Recensie

Recensie Boeken

Filmden de Britten zich naar de Brexit?

Boekrecensie Van James Bond tot Paddington: Britse films dragen een (zelf)beeld van Groot-Brittannië uit dat heeft bijgedragen aan de Brexit, stelt filmwetenschapper Neil Archer in het boek ‘Cinema and Brexit’.

‘Skyfall’: James Bond (Daniel Craig) als symbool voor een belegerde natie.
‘Skyfall’: James Bond (Daniel Craig) als symbool voor een belegerde natie. Foto ANP

Dunkirk en Darkest Hour voeden Brexit-fantasieën” kopte de Britse krant The Guardian twee jaar geleden, met als onderkop „zelfs als ze niet zo bedoeld zijn”.

Over de vraag hoe film en Brexit verweven zijn verscheen eind vorig jaar het boek Cinema and Brexit: The Politics of Popular English Film – nog voordat de Brexit een feit was. Hierin analyseert filmwetenschapper Neil Archer hoe bovengenoemde films, samen met onder meer King Arthur, The Theory of Everything en de Paddington-films, een (zelf)beeld van Groot-Brittannië uitdragen dat direct of indirect heeft bijgedragen aan de Brexit. Dat zelfbeeld bestaat uit, in de woorden van de door Archer geciteerde Andrew Higson, „verbazend veerkrachtige nationale stereotypen”. Stereotypen en archetypen die dankzij de Britse cinema ook in het buitenland stevig voet aan de grond kregen en volgens Archer ‘Brand Britain’ vormen: Groot-Brittannië als sterk merk maar ook als zogenaamde ‘soft power’.

Een andere door Archer aangehaalde academicus rept zelfs van „banaal nationalisme”. Veel van dit sinds het EU-referendum in 2016 weer extra opflakkerende nationalisme heeft te maken met een geïdealiseerd verleden – sentimenten die ook in Nederland en elders opspelen. In het geval van Engeland gaat het dan om nostalgisch en patriottistisch verlangen naar het grote Britse rijk (British Empire) van weleer, het idee van Engelse uitzonderlijkheid en gevoelens van superioriteit jegens Europa. Waarbij Archer aantekent dat Britten „een extreem gelimiteerd beeld hebben van Europa” en altijd al ambivalent tegenover de EU stonden.

Die ambivalentie of zelfs afkeer van Europa sijpelde ook door in het Britse filmbeleid. Europese coproducties zijn schaars, de Britten werken liever samen met grote Amerikaanse studio’s. De producenten van de Harry Potter-reeks met Warner Bros., productiebedrijf Working Title met Universal en ook de James Bond-franchise is afhankelijk van Amerikaans geld. Dat Europa voor het Verenigd Koninkrijk (VK) niet belangrijk is, blijkt ook uit het marktaandeel Europese films dat in het VK draait: slechts 1,8 procent. Andersom mogen Britse producties zich verheugen op een stevig marktaandeel in Europa van 16 procent.

Lees ook de column van Coen van Zwol: 1917, een Brexitfilm tegen wil en dank

Archer analyseert verschillende genres, van de populaire ‘heritage film’ (kostuumfilms of literaire adaptaties) en de Engelse epische film tot de Britse vakantiefilm. Een van zijn voorbeelden is The Inbetweeners Movie, waarin vier Britse scholieren die net hun middelbareschooldiploma hebben gehaald, naar Kreta gaan om vakantie te vieren. Die film staat symbool voor de Britse toerist in het buitenland „die geen verlangen heeft naar iets nieuws maar wel de behoefte heeft zijn inlandse identiteit te laten gelden”. In het geval van The Inbetweeners Movie veel (coma)zuipen, een goedkoop appartement delen en luidruchtig gedrag. Verwonderd vragen zij zich af waarvoor toch het bidet in het toilet dient. Het spiegelt een scène in Mr. Bean’s Holiday (2007), waarin Mr. Bean in Frankrijk klungelt met zeebanket. Tegelijkertijd wordt Frankrijk zwaar geromantiseerd en neergezet als pre-industrieel landschap. Wat ten onrechte impliceert dat Frankrijk in technologisch opzicht achterloopt bij het geavanceerde VK. Europa is enerzijds een fantasie, anderzijds simpelweg een verlengstuk van Engeland waar je doet wat je thuis ook doet maar dan in een andere omgeving. Een omgeving die vaak gepresenteerd wordt als filmische ansichtkaart maar het verder niet waard is om je in te verdiepen.

De recente Engelse epische film heeft waarschijnlijk het meest direct bijgedragen aan wat Archer „de dominante mythes over de Britse historische ervaring” noemt. Met name het idee van zelfredzaamheid, veerkracht en onverzettelijkheid in moeilijke omstandigheden, de momenten waarop bedreigde Britten zich dapper, kalm en vastberaden terugtrekken en zich in ‘splendid isolation’ op hun eiland verschansen. Die heroïsche standvastigheid (de ‘Blitz spirit’) geldt voor Churchill aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog in Darkest Hour en de ontsnapping aan een overmacht van Duitsers op de stranden van Duinkerken in Dunkirk. Maar ook in de James Bond-film Skyfall werkt die mythe van autonomie en wederopstanding door. Waarbij het lijdende lichaam van 007 in Skyfall symbool staat voor de belegerde natie: zonder hulp van bijvoorbeeld de Amerikanen triomfeert hij, hooguit met dank aan de oude Aston Martin DB5 die hij uit de mottenballen haalt – het glorieuze verleden van Groot-Brittannië.

Wat Brexit in de toekomst gaat betekenen voor de Britse filmproductie moet nog blijken, al zal de impact groot zijn. Ook blijft het de vraag of het nostalgische ‘idee van de natie’ dat in veel Engelse films verscholen zit snel zal muteren. Komt er een koude douche en zien we ‘Brand Britain’ veranderen in films?