Meerderheid boeren weet niet wie hen in de toekomst opvolgt

Land- en akkerbouwers Ruim de helft van de boeren van 55 jaar en ouder heeft nog geen opvolger in beeld. De grootte en het soort boerenbedrijf zijn daarbij van grote invloed.
Meer dan de helft van de oudere boeren weet niet wie het bedrijf in de toekomst gaat leiden.
Meer dan de helft van de oudere boeren weet niet wie het bedrijf in de toekomst gaat leiden. Foto Vidiphoto

Zoons en dochters staan niet te springen om het boerenbedrijf van hun ouders over te nemen. Meer dan de helft (59 procent) van de landbouwbedrijven met een 55-plusser aan het hoofd had vorig jaar geen opvolger in beeld. Hoe kleiner de onderneming, hoe geringer de kans dat er een plaatsvervanger beschikbaar is, blijkt woensdag uit voorlopige cijfers van de Landbouwtelling 2020 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Vorig jaar telde Nederland ruim 52.000 landbouwbedrijven, waarvan zo’n 27.000 met een 55-plusser aan het hoofd. Daarvan hadden grofweg zestienduizend bedrijven nog geen idee wie het bedrijf in de toekomst zou gaan leiden. Net als voorgaande jaren speelt bedrijfsgrootte daarin een grote rol. Zeer kleine (18 procent) en kleine landbouwbedrijven (29 procent) hebben een stuk minder vaak een opvolger in beeld dan middelgrote (49 procent) en grote ondernemingen (70 procent). Deze percentages zijn sinds 2016 nauwelijks veranderd.

Veel melkveehouders kunnen wel met een gerust hart met pensioen: bijna twee derde van de 55-plussers aan het hoofd van zo’n bedrijf heeft een toekomstige opvolger in beeld. Daarmee is het animo voor melkveebedrijven ongeveer drie keer zo groot als dat voor glasgroente en snijbloembedrijven. Ook in geitenbedrijven wordt relatief veel interesse getoond (54 procent), terwijl schapenboeren met 19 procent het minst vaak een opvolger hebben.

Lees ook: Gelukkig de boer die nog een opvolger vindt

Friesland en Flevoland

Daarnaast zijn er grote provinciale verschillen. In Friesland (60 procent) en Flevoland (58 procent) weten de meeste boeren wie het bedrijf in de toekomst zal overnemen. Limburgse landbouwers weten met 39 procent het minst vaak wie de volgende baas van hun onderneming wordt. Sowieso hadden boerenbedrijven in de noordelijke provincies iets vaker een opvolger in beeld dan die in het zuiden van het land.

Er zijn verschillende redenen waarom het animo voor de overname van boerenbedrijven relatief laag is. NRC schreef eerder dat boerenkinderen te weinig inkomensperspectief zien, aanlopen tegen de maatschappelijke weerstand die komt kijken bij het boerenwerk en opzien tegen de vele overheidsregels. „Ze kiezen ervoor elders gemakkelijker hun geld te verdienen”, aldus het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt, de belangenvereniging voor agrarische jongeren.