golf van de pandemie in Nederland af te remmen. Het gevolg: na een extreme sterftepiek van twee weken in april werd het tij gekeerd.

Covid-19 hield zich niet koest

Wat het afgelopen jaar uniek maakt is dat na de eerste golf een tweede volgde. Doorgaans houdt de griep zich even koest als die een winter lang door het land heeft geraasd, bij Covid-19 hield het eigenlijk niet op. Ook in de zomerperiode, waarin je ondersterfte zou verwachten, was die er nauwelijks. In de drie zomermaanden stierven zo’n 700 personen minder dan verwacht, lang niet genoeg om de oversterfte van de eerste golf te compenseren. Een hittegolf in augustus zorgde los van het coronavirus ook voor oversterfte en leidde tot ruim 700 extra sterfgevallen in twee weken.

De tweede golf houdt veel langer aan. Vooralsnog is de oversterfte lager, maar die komt al in de buurt van de eerste golf – ruim 7.500 extra sterfgevallen tot het eind van 2020. Het zou goed kunnen, stelt Traag, dat de sterfte door de tweede coronagolf in 2021 alsnog die van de eerste overstijgt.

Met name onder 65-plussers vielen harde klappen. De oversterfte was relatief gezien het hoogste voor de 65- tot 80-jarigen. Daar stierven 12 procent meer mensen dan verwacht. Onder 80-plussers waren 8.800 meer sterfgevallen te betreuren dan zonder Covid-19 verwacht werd, een stijging van zo’n 10 procent. Het leidde niet zelden tot schrijnende situaties. Mensen die eenzaam stierven, of waar familie alleen op het laatste moment bij kon zijn.

Anders dan bij griep was er ook onder jongere leeftijdscategorieën oversterfte. Onder Nederlanders onder de 65 waren er ruim 900 extra doden. Traag: „Dat lijkt vrij weinig, maar er is überhaupt weinig sterfte onder mensen jonger dan 65. Je hebt bij griep helemaal geen oversterfte onder de 65.”

Bevolkingskrimp door corona

Chronisch zieken, kwetsbaren of gehandicapten die onder de Wet langdurige zorg vallen en intensieve zorg krijgen, zijn een categorie op zichzelf. In de tweede golf, volgens het CBS begonnen in de laatste week van september, stierven tot nu toe 22.000 van deze groep – 4.200 meer dan in deze periode verwacht, een toename van 24 procent.

Lees ook: ‘Het Nederlandse zorgsysteem werkte als snelweg voor het virus’

De verschillen in de oversterfte tussen de regio’s waren groot. De noordelijke provincies werden nauwelijks geraakt: in Groningen en Friesland was geen of nauwelijks oversterfte. Hoe anders is dat in Brabant en Limburg, die in de eerste golf hard werden geraakt en waar ook aan het eind van het jaar verschillende brandhaarden waren.

In Brabant was er een oversterfte van ruim 3.500 mensen, zo’n 15 procent meer dan normaal. In Limburg stierven zo’n 1.500 mensen meer dan verwacht, 13 procent. In sommige regio’s was de sterfte zo hoog, dat gemeenten waarvan de bevolking normaal gesproken zou zijn gegroeid, nu te maken hebben met krimp, stelt Traag van het CBS. Dat is het geval in gemeenten als Uden in Oost-Brabant en de gemeente Peel en Maas in Limburg.

Nederland is niet het enige land dat forse oversterfte gekend heeft in 2020. Tijdens de eerste golf lag de sterfte in de Europese Unie zo’n 25 procent hoger dan verwacht, becijferde het Europese mortaliteitsinstituut EuroMomo al. Nederlandse ouderen komen er relatief slecht vanaf. De verschillen verklaren is complex. Die hangen volgens experts samen met allerlei factoren, van het dieet en het zorgsysteem tot onderliggende ziektes, verschillen in levensstijl en bevolkingsopbouw. Wrang genoeg speelt ook goede ouderenzorg waarschijnlijk een rol. Ook relatief gezonde ouderen waren – en zijn – kwetsbaar voor het coronavirus.

1918-1919: 1.737 per 100.000
De Spaanse griep zorgt wereldwijd voor enorme sterfte. Zeker 50 miljoen mensen laten het leven. In Nederland gaat het om 38.000 mensen.

1944-1945: 1.526 per 100.000
Tijdens de Hongerwinter in de Tweede Wereldoorlog sterven veel mensen door gebrek aan eten en de kou.

1945-1955
Na de Tweede Wereldoorlog veroorzaakt een geboortegolf een nieuwe generatie babyboomers. Sinds 2011 is de oudste lichting met pensioen.

1993: 901 per 100.000
Nederland wordt getroffen door een dubbele griepgolf. Het influenzavirus kan longonsteking veroorzaken, dat veel mensen fataal wordt en dat jaar tot een piek in de sterftecijfers leidt.

1997
Sinds 1997 sterven meer vrouwen dan mannen. Eén van de belangrijkste oorzaken is een kleiner verschil tussen aantal rokende mannen en vrouwen.

2002-2007
Ondanks een vergrijzende bevolking daalt de absolute sterfte in Nederland tijdens deze jaren. De oorzaak wordt gezocht in het uitblijven van veel sterfte door extreme temperaturen en griepepidemieën.

2020: 967 per 100.000
Covid-19 pandemie. Sinds de eerste melding in februari zijn zeker 12.685 mensen volgens het RIVM overleden aan Covid-19. De werkelijke aantallen liggen vermoedelijk hoger.