Afwenden handelsoorlogen is cruciaal voor Nederland

Onderzoek DNB Nederland heeft veel te verliezen bij een grootscheeps internationaal handelsconflict, becijfert De Nederlandsche Bank.

Medewerkers van Royal Flora Holland draaien bloemen door die door toedoen van de coronacrisis niet kunnen worden geëxporteerd.
Medewerkers van Royal Flora Holland draaien bloemen door die door toedoen van de coronacrisis niet kunnen worden geëxporteerd. Foto Ilvy Njiokiktjien

Een wereldwijde handelsoorlog zou zeer negatief uitpakken voor Nederland. Dat blijkt uit een analyse van De Nederlandsche Bank (DNB) die dinsdag is gepubliceerd. In een scenario waarin de EU, China en de VS elkaar voor lange tijd een extra invoertarief van 10 procent opleggen, wordt Nederland hard geraakt. Na vijf jaar is de export bijna een zesde lager dan wanneer de tarieven niet zouden zijn ingevoerd. De invoer neemt met ongeveer 7 procent af. Investeringen zijn 3 procent lager en het bruto binnenlands product ruim 3 procent.

DNB constateert diverse bedreigingen voor het internationale handelsklimaat. Allereerst zijn de internationale machtsverhoudingen aan het verschuiven, en dat komt vooralsnog vooral tot uitdrukking in een groeiend handelsconflict tussen de Verenigde Staten en China. Daarnaast groeit de scepsis bij het publiek over de voordelen van vrijhandel. Veel mensen geloven wel dat vrijhandel goed is voor hun land als geheel, maar nadelig voor hen persoonlijk.

DNB stelt bovendien vast dat de Wereldhandelsorganisatie WTO in haar huidige vorm nauwelijks meer voldoet om handelssamenwerking te bestendigen. Landen als China staan nog te boek als ontwikkelingsland terwijl zij die fase al lang zijn ontgroeid. Daarbovenop wordt intellectueel eigendom (octrooien en patenten) niet altijd goed beschermd. Dat is schadelijk, omdat tegenwoordig gemiddeld bijna een derde van de waarde van goederen afkomstig is van ‘immateriële activa’ – in de regel de kosten die zijn gemaakt voor het uitvinden van die goederen zelf.

De regels lopen vér achter

De gedateerdheid van het beleid is te verklaren: het grootste deel van de WTO-regels, schrijft DNB, komt uit handelsverdragen die zijn opgesteld tussen 1986 en 1994. Globalisering was toen nog niet zo ver gevorderd en huidige wereldomspannende waardeketens met hun stromen van halffabrikaten waren er veel minder dan nu. De handel in diensten, bijvoorbeeld informatietechnologie, was kleiner. En van China werd verwacht dat het zich tot een markteconomie naar westers model zou ontwikkelen. Tel daarbij op dat de geschillenbeslechting binnen de WTO kreupel is gemaakt door de regering-Trump en het internationale vrijhandelsregime is er niet zo best aan toe.

Bij 10 procent hogere invoertarieven is het verlies zó 3 procent van het bbp

Die erosie van de internationale vrijhandel was volgens DNB-directeur Monetaire Zaken Olaf Sleijpen de reden om het onderzoek naar de kwetsbaarheid van Nederland te beginnen. „Dat was nog vóór Covid-19. Wij willen graag wijzen op de voordelen van vrijhandel. De pandemie heeft die noodzaak alleen maar versterkt. Iedereen trok zich terug achter de dijken. Maar we moeten niet vergeten dat Nederland gebaat is bij een open internationale economie.”

De economische theorie gaat ervan uit dat verliezen door vrijhandel tijdelijk zijn. Mensen die hun baan kwijtraken door buitenlandse concurrentie stappen, volgens het boekje, simpelweg over naar een andere sector die juist succes heeft op de exportmarkt waar door de toegenomen vrijhandel meer kansen zijn. In praktijk passen mensen zich veel moeilijker aan.

Daar komt bij dat de internationale handel steeds meer is gaan bestaan uit zogenoemde ‘waardeketens’ waar een product in verschillende fasen in uiteenlopende landen wordt bewerkt.

Aanpassen werknemer moeilijker

Die opkomst van waardeketens heeft tot gevolg gehad dat landen zich steeds meer zijn gaan specialiseren op taken in die waardeketens, in plaats van in sectoren. Een werknemer in een bedrijf dat in een bepaalde sector niet op kon tegen de buitenlandse concurrentie, kon dezelfde taak zoeken bij een bedrijf in een andere sector. Maar nu zal een werknemer zich juist een ándere taak eigen moeten gaan maken.

Dat is veel lastiger. „De transitiekosten van het veranderen van baan worden hoger”, zegt Sleijpen, „en daarom is scholing ook zo belangrijk.”

De barrières worden hoger

Intussen stijgen de internationale tarieven en handelsbarrières gestaag. Vlak vóór de financiële crisis van 2008-2009 was het aandeel van de wereldhandel dat onderworpen was aan verschillende handelsbeperkingen nog geen 40 procent. Dat is ruim tien jaar later het dubbele geworden. Met name de handelsoorlog tussen VS en China heeft de sfeer verslechterd. Meer dan de helft van wat Nederland met export verdient, komt van handel binnen de EU en met landen waarmee Europa stevige verdragen heeft lopen. Maar het andere deel is kwetsbaar. Hoe kunnen Nederland, en de EU, ervoor zorgen dat zij niet vermorzeld worden in de strijd tussen de twee reuzen? Volgens Sleijpen is een vernieuwing van de WTO van groot belang. Niet alleen wat betreft nieuwe producten, diensten en intellectueel eigendom. Ook nieuwe non-tarifaire maatregelen horen erbij.

Een voorbeeld daarvan zijn sancties tegen bedrijven of landen waaraan bijvoorbeeld de VS of China andere bedrijven steeds vaker indirect verplichten mee te doen. Denk aan banken die Europese bedrijven die zakendoen met Iran niet willen financieren, omdat zij dan geen toegang meer krijgen tot het Amerikaanse financiële systeem. DNB heeft volgens Sleijpen een rol bij het verdedigen van vrijhandel. Niet alleen als adviseur van de overheid, maar ook omdat handelsconflicten zelf een bedreiging zijn voor de prijsstabiliteit die de centrale bank moet verdedigen.