Hij zag dat ze zich niet lang meer zou inhouden

In Ally Wat voorafging: Jasper en Monique waren getrouwd op het stadhuis in Almere, thuis volgde een lunch met de ouders van het echtpaar.
Illustratie Ike Schulte

Voor Jaspers vader was het de eerste keer sinds maart dat hij onder de mensen kwam. Ralph droeg het donkerblauwe katoenen colbertje dat hij bewaarde voor speciale gelegenheden. Het was een kledingstuk waarmee hij duidelijk maakte: normaal draag ik geen jasjes. Zijn nieuwe vrouw, Elsbeth, was vijftien jaar jonger, 63 pas, maar voor de veiligheid moest ze al die maanden met hem in isolatie blijven. Ze maakte kunst met sierbloemen, dat kan ook thuis.

Elsbeth liep naar de eettafel waarop het buffet stond uitgestald. Daar pakte ze een nog halfvolle fles champagne, van het merk Pommery, en nam die mee naar het hoekje waar zij met Ralph zat. De fles bleef daar staan. Elsbeth vond dat zij wel een feestje verdienden op hun eerste uitje. Van de drie jaar dat ze nu met Ralph samenwoonde, was er bijna één in huis doorgebracht.

En op hun eerste uitje gingen ze naar Almere. Elsbeth had nu al drie keer dezelfde grap gemaakt: dat ze Almere zo’n exotische bestemming vond, het voelde bijna alsof ze hier in een ander land waren dan Amsterdam. In haar hoofd had Monique een notitie gemaakt: de volgende keer kan Elsbeth dit deel van Almere verlaten, het deel dat bestaat uit mijn huis.

„Zulke grote woonkamers hebben we niet in Amsterdam”, zei Ralph. „Hoe lang is deze muur, twintig meter? En al die stoelen en banken waarover jullie ons hebben verdeeld, wie heeft zoveel meubels?” Hij probeerde een centraal gesprek op te starten, maar in ieder hoekje van de kamer waren ze met hun eigen ding bezig. Ralph stond op en zag dat Moniques vader, Lloyd, hetzelfde deed. Lloyd had zijn vuurrode feestkostuum aangetrokken. Eronder droeg hij een geel-roze gestreept overhemd.

„Ik wil het bruidspaar toespreken”, kondigde Ralph aan. En tegen Lloyd: „Als je het niet erg vindt, ga ik eerst.”

Monique wist dat haar vader iets wilde zeggen over waarom ze als Afro-Surinamers in dit land altijd maar moesten accepteren dat andere mensen eerst aan het woord kwamen. Maar hij ging weer zitten.

Ralph had zijn glas gepakt. „Laten we proosten op de toekomst van het bruidspaar, dat zullen ze nodig hebben.” Niet iedereen luisterde, maar Ralph praatte verder. „We hebben vijfenzeventig mooie jaren gehad in het Westen, met het voorrecht om in vrede te mogen leven, zonder grote rampen. Die tijd is nu voorbij, ik benijd de jeugd niet.”

„Eh, papa”, zei Jasper. „Ik ben net vijftig geworden.”

Ralph begreep niet waarom zijn speech werd onderbroken. Nu was ook Lloyd opgestaan. „Misschien zie ik er niet zo uit”, zei Lloyd. Hij richtte zich tot Ralph. „Maar ik ben nog ouder dan u. En ik benijd ze wel. De jeugd heeft meer jaren tegoed dan wij. Geef mij hun toekomst. Dan zou ik…”

Lloyd werd weer onderbroken door Ralph. „Ja, maar wat voor jaren hebben ze tegoed? Deze pandemie is niet de laatste, voor zover het ooit ophoudt. Maar wat ik dus duidelijk wilde maken…”

„Ja ja, nu weten we het wel.” Elsbeth had haar tweede glas binnen vijf minuten ingeschonken. „Jij weet altijd alles beter dan iedereen, omdat je zoveel meer hebt gelezen en gezien en…”

„Ga jij mij nu ook al in de rede vallen?”, vroeg Ralph.

Monique had de bruidstaart verdeeld over de borden. Aan haar lichaamstaal zag Jasper dat ze zich niet lang meer zou inhouden.

„Lieve mensen.” Monique bracht borden met taart naar alle hoeken van de woonkamer. De kinderen bleven aan de eettafel zitten, bij de open keuken, op hun telefoons kijkend. „Dit is onze bruiloft”, zei Monique. „Zullen we het houden bij onderwerpen waar we geen ruzie over krijgen? Even een snel rondje: wie wil zich laten vaccineren en wie niet?”

Ralph begon aan een lange volzin over zijn morele oordeel over vaccinweigeraars. Monique had alle taart uitgedeeld en gaf Jasper het bevel om mee te komen naar de eettafel.

„Dat heet ironie toch?”, vroeg ze. „Als je het omgekeerde zegt van wat je bedoelde? Begrijpt je vader dat niet? Ik dacht dat hij zo hooggeleerd was.”

Nu was ook de moeder van Monique opgestaan. Louise liep naar de eettafel en vroeg of haar dochter zo gespannen was omdat de kinderen thuisonderwijs hadden. „En niemand weet hoelang het nog duurt”, zei Louise. „Maar ja, jullie hebben gekozen om in deze week te trouwen.”

„Mama”, zei Monique. „Jasper is weer begonnen met nieuwe voorstellingen bedenken voor zijn theater. Daar wil hij heel graag over vertellen.”