Ombudsman: vergoeding voor invalide veteranen moet sneller

Veteranenombudsman Een veteraan die invalide raakt, moet binnen twee jaar schadevergoeding krijgen, stelt de ombudsman. Dat duurt nu langer.

Werkbezoek vorig jaar van prinses Margriet aan het Militair Revalidatiecentrum Aardenburg in Doorn.
Werkbezoek vorig jaar van prinses Margriet aan het Militair Revalidatiecentrum Aardenburg in Doorn. Foto ROBIN UTRECHT/ANP

Een militair die tijdens een missie invalide wordt, moet meestal jaren wachten op een schadevergoeding. „Neem een veteraan die jonge kinderen heeft, maar over onvoldoende middelen beschikt om bijvoorbeeld een laptop te kopen voor thuisonderwijs. Vervolgens hoort de veteraan jaren later dat hij of zij recht heeft op een hoger inkomen, waarmee dat soort dingen wel betaald hadden kunnen worden. Dan is het leed al geleden. Dat is schrijnend en onverteerbaar”, vindt Reinier van Zutphen, de Nationale Ombudsman die ook de Veteranenombudsman is.

Het ministerie van Defensie moet daarom een aanvraag voor een schadevergoeding voortaan binnen twee jaar afhandelen, schrijft de ombudsman in een rapport dat deze maandag verschijnt. De ombudsman heeft onderzoek gedaan naar de duur van de schadeprocedures na klachten van tientallen veteranen. In totaal hebben honderden veteranen te maken met een te trage afhandeling, schat Van Zutphen. „Dat leidt tot veel stress en onzekerheid bij veteranen.”

Nederland biedt naar internationale maatstaven ruimhartige financiële nazorg aan veteranen, van wie ongeveer 10 procent kampt met PTSS. De veteraan die door een uitzending psychisch of lichamelijk letsel heeft opgelopen, kan een militair invaliditeitspensioen krijgen, een maandelijkse uitkering. De zogeheten restschade, zoals het toekomstige inkomen dat de veteraan door de invaliditeit misloopt, kan ook volledig vergoed worden. Daar moet hij of zij dan apart een verzoek voor indienen.

Lees meer over hoe veteranen met PTSS verdwalen in de bureaucratie

Die aanvraagprocedure blijkt een lange hindernisbaan vol medische keuringen en schier eindeloze discussies tussen de juristen van Defensie en de advocaten van de veteraan – zoals over wat de veteraan nog wel kan en wat niet meer, of over het inkomen dat de militair had kunnen krijgen als hij niet invalide was geraakt. „Hierdoor ben ik geestelijk en lichamelijk aan het eind van mijn Latijn”, zegt een anonieme veteraan in het rapport.

Onnodig veel keuringen

Voor deze uitputtingsslag ziet Van Zutphen drie oorzaken, of in elk geval „belangrijke knooppunten”. Allereerst zijn er onnodig veel medische keuringen, waarbij „steeds weer een andere arts naar de bekende weg vraagt”. Ten tweede is de veteraan daarvóór al een keer door de medische en juridische molen gegaan bij de aanvraag van het invaliditeitspensioen: „Terwijl de veteranen – in hun beleving – één keer in hun leven iets is overkomen.” Tot slot is er sprake van verharding in de juridische procedures, „waardoor partijen tegenover elkaar komen te staan”.

Die verharding komt van twee kanten, zegt Van Zutphen: „De veteranen en hun advocaten vinden Defensie te star en te karig. Defensie vindt de veteranen en hun advocaten te veeleisend.” Dat komt deels doordat sommige advocaten te hoge verwachtingen wekken bij hun cliënten, zegt Matthijs van der Hoeven, veteranen-coördinator bij de ombudsman. „Als een veteraan het idee heeft dat er misschien wel negen ton op plank ligt, dan valt het tegen als Defensie drie ton biedt.”

In deze sfeer van wantrouwen ontstaan ook makkelijk misverstanden, bijvoorbeeld over de huisbezoeken. Daarbij gaat een jurist van Defensie bij een veteraan langs om kennis te maken, te vragen hoe het gaat en om de grote lijnen van de procedure te bespreken. „Dat een ambtenaar op zo’n manier persoonlijk contact legt met een burger, vinden wij als ombudsman juist heel goed”, zegt Van Zutphen. „Maar de veteraan heeft vaak het gevoel aan een kruisverhoor onderworpen te worden, zeker als de advocaat heeft gezegd: pas op je woorden.”

Medische dossiers digitaliseren

Om die loopgravenoorlog te doorbreken, heeft de ombudsman met alle betrokkenen een rondetafelbijeenkomst belegd over manieren om de afhandeling te versnellen. „Dat is voor ons het grootste succes geweest”, zegt Van der Hoeven. „Daarvoor werd er alleen óver elkaar gesproken, nu ook mét elkaar.” Op tafel kwamen ook mogelijke oplossingen, die nu in het rapport staan. Zo kan veel tijd worden gewonnen door medische dossiers te digitaliseren en door een veteraan voortaan nog maar één keer medisch te keuren. Een zorgcoördinator kan de veteraan tijdens de procedure ondersteunen, zegt van Zutphen: „Als is het maar door bij een gesprek mee te luisteren.”

De ombudsman verwacht veel van een pilot die drie advocatenkantoren en Defensie in de aanloop naar de rondetafelbijeenkomst hebben afgesproken: in de gevallen waarin de standpunten dicht bij elkaar liggen, gaan de partijen gezamenlijk de uitgangspunten voor een vergoeding vaststellen – waarna het rekenbureau van Defensie aan de slag kan. De ombudsman hoopt dat dit experiment tempo gaat brengen in de afhandeling van de schadevergoedingen.

Dat tempo ontbreekt nogal eens bij de omgang van Defensie met veteranen. Zo wordt er al jaren gewacht op de toegezegde verbeteringen van het militair pensioen, de klachtenafhandeling en de regeling voor militairen met PTSS. „Defensie is doorgaans van goede wil, maar het ontbreekt vaak aan een goede uitvoering”, zegt Van Zutphen. Om die reden houdt de ombudsman bij de schadevergoedingen vinger aan de pols: „Na de zomer kijken we hoe het ervoor staat.”