Recensie

Recensie Film

Tenenkrommende realiteit van Amerikaans racisme

Drama Vier zwarte iconen, bokser Cassius Clay, activist Malcolm X, footballster Jim Brown en crooner Sam Cooke vieren in 1964 in Miami de wereldtitel die Clay net heeft veroverd. Alle vier hebben hun eigen strategie om in de racistische VS te kunnen slagen.

Sam Cooke (Leslie Odom Jr.), Muhammad Ali (Eli Goree), Malcolm X (Kingsley Ben-Adir) en Jim Brown (Aldis Hodge) vieren samen het wereldkampioenschap van Ali, in ‘One Night in Miami’ .
Sam Cooke (Leslie Odom Jr.), Muhammad Ali (Eli Goree), Malcolm X (Kingsley Ben-Adir) en Jim Brown (Aldis Hodge) vieren samen het wereldkampioenschap van Ali, in ‘One Night in Miami’ . Foto Patti Perret/Amazon Prime Video

Sommige critici hebben iets tegen toneelverfilmingen. Toneel draait om dialoog, plot en acteren, niet om beeld. En Cinema met een grote C moet over beeld gaan. Maar hoe armoedig was film geweest zonder cinema met een kleine c als Casablanca, A Streetcar Named Desire of Who’s Afraid of Virginia Woolf?

Een toneelfilm kan slagen als hij uitdagend toneelachtig is of als hij je juist laat vergeten dat het toneel betreft. Voor dat laatste opteert regisseur Regina King in One Night in Miami: regelmatig verlaten we de bedompte hotelkamer van Malcolm X om een frisse neus te halen. Het stuk is gebaseerd op een roemrucht treffen van vier zwarte Amerikaanse iconen. Die vieren op 25 februari 1964 in een hotelkamer de wereldtitel die bokser Cassius Clay zojuist veroverde op ‘circusbeer’ Sonny Liston. Clay staat op het punt zich als Muhammad Ali te bekeren tot Malcolm X’ Nation of Islam, Malcolm X zelf overweegt met die corrupte beweging te breken.

In de hotelkamer bevinden zich die avond tevens footballster Jim Brown, onderweg naar Hollywood, en crooner Sam Cooke. Dat kwartet belichaamt verschillende strategieën om te slagen in een fundamenteel racistisch Amerika: confrontatie (Malcolm X), clownerie (Cassius Clay), schouderophalen (Jim Brown) en behagen (Sam Cooke). Voor dat alles valt iets te zeggen en wordt ook iets gezegd in de soepele dialogen van toneelschrijver Kemp Powers, recentelijk co-regisseur van Pixars’ animatiefilm Soul.

Lees ook: De Nation dreef een wig tussen X en Ali

Maar buiten de hotelkamer kan Regina King zaken ook tastbaar maken. De tenenkrommende realiteit van zuidelijk racisme als Jim Brown in Georgia een verrukte witte mentor bezoekt: „Wij zijn zo trots op je!” Om na een warm gesprek te ontdekken dat hij niet over diens drempel mag: „Ow, you know Jim, we can’t allow niggers in here.” Malcolm X wiens huis met molotovcocktails wordt belaagd, Clay wiens lichtvoetigheid zich bijna tegen hem keert in de ring met ‘white hope’ Henry Cooper.

Zulke tussenscènes geven de dialoog en de psychodynamiek van het kwartet diepte, met als hoogtepunt een flashback naar een concert waarin Sam Cooke meer in zijn mars blijkt te hebben dan het inpalmen van joodse bejaarden in Club Copacabana. Show, don’t tell: dat is wat een film nog net iets beter kan dan toneel. En dat voorziet het cerebrale genoegen van One Night in Miami van kippenvelmomenten.