De officier van justitie verzon een list om Poch toch te kunnen uitleveren

Zaak-Julio Poch Aanklager Ferdinandusse vervolgde piloot Julio Poch, die acht jaar onschuldig in een Argentijnse cel zat. Nu werd hij zelf gehoord.

Ward Ferdinandusse.
Ward Ferdinandusse. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Het was de eerste grote strafzaak van officier van justitie Ward Ferdinandusse (45). In het voorjaar van 2008 stortte de aanklager belast met internationale misdrijven zich op de zaak van de Argentijns-Nederlandse piloot Julio Poch. Bij de Nationale Recherche lag een aangifte uit 2006 van Transavia-piloot Jeroen Engelkes. Hij had van collega’s van Transavia begrepen dat Poch in 2003 tijdens een etentje op Bali de ‘dodenvluchten’ van de Argentijnse junta (1976–1983) verdedigde. Misschien had hij zelf mensen in zee geworpen?

Een maand later, mei 2008, vertrekt de ambitieuze Ferdinandusse – in 2005 gepromoveerd op de toepassing van internationaal strafrecht – met Nederlandse politiemensen voor een vijfdaagse dienstreis naar Buenos Aires. „Wij namen het initiatief tot een onderzoek”, vertelde Ferdinandusse donderdag voor de rechtbank Rotterdam. Op verzoek van Poch worden hoofdrolspelers uit deze zaak verhoord om zijn schadeclaim van vijf miljoen euro te kunnen onderbouwen. Ja, de Argentijnse collega’s hadden zeker belangstelling voor de zaak van de voormalige Argentijnse marinepiloot Poch, hoorden de Nederlanders. Onder het bewind van president Cristina Kirchner werd alles in het werk gesteld de mensenrechtenschenders van de junta alsnog te vervolgen. Een piloot die dodenvluchten uitvoerde, hadden de Argentijnen nog niet weten te berechten.

De Nederlanders kregen een rondleiding langs de martelcellen van de militare ESMA-school in Buenos Aires. „Een strafdossier over Poch hadden de Argentijnen niet”, aldus Ferdinandusse. Ook Nederland had niets uitgezocht over de achtergronden van Poch. „De keuze werd gemaakt om in Argentinië te kijken of er materiaal was”. Beide landen spraken af allebei onderzoek te doen en later te beslissen welk land de zaak het beste kon afhandelen.

‘Verkapte uitlevering’

Nog hetzelfde jaar bezocht de Argentijnse onderzoeksrechter Sergio Torres Nederland. De Argentijnen wilden heel graag dat Nederland Poch zou uitleveren. Probleem: het uitleveringsverdrag tussen beide landen uit 1893 voorziet niet in de uitlevering van eigen onderdanen. Ferdinandusse verzon een list. „Ik heb de Argentijnen laten weten dat we mogelijk wel konden meewerken aan de aanhouding van Poch in een ander land. Ik heb aangegeven dat de Argentijnen via een rechtshulpverzoek vragen zouden kunnen stellen over de reisbewegingen van Poch”.

In juli 2009 besloten het ministerie van Justitie en de top van het Openbaar Ministerie evenwel dat Nederland de Argentijnen geen informatie over de vluchten van Poch mocht geven. Dat zou immers neerkomen op „een verkapte uitlevering”, aldus Ferdinandusse. „Ik heb dat opgevat als een aanwijzing”.

Een paar maanden later merkte de officier van justitie dat het standpunt van zijn superieuren „niet in beton gegoten was”. Ferdinandusse schreef een notitie met argumenten die medewerking toch mogelijk moeten maken. Het document overtuigde kennelijk. „Ik kreeg bericht van officier van justitie Digna van Boetzelaer dat men toch akkoord ging met het verstrekken van reisbewegingen”.

Welke argumenten Ferdinandusse gebruikte, wil hij niet zeggen. Rechter Tom Geerdes vindt ook niet dat Ferdinandusse dit moet vertellen. Ferdinandusse beroept zich ook op zijn geheimhoudingsplicht als de advocaat van Poch, Geert-Jan Knoops, vraagt van wie de politie de informatie van Transavia kreeg.

Unaniem vrijgesproken

De Nederlandse politie heeft de vluchtgegevens in ieder geval aan de Argentijnen verstrekt. Op de laatste vlucht voor zijn pensionering, 22 september 2009, wordt Poch op het vliegveld van Valencia opgepakt. Spanje levert hem uit en Poch zal acht jaar gevangen zitten in Argentinië. Pas in november 2017 wordt hij in een massaproces door drie rechters unaniem vrijgesproken van betrokkenheid bij dodenvluchten. Er bleek geen enkel bewijs tegen hem.

De 68-jarige Poch vecht nu al drie jaar voor schadevergoeding en excuses van de Nederlandse staat. Eind deze maand komt de zogeheten commissie-Machielse met een verslag van een onderzoek naar de opstelling van de Nederlandse autoriteiten in de zaak-Poch. Ferdinandusse en teamleider Van Boetzelaer zijn nu de belangrijkste aanklagers in het MH17-proces.