Analyse

Treedt het kabinet vrijdag af in de Toeslagenaffaire?

Nasleep toeslagenaffaire Rutte zet zijn coalitiepartners voor het blok. Hij wil niet dat het kabinet aftreedt, maar hij wil ook niet electoraal opdraaien voor een breuk.

Premier Mark Rutte geeft een toelichting aan de pers na afloop van een extra ministerraad over de toeslagenaffaire.
Premier Mark Rutte geeft een toelichting aan de pers na afloop van een extra ministerraad over de toeslagenaffaire. Foto Bart Maat/ANP

Premier Mark Rutte (VVD) had deze week een simpele vraag voor de vier coalitiepartijen: steunen ze zijn kabinet nog?

Uiterlijk vrijdag, als de ministerraad opnieuw samenkomt om te praten over de politieke gevolgen van de Toeslagenaffaire, wil hij een antwoord hebben. En als het antwoord nee is, lijkt er maar één uitkomst mogelijk: het kabinet treedt af.

Behalve om steun gaat het de premier ook om de politieke regie over de toekomst van zijn eigen kabinet. Volgende week is er een Kamerdebat over de Toeslagenaffaire, waarbij duizenden burgers ten onrechte als fraudeurs achterna werden gezeten door de Belastingdienst. Het laatste wat Rutte wil is dán onderuit gaan, voor het oog van de camera’s, in de grote debatzaal van de Tweede Kamer. De uitkomst van een motie van wantrouwen zou allerminst zeker zijn: op papier heeft het kabinet een meerderheid van maar één zetel.

Lees ook: kabinet maakt gebaar, maar leed van Toeslagenaffaire nog niet voorbij

Begin deze week maakte Rutte al duidelijk dat het kabinet wat hemzelf betreft niet op hoeft te stappen. Die conclusie van de premier lekte meteen uit, waardoor de verantwoordelijkheid voor zo’n val bij de andere coalitiepartijen kwam te liggen. Niet Rutte of de VVD, maar CDA, ChristenUnie en D66 moeten nu bij zichzelf te rade over de gevolgen van een kabinetscrisis, op een moment dat de verspreiding van het coronavirus nog niet onder controle is. In de regeringsfracties leeft de vrees dat burgers het kabinet dan als machtelozer kunnen gaan zien in de strijd tegen het virus. Wie wil dat op z’n geweten hebben?

Wie breekt, betaalt

Op donderdagavond komen de vier regeringspartijen bij elkaar voor hun wekelijkse ‘bewindspersonenoverleg’, in eigen kring, met de eigen ministers – en dan zal zo goed als zeker worden beslist over het lot van het kabinet-Rutte III. Bij het CDA en D66 is het de bedoeling dat de Tweede Kamerfracties op vrijdag ook nog overleg hebben.

Twee maanden voor de Tweede Kamerverkiezingen spelen electorale overwegingen sterk mee in de beslissing die zal worden genomen. ‘Wie breekt, betaalt’, geldt als een politieke wet op het Binnenhof: meestal verlies je bij de verkiezingen, als een kabinet door jouw toedoen valt. Zo verloor de PVV in 2012 na een breuk met kabinet-Rutte I, die vooral partijleider Geert Wilders werd aangerekend, negen zetels. De laatste partij die na het breken met een kabinet bij de daaropvolgende verkiezingen zetels won, was de PvdA in 1982 – maar die partij bleef daarna wel buiten de nieuwe coalitie.

Ook nu lijkt een kabinetsbreuk impopulair. Driekwart van de kiezers wil dat het kabinet politieke consequenties verbindt aan de Toeslagenaffaire, bleek woensdag uit opinieonderzoek van I&O Research. Maar slechts 8 procent vindt dat het kabinet moet opstappen. De peiling is wel uitgevoerd voor de crisisoverleggen van deze week.

Met zijn simpele vraag – is er nog genoeg steun? – zet Rutte de regeringspartijen ook staatsrechtelijk voor het blok. Hij vraagt een antwoord op de vertrouwensvraag voordat de partijen en hun ministers volledig hebben kunnen vaststellen of het kabinet dat vertrouwen nog waard is. De Tweede Kamer wacht nog op antwoorden op 433 Kamervragen die de commissie-Financiën heeft gesteld naar aanleiding van het onderzoeksrapport over de Toeslagenaffaire. De beantwoording op die vragen wordt niet meer deze week verwacht, maar nog wel voor het Kamerdebat van volgende week. Er zijn ook Kamerleden van coalitiepartijen die vinden dat ze pas na het debat echt kunnen beslissen of ze het kabinet willen steunen.

Fundamentele vragen

Het gaat om fundamentele vragen die nog beantwoord moeten worden: ze raken de kern van het vertrouwen dat de Tweede Kamer moet kunnen hebben in het kabinet. Kamerleden willen onder meer weten of het kabinet de onderzoeksconclusie deelt dat de Kamer in de Toeslagenaffaire jarenlang „onvolledig, onvoldoende en onjuist” is geïnformeerd – een politieke doodzonde waarop in het verleden meerdere bewindspersonen vielen. Maar ook specifieker: of het kabinet documenten heeft achtergehouden voor de onderzoekscommissie. Sommige notities en memo’s werden pas openbaar tijdens of zelfs na de verhoren van de commissie. In het ministerie is te horen dat het geen onwil was, maar dat de documenten écht toen pas boven water kwamen. Kamerleden willen weten of daarmee het onderzoek is ‘gehinderd’. Als dat zo is, raakt dat aan de grondwettelijke verplichting om de documenten te verstrekken waar de Kamer om vraagt.

Het kabinet laten vallen zou staatsrechtelijk misschien een begrijpelijk besluit zijn, maar zullen de kiezers dat ook zo zien? Rutte laat het vooralsnog aan de partijen met wie zijn VVD samenwerkt in de coalitie: wie durft het aan?