Aanpassing aan klimaatverandering gaat te langzaam

VN-rapport De gevolgen van de opwarming van de aarde zorgen voor maatschappelijke problemen. Landen maken nog onvoldoende plannen om zich aan te passen.

In de Indonesische provincie Atjeh wordt een nieuw mangrovebos aangelegd om overstromingen te voorkomen.
In de Indonesische provincie Atjeh wordt een nieuw mangrovebos aangelegd om overstromingen te voorkomen. Foto Chaideer Mahyuddin/AFP

De mens weet zich niet snel genoeg aan te passen aan het toenemend aantal hittegolven, bosbranden, stortbuien, stormen, overstromingen. Er gaapt een „grote kloof” tussen wat nodig is, en wat tot nu toe wordt gedaan om het risico op schade en slachtoffers te beperken. Zo is er voor ontwikkelingslanden onvoldoende publieke en private financiering. Ook zijn er te weinig projecten die de groeiende risico’s van klimaatverandering beperken.

Dat stelt het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) in haar laatste Adaptation Gap report 2020, dat deze donderdag is verschenen. Sinds 2014 brengt de UNEP, in samenwerking met de Technische Universiteit van Denemarken, jaarlijks in kaart hoe de mens zich wereldwijd aan het veranderende klimaat aanpast.

Anderhalve graad

Om de aarde niet meer dan 1,5 graden Celsius te laten opwarmen – het streefdoel van het internationale Parijs-akkoord (2015) – moet de mens zijn uitstoot van broeikasgassen binnen een jaar of dertig terugbrengen naar nul. Tegelijkertijd moet hij zich aanpassen aan de klimaatveranderingen die nu al gaande zijn – daarbij idealiter al rekening houdend met mogelijk grotere veranderingen over 30, 50 en 100 jaar. Het Parijs-akkoord riep de VN-lidstaten op om nationale adaptatieplannen op te stellen.

Nu, vijf jaar later, zijn de meeste ontwikkelingslanden daarmee begonnen, zo stelt de UNEP in haar rapport. Van de 193 VN-lidstaten hebben er inmiddels 139 in ieder geval een plan, een vorm van beleid of een wet voor adaptatie. Hoe adequaat of effectief die zullen zijn, valt niet te zeggen omdat er onenigheid is over allerlei definities en meetmethoden. Dat geldt ook voor al uitgevoerde projecten. Weinig landen monitoren en evalueren ze.

Lees ook dit artikel over een deltaplan voor Bangladesh

Wel neemt het aantal projecten toe dat betaald wordt uit fondsen onder de paraplu van het Parijs-akkoord, zoals het Green Climate Fund. Dat zijn er inmiddels vierhonderd, waarvan de helft na 2015 is gestart. Maar er is nog „weinig bewijs” dat ze het klimaatrisico verminderen. „Het tempert elke conclusie over vooruitgang”.

Van alle mogelijke aanpassingen staat het rapport dit keer vooral stil bij de zogeheten nature-based solutions. Daaronder vallen bijvoorbeeld het aanplanten van mangrovebossen, het beschermen van koraalriffen, herbebossing, vergroening van steden. Nederland, dat voor z’n waterveiligheid van oudsher sterk inzette op dijken en stormvloedkeringen, kiest hier ook vaker voor. Rivieren hebben meer ruimte gekregen, en mogen overstromen. Bij Kijkduin is een zandbank aangelegd die de kust moet beschermen, en die onder invloed van wind, golven en stroming verandert.

Het nu gepubliceerde rapport verschijnt elf dagen voordat in Amsterdam een internationale adaptatietop plaatsvindt. Als gevolg van de corona-pandemie zal die hoofdzakelijk online plaatsvinden.