Recensie

Recensie Media

Deze dansdocu’s tonen het geluk van een strikte bewegingsleer

Dansscholen Twee documentaires tonen hoe kinderen op strenge Amerikaanse dansscholen zich voorbereiden op uitvoeringen van de Notenkraker.

Casting in 'On Pointe'.
Casting in 'On Pointe'. Beeld Disney Plus

DADA heet haar dansschool – een bedrieglijk simpele naam. Actrice, choreograaf en regisseur Debbie Allen (1950) verzet bergen in de Amerikaanse danswereld. Op de Debbie Allen Dance Academy in Los Angeles volgen zo’n 200 kinderen lessen in ballet, hiphop, tap en andere stijlen; driekwart van hen krijgt een beurs, hun ouders zouden het anders niet kunnen betalen. Volgens Allen heeft elk kind het recht om te dansen. Dans maakt je sterk, gedisciplineerd, het brengt je in aanraking met kunst en schoonheid. Dans maakt vrij.

Wie opgroeide in de jaren tachtig kent Allen nog als Lydia Grant uit de tv-serie Fame (1982-1987), de pittige juf die met een houten stok op de grond tikte om het energieke zootje ongeregeld op de High School for the Performing Arts in het gareel te krijgen. Die stok was een eerbetoon aan haar eigen oude balletlerares, vertelt Allen in de Netflix-documentaire Dance Dreams: Hot Chocolate Nutcracker: zonder ‘Madame Semenova’ en een beurs van de Ford Foundation had ze als zwart meisje uit het nog volledig gesegregeerde Houston geen kans gemaakt in de danswereld, hoezeer ze ook uitblonk.

Het kwam meer dan goed: op de vleugels van het monstersucces van Fame bouwde Allen een carrière op als regisseur en acteur (o.a. Grey’s Anatomy), ze verzorgde tien keer de choreografie van de Oscars. Maar haar nederige begin vergat ze nooit. Toen ook haar dochter Vivian op de balletacademie te horen kreeg dat ze „nooit een danser zou worden” en „maar naar (Afro-Amerikaanse choreograaf, red.) Alvin Ailey moest gaan” was de maat voor Allen vol: in 2001 opende DADA z’n deuren.

Chocolade Notenkraker

De Netflix-documentaire draait om de jaarlijkse fundraiser van de school, The Hot Chocolate Nutcracker: Allen’s eigen, humoristische versie van het brave familieballet waarmee gezelschappen over de hele wereld in december hun financiën hopen te stutten. De klassieke Notenkraker, een sprookje uit 1892 op lieflijke muziek van Tsjaikovski, is een geheide publiekstrekker, met een kerstboom, magisch speelgoed en een zwevende fee. Kinderen vertolken prominente rollen, wat het stuk een uitstekende eerste kennismaking met ballet maakt; wie het zich kan veroorloven, neemt jaar na jaar kind en kleinkind mee.

Het vermaarde New York City Ballet voert al sinds 1954 de Nutcracker-versie van oprichter George Balanchine uit en selecteert voor de kinderrollen de beste leerlingen van z’n eigen vooropleiding, de School of American Ballet (SAB). SAB geldt als de absolute top: wie jaar na jaar de gewenste progressie maakt, wacht wellicht een carrière bij het volwassen gezelschap. Maar garanties zijn er niet.

In de zesdelige documentairereeks On Pointe, te zien op Disney Plus, volgt regisseur Larissa Bills een groepje SAB-leerlingen gedurende één seizoen in de aanloop naar de Nutcracker-uitvoeringen – precies als in Dance Dreams dus, maar hier heerst een totaal andere sfeer. Bij DADA wordt ge-freestyled, gelachen en geschreeuwd (Allen zelf blijkt nog altijd een tough love-adept: „If I’m kicking your ass, it’s ’cause I care! Okay?”); de SAB-docenten praten zacht, ze zijn vriendelijk en behoedzaam, maar de lat voor een toekomstige Balanchine-danser ligt torenhoog. Bij de wervingsdagen worden kleuterbeentjes omhoog gesjord en heupjes bekeken; de juiste anatomie is een eerste vereiste. De kinderen die door de selectie komen dragen het gewicht van de traditie op hun schouders. „Dankbaar” zijn ze, en „bloednerveus”.

Oefenbarres in de slaapkamer

De meesten zijn van comfortabele komaf: hun ouders hebben het geld en de tijd om ze naar de lessen te brengen, gezonde smoothies te brouwen en oefenbarres in de slaapkamer te installeren. Licht verbluft kijken ze toe hoe hun oogappel zich vrijwillig onderwerpt aan een regime waar de gemiddelde volwassene een burn-out van zou krijgen: in de metro wordt snel nog wat huiswerk gemaakt, geen minuut wordt verspild. Zelfs de allerjongsten presenteren zich als professionals; het maakt de interviews op den duur wat eentonig.

Een uitzondering vormt de allerliefste Isabela uit een immigrantengezin in The Bronx, die weet dat ze „anders” is maar desondanks de volgende Maria Tallchief (prima ballerina, red.) wil worden. Als ze als engeltje in de Nutcracker wordt gecast realiseert haar Spaanstalige moeder zich pas later hoe prestigieus dat is: zelf is ze nog nooit met het ballet in aanraking gekomen.

Het is wonderlijk om te zien hoe gelukkig kinderen worden van zo’n strikte bewegingsleer. Vooral bij DADA heerst een feeststemming – Miss Allen wordt op handen gedragen en de dansertjes dromen groots, van een nieuwe, andere tijd. „Ik wil president van de VS worden”, zegt een meisje. Wie weet lukt het haar.