Opinie

De grote leugen van president Trump

Luuk van Middelaar

Trump begon op 6 januari de toespraak tot zijn aanhangers in Washington pal voor de bestorming van het Capitool met de woorden: „De media zullen de omvang van deze menigte niet tonen. Toen ik vanmorgen de tv aanzette zag ik duizenden mensen, maar nu ik hier sta zie ik honderdduizenden achter jullie, en ze willen die niet laten zien.”

De cirkel was rond. Na zijn eedaflegging, op 20 januari 2017, loog de president dat de „grootste menigte ooit” hem was komen toejuichen. Foto’s van Obama’s inauguratie uit 2009 weerlegden het. Trumps woordvoerder kreeg de claim niet weggepraat, waarop een assistente het concept „alternatieve feiten” lanceerde. Zo ging het in vier jaar van dit bizarre inhuldigingsleugentje tot de gewelddadige bekrachtiging van electorale fictie.

In de woordenvloed over de gebeurtenissen op het Capitool steekt één essay erboven uit: Timothy Snyder in The New York Times. De Amerikaanse historicus fileert hoe de president stap voor stap een eigen werkelijkheid bouwde. Reeds als zakenman, tv-ster en presidentskandidaat uitte Trump zoveel kleine leugens, aldus Snyder, dat wie ze allemaal tegelijk wilde geloven, de rest van de wereld moest loochenen en „het gezag van deze ene man moest aanvaarden”. Hij was de bron van alle waarheid.

Zeker, Trump bracht enkele middelgrote leugens in de wereld: dat hij een succesvol zakenman was, dat Obama in Kenia is geboren. Maar lang stelde hij het zonder ‘echt grote leugen’, van het kaliber ‘de Joden trekken aan alle touwtjes’ (Hitler), de leugen die een alternatieve wereld schept waarin mensen leven en sterven.

Dat verandert op 4 november: de claim op de verkiezingszege is een big lie, vanwege de hoge politieke inzet en de mate van leugenachtigheid. Zo’n grote leugen dwingt aanhangers tot vergaande aannames, tot wantrouwen jegens journalisten, experts en alle lokale, statelijke en federale instellingen en hun gezagsdragers, van stemmentellers tot hoge rechters. Een samenzwering.

Snyder, kenner van het Europese interbellum, waarschuwt al jaren voor de kwetsbaarheid van democratische instellingen. Toch ziet hij ook na de coup in het Trumpisme geen fascisme maar ‘pre-fascisme’. Waar de Amerikaanse president de media als fake news affakkelt, beschimpten de nazi’s de Lügenpresse. Maar Trump heeft geen ideologie, behalve zijn eigen narcisme. En hij was (gelukkig) zo stom de militaire leiding van zich te vervreemden.

Toch is het verhaal niet uit. De leugen zelf kan de leugenaar overleven. Net als Duitse commentatoren herinnert Snyder aan de Dolkstootlegende van 1918: het verzinsel van Duitse conservatieven dat het ongeslagen Duitse leger thuis door socialisten en Joden in de rug was gestoken. ‘Im Felde Unbesiegt’. Een mythe die de nazi’s met verve uitmolken. Zo zouden Republikeinse Trumpianen, à la senatoren Ted Cruz en Josh Hawley, rancune over de gestolen 2020-verkiezing kunnen ophitsen in 2024 of erna. Voeg geweld en intimidatie toe en je ziet een fascistische vleugel van de Republikeinse Partij.

In de duiding van Trump als ‘post-truth president’ lijkt het of enkel het gezag van de waarheid al democratisch herstel brengt. Zo simpel is het niet.

In haar klassieke tekst ‘Waarheid en politiek’ (1967), die ook Snyder aanhaalt, fileert Hannah Arendt de diepe spanning tussen beide. De filosofe wijst erop hoe machthebbers van alle tijden poogden om hen onwelgevallige waarheden te ontkennen of verdraaien. Tegelijk benadrukt zij dat de democratie leeft van debat, conflict en pluralisme: in het politieke domein is de aanspraak de absolute waarheid te verkondigen gevaarlijk, totalitair. Een stevig dilemma dus: zoals de waarheid bescherming behoeft tegen politieke macht, zo behoeft de democratie bescherming tegen de ‘absolute’ waarheid.

Arendt zoekt de uitweg in een strikte scheiding van feitelijke waarheden en meningen. Op grond van dezelfde feiten kunnen twee personen – andere waarden, andere ervaringen – tot een ander oordeel komen, en dat is volkomen legitiem.

In een democratie moeten we de feiten verdedigen als feiten: niet alles is een mening. In het bijzonder het feit van de getelde stemmen. Tegelijk moeten we pluraliteit en tegenspraak toelaten: de toekomst is open en het resultaat van keuzes. Waarom anders verkiezingen houden?

Daarom is de politiek niet zozeer het domein van kennen en weten, maar van oordeel en overtuiging. Ook op dat vlak valt er voor Democraten en democraten veel werk te doen – te beginnen door Joe Biden in zijn inhuldigingsrede.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof, historicus en hoogleraar EU-recht (Leiden).

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.