Doping op bestelling uit een ‘ondergronds’ laboratorium

Doping Nederland is een belangrijk productie- en handelsland voor doping, blijkt uit een nieuw rapport. Veel doping wordt in geheime, Nederlandse laboratoria geproduceerd.

In de meeste sportscholen wordt niet gehandeld. Er zijn andere plekken waar volop doping te krijgen is.
In de meeste sportscholen wordt niet gehandeld. Er zijn andere plekken waar volop doping te krijgen is. Foto Getty Images

Scholieren van zestien jaar die op een pleintje anabole steroïden bij elkaar inspuiten om gespierder te worden. Een sportschoolhouder die handelt in doping en in een ‘fysiokamertje’ zijn klanten helpt de spuiten te zetten. Een handelaar die een eigen merk doping in de markt zet en het in een Nederlandse loods zelf produceert met grondstoffen uit China. Levendige dopinghandel via het legale en het ‘dark’ web.

Nederland is een belangrijk productie- en handelsland van doping voor sporters, meestal amateurs uit de fitness- en krachtsportwereld. Dat schrijven onderzoekers van Bureau Beke en de Vrije Universiteit in de rapportage ‘Sterk Spul’, die is gemaakt in opdracht van het ministerie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Het is gebaseerd op onder meer politieonderzoeken en gesprekken met rechercheurs, dopinggebruikers en handelaars. Het rapport geeft, voor het eerst, een zeer gedetailleerd beeld van de dopingproductie en -handel in Nederland.

Professioneel en grootschalig

In een loods op een bedrijventerrein komt het ene na het andere flesje van de lopende band, bijgevuld door een automatische vulmachine. Duizenden potjes, die met een stickermachine worden voorzien van het eigen logo van de firma. Daarna rollen de flesjes richting de automatische verpakkingsmachine. Ze verdwijnen in een anoniem doosje en worden in plastic opslagdozen gestopt. Op de bestel- en verzendlijsten in de loods staat waar de lading naartoe moet. In de flesjes zit doping, die in Nederland en daarbuiten zal worden gedistribueerd. Hier is een ondergronds dopinglaboratorium aan het werk.

De tijd dat doping door een handelaar met een sporttas werd opgehaald uit een buitenlandse apotheek is voorbij. Sinds de eeuwwisseling zijn de regels voor verkoop van dopingmiddelen in Europa strenger geworden en werden ook de controles door de douane scherper. Gevolg was niet dat de dopinghandel uitdoofde, die werd juist professioneler en grootschaliger. Doping wordt nu geproduceerd in zogenoemde UGL’s (‘underground labs’).

De politie gaat uit van een flinke handvol grote laboratoria – met farmaceutische apparatuur – en tientallen tot honderden kleine ‘huiskamerlabs’ waar illegale doping wordt gemaakt. Ilse van Leiden, onderzoeker van Bureau Beke: „Soms is dat heel onprofessioneel, dan wordt er bijvoorbeeld doping gemaakt in een badkuip. Ook gevaarlijk, want het is totaal niet steriel.”

De politie rolde de afgelopen jaren verschillende grotere dopinglabs op. Vaak zijn ze onderdeel van een laboratorium waar ook drugs, zoals xtc, worden gemaakt. Uit de politieonderzoeken kan worden opgemaakt hoe producenten hun professionele labs opzetten. Het belangrijkste zijn daarbij de grondstoffen.

Ze noemen zichzelf ‘trading company’ of simpelweg ‘factory’. Wie zoekt naar grondstoffen voor dopingproductie komt al snel op allerlei websites die leiden naar Chinese bedrijven die materiaal aanbieden. Op één website zijn tachtig leveranciers actief die samen 240 producten kunnen leveren voor de productie van doping. De aanprijzingen: Hot sell steroids powder, 99% raw material steroids, chemical muscle building. Zonder grondstoffenleveranciers uit Azië zouden illegale dopinglaboratoria in Nederland niet bestaan, zegt een voormalig eigenaar van een lab in het rapport.

Afgedankte apparatuur

Het is eenvoudig om aan de spullen te komen en van relatief weinig materiaal kan veel doping worden geproduceerd – meer dan bij drugs. Hoeveel grondstoffen worden geïmporteerd is niet duidelijk. De middelen worden vaak verstopt, bijvoorbeeld in pakken Brinta. De Nederlandse douane heeft tussen 2016 en 2018 ruim duizend pakketten met doping onderschept (grondstoffen en kant-en-klaar). Dat was een verdrievoudiging van de onderschepte doping in Nederland, maar vermoedelijk een fractie van de werkelijke import.

Voor de verwerking van de stoffen tot slik- of spuitbare doping gebruiken de producenten tabletteermachines, (af)vulmachines, etiketteringsmachines en machines waarmee doordrukstrips gemaakt kunnen worden. Vaak is het afgedankte apparatuur uit de farmaceutische industrie, soms zijn ze gloednieuw. Meestal worden de machines uit Azië geïmporteerd – er zijn geen handelsbeperkingen. Goedkoop is het niet. „Je bent zo twintigduizend tot dertigduizend euro kwijt voor een machine. Dat liep aardig op”, zegt een voormalig dopinghandelaar in het rapport.

Potjes, doosjes, sluitzakjes en ampullen; zonder verpakkingsmateriaal kan het dopinglab niet. Ook die spullen zijn eenvoudig te bestellen. De politie onderschepte een mailwisseling tussen een dopinghandelaar en een leverancier uit China. De aanvraag: een ‘trayholder’ voor 300.000 glazen portieflesjes, 10.000 dopjes om flesjes af te sluiten. Allemaal voorzien van het eigen dopingmerk van de handelaar. In een antwoord stuurt de Chinese leverancier een ontwerp. Antwoord: „Ze zijn perfect.”

In een sportschool aan de Straatweg in Rotterdam vond de politie illegale anabolen. Er was ook een ‘behandeltafel’ waar de eigenaar klanten hielp bij het nemen van doping. De spuiten werden onder de tafel gevonden tijdens de doorzoeking in oktober 2019. Thuis bij de sportschooleigenaar lagen ook nog wapens en cocaïne. De man kreeg in februari vorig jaar een celstraf van zeven maanden.

Handel in sportscholen

Bij het meldpunt van de Dopingautoriteit zijn tussen 2016 en 2019 meldingen binnengekomen over doping die in sportscholen zou worden verhandeld. Ook de opsporingsdienst van de Voedsel- en Warenautoriteit kent „signalen” van dopinghandel in sportscholen en fitnesszaken, al ontbreken harde cijfers. Onderzoeker Van Leiden vindt het niet verwonderlijk dat juist op dit soort plekken in doping wordt gehandeld. „Dopinggebruik is genormaliseerd in bepaalde delen van de fitnesswereld. Gebruikers hebben geen atletische ambitie, maar nemen het om er goed uit te zien. In sportscholen ontmoeten dopinghandelaren hun klanten”, vertelt zij.

Hoeveel mensen precies doping gebruiken is niet te achterhalen. De onderzoekers schatten dat het in Nederland gaat om 100.000 tot 200.000 recreatieve sporters, vooral in de fitness- en krachtsportwereld.

Bekijk ook: de NRC-documentaire Ziek Gespierd, over de schaduwkanten van de fitboy-wereld.

In de meeste sportscholen wordt niet gehandeld. Er zijn andere plekken waar volop doping te krijgen is. Ondergrondse labs hebben vaak hun eigen handelaren die de middelen op bestelling bij klanten afleveren. Bovendien bestellen veel mensen zelf hun spullen op internet. Zowel op het legale web als op het besloten ‘dark web’ is het niet moeilijk om aan doping te komen.

Populair bij gebruikers zijn de ‘eigen merken’ die illegale dopinglabs produceren. In sommige gevallen zijn ze zo bekend in het wereldje, dat er sprake is van internationale handel en concurrentie. Van Leiden: „Ik sprak een producent die nogal trots was op zijn product. Hij had het getest met een speciale kit die ook de douane zou gebruiken.”

Dopinggebruikers zijn volgens het onderzoek relatief ‘merk-trouw’, ook omdat er nogal wat risico’s verbonden zijn aan dopinggebruik. Een persoon vertelt in een politieverhoor, geciteerd in het rapport, dat hij „hartpatiënt is geworden door anabolengebruik”. Een ander vertelt de politie over het gebruik van het middel clenbuterol – een astmamiddel voor paarden dat in de wielerwereld werd gebruikt als doping – maar dat hij daar „erg van ging trillen”.

In het rapport wordt een studie van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) geciteerd, dat onderzoek deed naar doping die de politie aantrof in een laboratorium. „De combinatie van risicovolle bereidingen, stoffen met een sterke werkzaamheid en aanwijzingen die zijn gevonden voor medisch advies rond het gebruik van de bereide geneesmiddelen, maakt de gebruikers van deze geneesmiddelen in zekere zin tot proefkonijnen”, schrijft het NFI.

Anton van Wijk, directeur van Bureau Beke en mede-onderzoeker: „We zien vaak dat etiketten van dopingmiddelen niet kloppen. Gebruikers hebben dus geen idee wat ze in hun lichaam spuiten. Het is erg gevaarlijk.”

Topsporters en hun artsen

„Als je geen doping gebruikt, heb je geen schijn van kans. Sommigen zijn van nature zo goed, maar redden het nooit.” Dat zegt een topsporter, anoniem, tegen de onderzoekers. Een ander vertelt hoe zijn arts over doping begon: „De arts pakte een boek met de bloedwaarden van een andere bekende sporter. Ik heb hem niet laten uitpraten. Hij wilde mij doping verstrekken.”

Doping is nog altijd een probleem in de topsport, constateren de onderzoekers. Ze schatten dat enkele honderden topsporters doping gebruiken in Nederland, maar harde cijfers ontbreken. In de afgelopen drie jaar werden zeventien dopingzaken behandeld door het Instituut voor Sportrechtspraak – meestal ging het om betrapte sporters die aan krachtsport, atletiek of honkbal deden.

Deze week wordt in München de uitspraak verwacht tegen ‘dopingdokter’ Mark S., een Duitse arts die heeft toegegeven dat hij een internationaal dopingnetwerk onderhield met meer dan twintig topsporters als klant. Tegen hem is 5,5 jaar cel geëist. De sporters kregen bloeddoping van Mark S., die hen ook hielp om de controles te omzeilen.

Dispensaties voor gebruik

In die zaak is te zien dat topsporters op een heel andere manier aan doping komen dan recreatieve sporters. Onderzoeker Anton van Wijk, die sprak met verschillende topsporters en artsen: „Topsporters willen niet rommelen met hun lichaam en kopen geen anabolen op het dark web of van een onbekende leverancier. Voor het toedienen van middelen zijn ze aangewezen op hun medische entourage. Begeleiders en artsen spelen in de topsport een cruciale rol. Zij kunnen dopingmiddelen verkrijgen via de normale, medische route.”

Lees ook: halen wielrenners voordeel uit het gebruik van ketonen?

De onderzoekers zien dat in de topsport regelmatig dispensaties worden aangevraagd. Een topsporter vraagt dan toestemming voor het gebruik van een middel dat op de dopinglijst staat, als medicatie voor bijvoorbeeld astma. Ongeveer één op de acht topsporters met een status (potentieel in de mondiale top acht) heeft in 2019 dispensatie aangevraagd. Dat is minder dan vijf jaar geleden, toen het nog een kwart was. Toch zien trainers, coaches, sportartsen en sporters in de dispensaties een gevaar, vertellen ze in het rapport, omdat sporters bij heel lichte kwalen al dispensatie voor een dopingmiddel zouden vragen én krijgen. „Je test positief, het is prestatiebevorderend maar het mag van de dokter”, zegt een sporter in het rapport.

De onderzoekers signaleren bovendien een groeiend gebruik van prestatiebevorderende middelen die niet op de dopinglijst staan, zoals ketonen – een niet-verboden middel dat als ‘extra brandstof’ vetten kan omzetten in suikers. De wielerploeg van Jumbo-Visma is open over het gebruik van dat middel en die eerlijkheid zien de onderzoekers vaker terug. Ze spreken van een „normverschuiving” over niet-verboden middelen in de topsport.

Het grootste verschil tussen dopinggebruik bij topsporters en recreanten? Het taboe. In de topsport praat je er niet over, in de sportschool is dat steeds makkelijker. Onderzoeker Ilse van Leiden verbaast zich erover: „Het is simpel. Als je doping gebruikt, speel je met je gezondheid. Zeker doordat het gebruik wordt gecombineerd met illegale medicijnen om bijwerkingen tegen te gaan. Bovendien stimuleer je criminele netwerken, net als bij drugsgebruik. Het is een serieus probleem.”