'Te weinig mensen geven via de CoronaMelder hun besmetting door'

De corona-app vindt ook besmettingen als klachten uitblijven. Het aantal actieve gebruikers moet wel omhoog. "Een medicijn moet je niet alleen voorgeschreven krijgen, maar ook blijven slikken.”

De app CoronaMelder vertelt de gebruiker wanneer deze ten minste vijftien minuten dicht in de buurt is geweest van een met corona besmet persoon.
De app CoronaMelder vertelt de gebruiker wanneer deze ten minste vijftien minuten dicht in de buurt is geweest van een met corona besmet persoon. Foto Koen van Weel/ANP

Te weinig mensen gebruiken de CoronaMelder om anderen te waarschuwen voor mogelijke risicovol contact. „Natuurlijk moeten deze getallen omhoog”, zegt epidemioloog Carl Moons (UMC Utrecht), tevens voorzitter van een commissie experts die het ministerie van Volksgezondheid adviseert over digitale hulpmiddelen tegen het coronavirus, zoals de corona-app.

In de afgelopen dagen verstuurden gebruikers via de app zo'n negenhonderd waarschuwingen per dag. Dat getal loopt flink achter bij het dagelijkse aantal coronabesmettingen. In dezelfde periode testte dagelijkse een kleine zevenduizend mensen positief. Zo'n 12 tot 15 procent van de besmettingen leidt dus tot een waarschuwing van de CoronaMelder. Dat percentage daalde bovendien de afgelopen weken. Volgens Moons is dat niet alleen „een lockdown-effect”, maar is er meer aan de hand.

Wat het interpreteren van de cijfers lastig maakt, is dat vanwege het privacyvriendelijke ontwerp van de CoronaMelder onbekend is hoeveel actieve gebruikers de app precies heeft. Alleen het totaal aantal installaties is bekend: sinds half augustus werd de app 4,5 miljoen keer geïnstalleerd. Maar zelfs als het aantal actieve gebruikers in de werkelijkheid een miljoen lager blijk te liggen, zijn het aantal doorgegeven meldingen alsnog laag, zegt Moons. „De adoptie van de CoronaMelder is goed, maar mensen moet de app ook blijven gebruiken. Een medicijn moet je niet alleen voorgeschreven krijgen, maar ook blijven slikken.”

Twijfel aan nauwkeurigheid

Het achterblijven van het aantal waarschuwingen op het aantal besmettingen kan twee redenen hebben, zegt Moons. „Positief geteste mensen worden benaderd door de GGD voor het bron- en contactonderzoek. In dat gesprek moet wel expliciet gevraagd worden of zij de CoronaMelder willen gebruiken om anderen te waarschuwen.”

Dat gebeurt volgens Moons wellicht niet in alle gesprekken. Uit onderzoek van het ministerie van Volksgezondheid onder honderd GGD-medewerkers in december, bleek één op de vijf bron- en contactonderzoekers het instructiemateriaal niet bekeken te hebben. Onder medewerkers bestond ook twijfel aan de nauwkeurigheid van de app, omdat ze vaak zouden horen dat mensen geen contact hebben gehad met anderen, maar wel een melding hebben gekregen. Inmiddels moeten die scores verbeterd zijn, denkt het ministerie.

„Het zit gewoon in het belscript”, zegt Ron Roozendaal, als hoofd Informatiebeleid van het ministerie van Volksgezondheid verantwoordelijk voor de CoronaMelder. Hij denkt niet dat het om grote getallen gaat. Het ministerie onderzoekt of mensen de waarschuwing zélf online door kunnen geven. Voorwaarde is wel dat mensen goed kunnen bepalen wanneer de eerste ziektedag valt, zegt Roozendaal.

Een tweede optie is, dat niet iedere CoronaMelder-gebruiker daadwerkelijk anderen waarschuwt als hij of zij daarom gevraagd wordt door de GGD. Uit nieuw onderzoek van VWS uitgevoerd in oktober, komt dit niet naar voren. Toen gaf 97,5 procent van de ondervraagde app-gebruikers aan na een besmetting de sleutel door te zullen geven aan de GGD. Uit doorlopend onderzoek moet blijken of dit percentage is veranderd en of deze intentie wel wordt omgezet in gedrag.

Resultaten juist goed

De overheid vraagt in de tweede publiekscampagne rond de CoronaMelder er extra aandacht voor, zegt Moons. „Bij zowel de GGD als het publiek zelf valt winst te behalen. Belangrijk, zeker nu we ook met de besmettelijkere Britse variant te maken hebben. Goed en actief gebruik van CoronaMelder kan hier juist een beschermende rol in gaan spelen.”

Lees ook: ‘U liep risico’, zegt de app. En dan?

„De CoronaMelder levert een bijdrage maar het kan beter. Het gebruik moet verbeteren”, zegt Moons. Juist dinsdag bleek uit nieuwe onderzoeksresultaten dat de CoronaMelder goed werkt, zegt hij. De app bereikt mensen in bijna alle gevallen eerder dan de GGD - en werkt dus ook effectief door als het bron- en contactonderzoek door oplopende besmettingen onder druk staat. Onderzoeksleider naar het effect van de CoronaMelder Wolfgang Ebbers: „En dat is nodig in de infectiebestrijding omdat je mensen sneller kunt waarschuwen dat ze mogelijk zijn besmet en zo de infectieketen eerder kan onderbreken.”

Sinds lancering van de CoronaMelder op 10 oktober lieten ongeveer 86.000 mensen zich testen na een waarschuwing van de CoronaMelder. Sinds 1 december kan dat ook zonder klachten, op de vijfde dag na het laatste risicovolle contact. Met klachten test 16,5 procent positief. Een hoog resultaat, zegt Moons, maar ook logisch. „Een waarschuwing kan mensen met een lichte klachten - een loopneus die ze zeker in dit seizoen soms elke dag wel eens hebben - juist over de streep trekken om zich te laten testen.”

In iets meer dan 5 procent van de gevallen komt een test zonder klachten positief terug. „Dat vinden wij als commissie een goed resultaat”, zegtMoons. „Als je de populatie willekeurig zou testen, zou je op minder dan 1 procent uitkomen. Deze mensen hadden we zonder de CoronaMelder niet zo snel gevonden en uit de infectieketen gehaald. Dat is absolute winst.”