VNG: gemeenten kunnen duizenden statushouders niet huisvesten

Woningmarkt De gemeente Alkmaar stuurde dinsdag een brandbrief naar het kabinet. Het plaatsen van statushouders zou „extreem ten koste gaan” van andere huiszoekenden.
Een voormalig sportpark in Amsterdam-Noord omgebouwd tot wooncomplex. Er is plek voor 540 jongeren, waarvan de helft Nederlandse jongeren en de andere helft jonge vluchtelingen met verblijfsvergunning.
Een voormalig sportpark in Amsterdam-Noord omgebouwd tot wooncomplex. Er is plek voor 540 jongeren, waarvan de helft Nederlandse jongeren en de andere helft jonge vluchtelingen met verblijfsvergunning. Foto Berlinda van Dam/Hollandse Hoogte

Gemeenten worstelen met de wens van het kabinet om het komende halfjaar 27.000 asielzoekers met een verblijfsvergunning – zogeheten statushouders – te huisvesten. Doordat de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) de afgelopen tijd duizenden achterstallige asielaanvragen heeft verwerkt, moeten gemeenten dit jaar ruim 12.000 statushouders meer zien onder te brengen dan vorig jaar. Dat is bijna overal een zware, zo niet onmogelijke opgave, laat de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG) dinsdag weten.

„Er is een krapte op de woningmarkt en bijna overal is een tekort aan sociale huurwoningen”, zegt een VNG-woordvoerder. „In Nederland zijn te weinig woningen voor te veel doelgroepen. Kinderen uit de jeugdzorg, ouderen die langer thuisblijven en statushouders moeten allemaal naar sociale huurwoningen. Daarom denkt het Rijk aan andere oplossingen, zoals het ombouwen van oude kantoorgebouwen tot woningen.” Volgens de VNG is het lastig om plannen te maken vanwege de gezinshereniging voor statushouders. Gemeenten moeten bepalen of een individuele statushouder direct een eengezinswoning krijgt toegewezen als zijn vrouw en kinderen later komen.

De woningkrapte en wens om asielzoekers te huisvesten, bewoog de gemeente Alkmaar dinsdag ertoe om een brandbrief aan het kabinet te sturen, zo schrijft De Telegraaf. Het plaatsen van meer statushouders is volgens Alkmaar en zes omringende gemeenten Bergen, Castricum, Heerhugowaard, Heiloo, Langedijk en Uitgeest „onmogelijk en onredelijk”, omdat het toewijzen van de woonruimte „extreem ten koste” zou gaan van andere woningzoekenden. In de brief wijzen de gemeenten erop dat het nu al lastig is om „spoedzoekers, dak- en thuislozen en buitenlandse werknemers” onderdak te bieden. Daarom willen ze onder meer dat het kabinet omgevingsvergunningen voor flexibele woonvormen snel versoepelt.

Lees ook: Wat heeft het woningbouwbeleid van Ollongren opgeleverd?

Gemeenten hebben de taak om woonruimte te faciliteren voor asielzoekers met een verblijfsvergunning. De verdeling van de vergunninghouders bepaalt het ministerie van Binnenlandse Zaken elk halfjaar en hangt onder meer af van het aantal inwoners in de gemeente. De wachttijden voor sociale huurwoningen zijn op veel plekken lang, soms zelfs langer dan tien jaar. Statushouders hebben net als andere kwetsbare groepen vaak voorrang op deze woningen.

Daklozenopvang

De gemeente Alkmaar is gevraagd dit jaar 166 asielzoekers onderdak te bieden, vorig jaar waren dat er 74. In de regio rondom de stad is het aantal te huisvesten vergunninghouders dit jaar verdubbeld van 207 naar 466. De Alkmaarse wethouder Paul Verbruggen stelt dat de gemeente bereid is om asielzoekers met vergunning op te vangen, maar voor een verdubbeling is niet genoeg ruimte en capaciteit. Alkmaar kampte vorig jaar al met een tekort aan woningen voor reguliere huiszoekers, daklozen of gescheiden ouders. Volgens Verbruggen moet de gemeente die groepen daarom soms naar de daklozenopvang verwijzen.

In november reserveerde minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) 50 miljoen euro voor meer tijdelijke woningen. In totaal moeten er dit en volgend jaar 12.400 woonplekken voor kwetsbare doelgroepen komen. Het geld werd vrijgemaakt voor 123 woonprojecten voor dak- en thuislozen, arbeidsmigranten en spoedzoekers.

De gemeente Alkmaar verzoekt de minister daar bovenop om snel tijdelijke huisvesting in buitenstedelijke gebieden mogelijk te maken. Deze woonplekken zouden moeten komen op natuurgebieden, die nu door de provincie zijn aangemerkt als „bijzonder provinciaal landschap” en daardoor bescherming genieten. De handhavende taak van de provincie zou daarvoor moeten worden opgeschort, zo schrijven de zeven Noord-Hollandse gemeenten.