Necrologie

Oerol-oprichter Mulder zag theater als een natuurverschijnsel

Joop Mulder (1953-2021) Onder de bezielende leiding van Joop Mulder groeide Oerol uit tot een toonaangevend festival met artiesten uit de hele wereld. Mulder werd 67 jaar.

Joop Mulder in 1998.
Joop Mulder in 1998. Foto Sake Elzinga

Theater brengen op plekken waar nooit eerder theater was geweest: dat vormde de drijvende kracht van Joop Mulder, oprichter en artistiek leider van het culturele festival Oerol op Terschelling. Voor hem waren ruige duinvalleien, de moddervlakten van het wad, eindeloze stranden en rauwe boerenschuren de gedroomde locaties voor muziek-, dans- en theatervoorstellingen. Zondag 10 januari werd bekend dat hij in de nacht van zaterdag op zondag in een appartement in Leeuwarden is overleden aan een hartstilstand. Mulder werd 67 jaar.

Onder zijn bezielende leiding werd het waddeneiland Terschelling „als een podium”, waarvan hij zelf de toneelmeester was. Mulder werd in 1953 in Bolsward geboren, als de tweede zoon van de burgemeester. Na de middelbare school wilde hij naar de kunstacademie, maar zijn vader besliste anders. Daarop besloot Mulder in 1978 als kroegbaas op Terschelling te gaan werken. Hij werd uitbater van café De Stoep in Midsland. Omdat hij, naar eigen zeggen, „meer geïnteresseerd was in cultuur dan in bier” nodigde hij muzikanten en straatartiesten uit in en rondom het café. Een gezelschap als Dogtroep en het Amsterdamse Festival of Fools inspireerden hem hiertoe.

In 1982 vond in Midsland de eerste editie van Oerol plaats. De naam is ontleend aan het Terschellinger gebruik om in voorjaar en herfst het vee „overal” te laten weiden, dan gaan de hekken open. Mulder zag hierin het symbool voor de vrijgevochten podiumkunstenaar die wegbreekt uit de besloten schouwburgen. Al sinds het begin speelt het tiendaagse festival zich af in de vroege zomer, vaak eindigend op of rond de langste dag van 21 juni. Op Terschelling was dit van oudsher een stille tijd in het seizoen, nog een reden tot dit festival.

Lees ook het interview met Joop Mulder: Ik kijk en zie een andere wereld; Gesprek met Joop Mulder, directeur van het Oerol-festival

Aanstekelijke charme

Mulder organiseerde het festival aanvankelijk vanuit een kantoortje boven het café. Al snel groeide Oerol uit tot een toonaangevend festival waarin artiesten acte de présence geven vanuit de hele wereld. Gemiddeld 50.000 mensen zijn getuige van een paar honderd optredens per editie, ze fietsen van locatie naar locatie. In een interview voor deze krant zei Mulder in 1998 dat hij „theater ziet als een natuurverschijnsel” en: „Het gaat om het eiland. Om de kleur van de wolken bij zonsondergang, om het zand in je schoenen en de meeuw die door de voorstelling heen schreeuwt.”

Mulder wist met zijn aanstekelijke charme – zwarte snor, baardstoppels, glinsterende ogen – en artistieke gedrevenheid vooraanstaande regisseurs en gezelschappen voor het festival te winnen. Het onbetwiste hoogtepunt is Ibsens Peer Gynt door Tryater in de regie van Jos Thie in 1999: in de zogenoemde Oostelijke Woestenij van het eiland speelde dit klassieke drama zich af. Hiermee bewees Oerol dat repertoiretoneel en locatietheater ofwel „natuur en cultuur één konden worden”, waarmee Mulder zijn „ideaal bereikte”. Peer Gynt werd meteen herkend als een maatgevende uitvoering voor locatietheater.

Lees ook: Bistou toevallig Peer Gynt?

Mulder voelde zich niet altijd begrepen en gesteund door de culturele elite en commissies. Tot twee keer toe dwongen subsidieperikelen en financiële nood hem het einde van het festival aan te kondigen, in 1993 en 2004. In 2017 nam Mulder afscheid van Oerol en zette hij zich in voor Sense of Place, een initiatief om landschapskunst langs de Waddenzee te verwezenlijken. Voor zijn inzet ontving hij belangrijke onderscheidingen, waaronder Officier in de Orde van Oranje-Nassau (2002) en Chevalier dans l’ordre des Arts et des Lettres (2007). Met zijn overlijden verliest de Nederlandse podiumkunsten een onvermoeibaar pleitbezorger die „de natuur van Terschelling in harmonie wilde brengen met kunstuitingen”.