Opinie

Het gevallen mapje en de crisis in Rutte III

Petra de Koning

In de hal van het ministerie van Algemene Zaken lag opeens de dossiermap van Mark Rutte, over de Toeslagenaffaire, op de grond. Het was dinsdag, tegen middernacht. Met het mapje in zijn hand had Rutte net aan journalisten verteld dat zijn kabinet de hele avond had vergaderd over die „verschrikkelijke” affaire, en hoe je kon voorkomen dat mensen die het goed bedoelden nog eens zo hard werden geraakt door de overheid. Het was, zei hij, nog niet gegaan over „politieke vragen”: of het kabinet zou aftreden.

Daarna wilde hij de trap op. Hij gaf het mapje aan de directeur van de RVD naast hem, trok het lint weg dat tussen hem en de journalisten was gespannen en greep weer naar zijn mapje. Want zo doet Rutte dat – hij vindt dat hij zijn eigen spullen moet dragen. Maar ambtenaren blijven vinden dat zíj dat moeten doen, de RVD-directeur aarzelde. Rutte zei dat hij hém er toch niet mee kon laten „sjouwen”. Hij greep mis, het mapje viel.

Het kabinet houdt nu al een maand lang de ene na de andere vergadering over het eindverslag van een parlementaire ondervragingscommissie over de toeslagen. En ook dat is Ruttes vertrouwde manier van doen. In een heftige crisis wil hij, weten mensen om hem heen, de tijd zijn werk laten doen. Opwinding over groot nieuws kan vanzelf verdwijnen. Vooral als er veel ander nieuws is.

Er is ongekend veel ander nieuws. Maar het is ook verkiezingstijd. Op het Binnenhof overheerst nog steeds een crisisstemming door de toeslagen en de tijd kan zijn werk niet lang meer doen: volgende week komt GroenLinks met een motie van wantrouwen tegen het kabinet. Rutte wil aan het eind van deze week weten of álle Tweede Kamerleden van de coalitiepartijen zijn kabinet nog steunen, en vooral bij D66 en de ChristenUnie is dat lang niet zeker.

Door de lange duur is het een trage kabinetscrisis, hoofdrolspelers in de coalitiepartijen maken een vermoeide indruk. Ze denken erover na of ze bij elkaar zullen komen voor crisisoverleg, en doen dat dan toch maar niet: ze weten nu al hoe juist die bijeenkomsten achteraf zullen worden beschreven in kranten en dat de een er weer een grotere heldenrol in zal hebben dan de ander.

Op dinsdagavond, in de persconferentie over de verlengde lockdown, viel het journalisten op hoe de premier, tegen zijn gewoonte in, vooruitliep op iets wat kon gebeuren: dat zijn kabinet zou vallen en toch voluit het coronavirus zou blijven bestrijden.

In Rutte III viel het helemaal niet op. Daar hadden ze het de premier al twee keer horen zeggen. En dat is wél weer een gewoonte: als Rutte tevreden is over verhalen of formuleringen, gebruikt hij die daarna steeds weer. Rutte, is het idee in zijn eigen coalitie, kan alvast gaan oefenen op de woorden bij zijn aftreden.

Petra de Koning (p.dekoning@nrc.nl; @pdekoning) schrijft elke donderdag op deze plek een column.