Een terminale patiënt is geen pinautomaat

Wie: thuiszorgbemiddelaar tegen nachtzuster

Kwestie: diefstal

Waar: Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Den Haag

De Zitting

Nog voor het overlijden van de patiënt was de nachtzuster betrapt. Familieleden hadden ontdekt dat hun alleenstaande oom met terminale slokdarmkanker zomaar ineens midden in de nacht zijn mobiele telefoon had gepakt en geld had overgeboekt. Eerst twee keer telkens 5.000 euro, een nacht later in drie verschillende etappes een som van 4.800 euro. In totaal 14.800 euro, overgeschreven naar de rekening van de zzp-zuster, terwijl hun dierbare te zwak en te verward was om zelf nog te internetbankieren.

Met gebogen hoofd, het gezicht verscholen achter donkere krullen, zit Yvonne voor de rechters en collega-verpleegkundigen van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. De verpleegkundige verloor haar werk en moest voorkomen bij de strafrechter. Ook raakt ze haar bevoegdheid kwijt als de hoogste tuchtrechter vasthoudt aan de maatregel van het regionaal tuchtcollege. Die haalde een streep door haar naam in het register voor Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG). Een sanctie die in maar 1 procent van de gegrond verklaarde zaken wordt opgelegd.

Yvonne is in tranen en blijft dat de hele zitting. Ze heeft het geld direct overgemaakt naar familie in Suriname, vertelt ze – ze komen levensmiddelen tekort – en naar kinderen met hiv in Kenia. Nu is ze bezig de nabestaanden terug te betalen, maar zonder klussen lukt dat lastig. „Alle grote opdrachtgevers hebben me op straat gezet.” Met collega’s heeft ze de zaak besproken, een enkeling huurt haar nog in, maar „heus, echt waar, meneer heeft zelf het geld overgemaakt. Hij wilde me helpen.”

Tranen lijken deze leden van het hoogste tuchtcollege niet te imponeren. Als Yvonne het geld naar familie heeft doorgesluisd, willen ze weten, kon die het dan niet terugsturen? Wanneer de verpleegkundige het hoofd schudt en de voorzitter haar wenkbrauwen optrekt, neemt de advocaat het woord. Begrijp hem niet verkeerd: het is „echt een lelijke zaak”, maar de vraag is of zo’n exceptionele tuchtmaatregel met zulke verstrekkende gevolgen in deze zaak gerechtvaardigd is. Ook omdat de politierechter zijn cliënt heeft vrijgesproken van diefstal bij gebrek aan bewijs.

„Onvergeeflijk” vond het regionaal tuchtcollege het handelen van de nachtzuster nog vóór die vrijspraak. Een patiënt is geen pinautomaat. Zelfs als de terminaal zieke man het bedrag uit eigen beweging aan de verpleegkundige geschonken zou hebben, dan nog had deze zzp’er moeten begrijpen dat ze „ernstig misbruik heeft gemaakt van een afhankelijke, verwarde en aan haar zorg toevertrouwde patiënt”. Ze handelde in strijd met artikel 2.4 uit de beroepscode die een verpleegkundige voorschrijft dat ze „geen misbruik maakt van de afhankelijke positie van de zorgvrager” en „geen gift accepteert die meer is dan een symbolisch gebaar van dank”.

„Mag ik even?” De eigenaar van de thuiszorgbemiddelaar die de tuchtklacht heeft ingediend weet heel zeker: „Het geld is niet gegeven. Het geld is genomen.” Er was een testament. Daarin stond dat het geld bestemd was voor een stichting die przewalskipaarden terugbrengt naar de steppen van Mongolië. „Iemand die zijn testament wil veranderen, deelt dat met naasten. Meneer was ernstig verward, schreef mevrouw zelf in de overdracht. Zij had zijn pincode gekregen, hij was fysiek helemaal niet in staat een mobiel te bedienen.”

Stel dat meneer de wil had om uw ex-werkneemster geld te geven, wil een collegelid-verpleegkundige weten. „Had u dan ook voor de tuchtrechter gestaan?”

De directeur denkt even na en knikt. Dit kan niet, zegt ze, dit mag nooit. Een zzp-verpleegkundige die duizenden euro’s aanneemt van een stervende en verwarde man, mist een moreel kompas. „Die wil ik helemaal nooit meer zien aan het ziekbed van een patiënt.” Ze hapt naar adem. „Zo’n gift accepteren moet bestraft worden met de zwaarste straf.”

Op last van de hoogste tuchtrechter wordt Yvonne alsnog geschorst als verpleegkundige. Niet levenslang, maar voor een jaar. De nachtzuster handelde „zeer laakbaar”. In strijd met de beroepscode heeft ze „een groot geldbedrag geaccepteerd” afkomstig van „een afhankelijke patiënt” terwijl ze „op verschillende momenten tot inkeer had kunnen komen”. Maar een permanente doorhaling vindt het college „te vergaand”. Waarom? De kans op herhaling is „minimaal”, de verpleegkundige heeft beloofd een integriteitscursus te volgen en ze betaalt de familie het bedrag terug.