Pottenbakkers uit Pompeï haalden hun klei van ver

Archeologie Het is duur en omslachtig om pottenbakkersklei over een grote afstand te vervoeren. Toch gebeurde het in Pompeï.

Pot met gegraveerde decoraties. De ongelijke kleur duidt erop dat het afbakken van het aardewerk niet onder een constante temperatuur is gebeurd.
Pot met gegraveerde decoraties. De ongelijke kleur duidt erop dat het afbakken van het aardewerk niet onder een constante temperatuur is gebeurd. Foto Science Direct

De pottenbakkers van Pompeï zochten hun klei niet dicht bij huis. Op zoek naar de beste materialen, importeerden ze grondstoffen van ver buiten de directe omgeving van de stad. Dat blijkt uit de analyse van restanten van gebakken en nog ongebakken aardewerk in een winkel die bedolven raakte bij de uitbarsting van de Vesuvius in 79 n.Chr. Een team Italiaanse onderzoekers publiceerde zijn bevindingen hierover onlangs in het Journal of Archaeological Science.

Archeologen hebben in Pompeï twee gebouwen opgegraven die als werkplaats en winkel fungeerden voor de pottenbakkers van het stadje. Voor deze publicatie bestudeerden de onderzoekers veertig scherven die in de periode 2012-2014 zijn ontdekt in de winkel aan de Via dei Sepolcri. Ze analyseerden het materiaal met behulp van microscopen, massaspectrometrie en isotopenanalyse.

Het lijkt erop dat de werkplaats in de eerste eeuw na Christus twee verschillende eigenaren heeft gehad, of één eigenaar die op een gegeven moment besloot het helemaal over een andere boeg te gooien. Tot het jaar 62, toen de stad werd opgeschrikt door een aardbeving, maakten de pottenbakkers bekers en kelken van klei afkomstig van het eiland Ischia, in de baai van Napels. De afwerking was niet van bijzonder hoge kwaliteit.

Na het jaar 62 veranderde er het nodige in de werkplaats. Er kwam een tweede oven, de afwerking van het aardewerk werd fraaier en de gebruikte klei werd van verder weg gehaald, uit de buurt van Salerno. Deze klei was makkelijker te bewerken, omdat er minder grove korrels in zaten.

Ossenkar of over zee

De aanvoer van deze superieure klei was een logistieke uitdaging. Over land was het 35 kilometer naar Pompeï. Met een ossenkar was dat een tocht van drie dagen. Daarom denken de onderzoekers dat de klei over zee is vervoerd. Dat kon in ongeveer zestien uur. De extra kosten hiervan werden goedgemaakt door een kortere productietijd vanwege de betere kwaliteit van de klei, vermoeden de Italiaanse archeologen.

Er bestaan geen geschreven bronnen die betrekking hebben op de aankoop en het vervoer van grondstoffen in de Romeinse tijd, in tegenstelling tot de handel met de eindproducten. Om te weten hoe die kant van de economie fungeerde, zijn historici daarom geheel afhankelijk van de archeologie.

Veel wetenschappers onderschrijven de theorie dat een grondstof als klei maximaal op acht kilometer van de plaats van verwerking werd verzameld. Verder weg zou te duur en te ingewikkeld zijn. Dit nieuwe onderzoek bevestigt echter de eerder geopperde hypothese dat steden aan de baai van Napels voor hun aardewerk noodgedwongen klei van grotere afstand moesten importeren.

De Italiaanse onderzoekers blijven wel met een belangrijke vraag zitten: hoe kwam deze klei aan de Via dei Sepolcri terecht? Voor een individuele werkplaats was het waarschijnlijk onbegonnen werk om de import van grondstoffen uit Salerno te regelen. Daarachter moet dus een coöperatie of handelsnetwerk hebben gezeten waarvan tot op heden geen sporen zijn aangetroffen in de bronnen.