Opinie

In-de-arm-knijp-moment gevraagd

Joyce Roodnat likkebaardt bij het vooruitzicht om weer naar theater, museum en bioscoop te kunnen, maar ze aarzelt om vooruit te kijken. Door het bericht van het overlijden van Oeroloprichter Joop Mulder wil ze alleen nog maar terugdenken: aan voorstellingen in duinpannen en boerenschuren. En aan een frietkotje op het strand.

Joyce Roodnat

‘Art requires my presence”, zei de dichteres Louise Glück in haar dankwoord voor de Nobelprijs voor literatuur. Kunst eist mijn aanwezigheid. En zo is het. Zonder publiek hapt de kunst naar adem en gaat ten onder – alleen heel soms wordt zij opgevist en beademd en herleeft. Omgekeerd geldt hetzelfde. Ik heb de kunsten nodig, zonder stik ik langzaam.

Ik zou nu graag, samen met mijn collega’s in deze bijlage, vooruitkijken naar de aangekondigde kunst. Maar ik aarzel. Covid-19 is nog niet weg. Zal ik inderdaad meemaken waar ik nu naar uitzie? Ik likkebaard bij het vooruitzicht om weer naar het theater en de bioscoop te kunnen. In maart naar het Literatuurmuseum voor een expositie rond de schrijver Simon Vestdijk (vergeten? Niet door mij!). In mei naar Eye voor Guido van der Werve. En tussendoor naar het Fries Museum voor vier eeuwen borduurkunst in ‘Haute bordure’. Het is een arbitrair lijstje. En zolang onduidelijk is wanneer ik ergens bij kan, doe ik niet aan vastomlijnde verlangens. Ik wacht op het in-de-arm-knijp-moment, en daar zal de kunst in voorzien, verwacht ik – dan ben ik bijvoorbeeld in de bioscoop, zie de nieuwe James Bondfilm en besef dat de pandemie voorbij is. Dat ik niet meer droom, maar weer besta. En jullie allemaal ook.

Verderop in de toekomst zal de kunst rekenschap geven van de gewatteerde ramp van Covid-19. Van lockdown en afstand houden. Van een diner in een doos en koffie aan de deur van een café. Van de moed verliezen. Ik kan het allemaal vaststellen, het werkelijk begrijpen lukt me niet. Maar dat zal eens gebeuren via een toneelstuk, een song, een sculptuur. Of via die ene foto die het hele Covid-drama samenvat, zoals Robert Capa de Spaanse burgeroorlog samenvatte met zijn foto van een sneuvelende republikeinse vrijheidsstrijder.

Arjen Boerstra: De aardappeleter 2 (Oerol, 2007).

Foto Erik van Zuylen

Maar nu. Nu valt zomaar het bericht uit de lucht van de dood van de oprichter van Terschellings Oerol. Joop Mulder, de man met de duizend plannen, is gestorven. Vooruitkijken? Wil ik niet meer. Ik wil terugdenken aan de explosie van voorstellingen die hij uitkoos en onderbracht in duinpannen en boerenschuren, op een tennisbaantje in het bos, in het ruim van een coaster. Ik herinner me ook hoe hij op zeker moment door nieuwe bezems naar de marge van zijn eigen festival geveegd was. We troffen elkaar in een rij, hij vertelde monter wat hij wél had kunnen organiseren: „Een frietkotje, van Arjen Boerstra. Ga je kijken?” Natuurlijk ging ik kijken.

Het was alleen te voet te bereiken. Daar stond het, schrap in de zeewind. Een houten patatkraam. Hij was dicht. Maakte niet uit. Dit was ijzersterk theater, dat friettentje op het verlaten strand. Dank je wel Joop. Je was fantastisch.